Planschade ... Vergoeding?

Wim Mertens

Wim Mertens Administratief recht en Omgevingsrecht Stuur een mail
LinkedIn

Meer informatie
1. Begrip

Bijna alle gronden in België hebben een bestemming gekregen door een gewestplan en/of algemeen plan van aanleg en/of bijzonder plan van aanleg (bvb.: woongebied, natuurgebied, landbouwgebied, industriegebied..)
Vanaf de inwerkingtreding van de Stedenbouwwet in 1962 kan een vergoeding worden toegekend voor de schade die een onroerend goed lijdt door het verlies van de mogelijkheid om erop te bouwen of om het te verkavelen.
Die schade ontstaat wanneer, op grond van een in werking getreden definitief ruimtelijk uitvoeringsplan, een stuk grond niet meer in aanmerking komt voor een bouw- of verkavelingsvergunning, daar waar het de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat plan wel in aanmerking kwam voor dergelijke vergunning.

Ingevolge het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening is de planschaderegeling nu vastgelegd in de artikels 84 tot 86 van dat Decreet.

2. Voorwaarden

Er moet een in werking getreden definitief ruimtelijk uitvoeringsplan zijn. Dit betekent dat het besluit houdende definitieve vaststelling van dat plan moet gepubliceerd zijn in het Belgisch Staatsblad.

Dat plan moet bovendien de mogelijkheid ontnemen aan de eigenaar om een bouw- of verkavelingsvergunning te bekomen.
Belangrijk hierbij zal zijn dat de eigenaar moet kunnen aantonen dat voor de inwerkingtreding van dat plan zijn perceel wel in aanmerking kwam om een bouw- of verkavelingsvergunning te bekomen rekening houdende met de stedenbouwreglementering die dan van toepassing was.

Zelfs al zijn die voorwaarden vervuld, dan nog zijn er acht uitzonderingsgevallen voorzien, waarin geen recht op planschadevergoeding ontstaat, ook al wordt een bouw- of verkavelingsverbod opgelegd (bvb. in geval van een reeds goedgekeurde onteigeningsbeslissing, bij een verbod wegens eisen van de verkeersveiligheid, wanneer de planschadevergoeding niet meer bedraagt dan 20% van de geactualiseerde waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving, ingeval van te kleine percelen)

3. Berekening

De planschadevergoeding bedraagt het verschil tussen enerzijds de waarde van het goed op het ogenblik dat het in het bezit komt van de schadelijder, en anderzijds de waarde van dat goed op het ogenblik waarop na de inwerkingtreding van het plan het recht op schadevergoeding ontstaat.
Van dit verschil wordt nog een waardevermindering van twintig procent afgetrokken.
Belangrijk detail is dat de planschadevergoeding kan verminderd of zelfs geweigerd worden aan de eigenaar die in het Vlaamse Gewest nog andere onroerende goederen of aandelen in patrimoniumvennootschappen, waarin onroerende goederen zijn ingebracht, bezit. Evenwel is vereist dat die goederen uit de inwerkingtreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan voordeel halen.
Vooral voor grondspeculanten is dit een streep door hun rekening.

4. Wanneer ontstaat het recht op planschadevergoeding ?

Het recht op planschadevergoeding ontstaat ofwel bij overdracht van het goed onder bezwarende titel, ofwel bij inbreng ervan in een vennootschap, ofwel bij weigering van een bouw- of verkavelingsvergunning, ofwel bij het afleveren van een negatief stedenbouwkundig attest.

Het recht om planschadevergoeding te vorderen vervalt definitief één jaar na de dag waarop het recht op planschadevergoeding is ontstaan. Bovendien kan na verloop van een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van het plan, het recht op planschadevergoeding niet meer ontstaan.

De vordering om planschadevergoeding te vragen dient ingeleid te worden bij de Burgerlijke Rechtbank van Eerste Aanleg van het arrondissement waar de woonplaats is gevestigd van de overheid die het ruimtelijk uitvoeringsplan opmaakte waardoor de planschade is ontstaan.
Hierbij moet gelet worden op de verplichting dat alle eisende partijen binnen 6 maanden na de inleiding van de zaak en uiterlijk voor de rechterlijke uitspraak over de grond van de zaak een lijst ter griffie moeten neerleggen van de gronden en aandelen in een patrimoniumvennootschap. Daarop moeten de juiste kadastrale gegevens vermeld worden.



Kortom, de mogelijkheden om planschadevergoeding te bekomen zijn ernstig ingeperkt en bemoeilijkt door de decreetgever.
Een waakzaam en nauwgezet beheer van uw onroerende goederen is dan ook vereist.



Wim MERTENS