Snelheidscontroles, Big Brother Is Watching You

De steeds groter wordende verplaatsingssnelheid is een constante in de menselijke ontwikkelingsgeschiedenis. De mens en de automobilist in het bijzonder houden van snelheid. Niet alleen om tijd te winnen en meer op een kortere tijd te kunnen presteren, maar vaak ook om de snelheid zelf. Snelheid geeft voor heel wat mensen onder ons een goed gevoel, een "kick" !
Omdat door de snelheid van motorvoertuigen het ongevalsrisico toeneemt, werden van bij het eerste gebruik van de wagen snelheidsbeperkingen opgelegd. Iedereen is het erover eens dat dit een noodzaak was, en nog steeds is. Dat de opgelegde beperkingen niet erg populair zijn hoeft evenwel geen betoog.
In dit artikel willen we even stilstaan bij de vaststellingen van Rijkswacht en Politie verricht in het kader van snelheidscontroles. Een fenomeen waar iedereen van ons tegenwoordig nagenoeg dagelijks mee wordt geconfronteerd.


De vaststellingen gesteund op snelheidsmeters hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Het proces-verbaal opgesteld naar aanleiding van zulke vaststellingen geniet een bijzondere bewijswaarde. Dit betekent dat een chauffeur die geverbaliseerd wordt wegens te hoge snelheid, doch van oordeel is niet te snel gereden te hebben, en aldus meent dat hij ten onrechte beboet dreigt te worden, het tegendeel dient te bewijzen op een manier die nagenoeg niet voor betwisting vatbaar is. Dat dit geen evidentie is, moge duidelijk zijn.
Om te kunnen genieten van deze bijzondere bewijswaarde dienen de snelheidsmeters evenwel vooraf goedgekeurd te worden door de Dienst Metrologie van het Ministerie van Economie. Zolang aan die goedkeuring niet wordt voldaan, hebben de gegevens opgeleverd door snelheidsmeters slechts de waarde van een eenvoudige inlichting. De wetgever heeft een streng systeem uitgewerkt om het perfect functioneren en de perfecte betrouwbaarheid van snelheidsmeters te waarborgen. Die eisen staan in verhouding tot de buitengewone bewijskracht die verbonden is aan vaststellingen die worden gedaan met dergelijke apparaten. De meters zijn onderworpen aan een modelgoedkeuring, aan een eerste ijk, aan een herijk en aan een technische controle. De apparaten worden pas als goedgekeurd beschouwd vanaf het ogenblik dat ze het ijkcertificaat of de gebruiksvergunning gekregen hebben.
Hiernaast is het noodzakelijk dat de meters worden geïdentificeerd. Dit houdt in dat op het toestel op onuitwisbare wijze de naam en het adres van de constructeur, het model, het serienummer en de voor de werking noodzakelijke randapparatuur aangebracht moeten zijn.

Stel nu dat men vanaf het ogenblik van de vaststelling als chauffeur steeds ontkend heeft te snel gereden te hebben en dat er buiten de vaststellingen van de snelheidsmeter geen enkel ander element in het dossier voorhanden is welke de overtreding kan bewijzen. Indien men in dat geval kan aantonen dat het gebruikte apparaat onbetrouwbaar was of op een onjuiste wijze werd gebruikt, dan kan de tenlastelegging door de rechtbank in principe niet als bewezen beschouwd worden. De vaststellingen en de exactheid van het resultaat van de snelheidsmeting hebben in dat geval immers enkel de waarde van eenvoudige inlichting. De inbreuk is niet bewezen en de chauffeur zal in principe dienen vrijgesproken te worden.
Een voorbeeld van het voorgaande is het geval waarin het proces-verbaal dat de overtreding vaststelt, enkel vermeldt dat de snelheid van het voertuig gemeten is aan de hand van een radar Multanova 6 F en niets meer. Geen bewijs van goedkeuring, geen naam van de constructeur, ... Het apparaat dat de overtreding heeft vastgesteld kan in dat geval niet ge?dentificeerd worden, en het is dan ook niet mogelijk de betrouwbaarheid ervan te verifi?ren. Vermits de tenlastelegging niet bewezen is, dient de chauffeur in kwestie logischerwijze vrijgesproken te worden!


Katleen LEMMENS