De Sociale Inspectie

Wij kennen ongetwijfeld allen het bestaan van de arbeidsinspectie.

Het is een inspectiedienst die zich bezighoudt met het vaststellen van sociaalrechtelijke inbreuken.

De wetgever noemt deze inspecteurs "sociale inspecteurs".


Deze sociale inspecteurs zijn ondergebracht bij een 4-tal ministeries, waaronder het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, het Ministerie van Sociale Voorzorg, en het Ministerie van Economische Zaken.

In de praktijk weet de rechtsonderhorige die geconfronteerd wordt met de aanwezigheid van een sociaal inspecteur niet welke de bevoegheden zijn van deze inspecteurs en welke middelen de sociale inspecteur mag aanwenden.

In bepaalde gevallen mag de sociale inspecteur passende maatregelen nemen, zoals de toegang tot een bepaalde werkplaats of het gebruik van bepaalde stoffen verbieden omwille van het feit dat er een gevaar is voor de veiligheid en gezondheid van werknemers.

Sociale inspecteurs die voorzien zijn van een behoorlijk legitimatiebewijs mogen bij de uitoefening van hun opdracht vrij binnengaan in alle werkplaatsen of andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn.

Bewoonde lokalen mogen zij niet betreden indien zij geen voorafgaandelijke toestemming hebben bekomen van de rechter in de Politierechtbank.
Belangrijk is dat een bevel tot huisbezoek niet gelijk staat met een huiszoekingsbevel.
De sociale inspecteurs kunnen dus met toestemming bewoonde lokalen betreden, maar zij mogen geen kasten openen en een werkelijke zoeking verrichten.

Bij het onderzoek dat wordt gevoerd door de sociale inspecteurs kunnen deze éénieder ondervragen, de identiteit opnemen van personen en mogen zij desomtrent foto-, film- en video-opnamen maken.

De sociale inspecteurs kunnen vragen dat documenten worden voorgelegd wanneer zij dienstig zijn voor het onderzoek.


De inspectiewet laat ook de inspecteurs toe dat zij documenten in beslag nemen.
Hieronder vallen echter niet documenten die door het beroepsgeheim beschermd worden.
Ook roerende goederen en roerende goederen die onroerend zijn geworden door bestemming mogen in beslag genomen worden.

Sociale inspecteurs mogen geen persoon fouilleren.

Sociale inspecteurs kunnen ook de ingewonnen inlichtingen meedelen aan openbare en mee-werkende instellingen van de sociale zekerheid, alsook aan de andere inspectiediensten.
Dit is echter niet toegelaten voor medische gegevens van persoonlijke aard.

Gegevens die de sociale inspecteur tijdens een gerechtelijk onderzoek heeft bekomen mag hij niet
mededelen aan andere openbare diensten aangezien hierdoor het geheim van het strafrechtelijk vooronderzoek zou worden geschonden.

De sociale inspecteurs hebben het recht om waarschuwingen te geven en een termijn te bepalen om zich in regel te stellen.

Er kunnen tevens processen-verbaal worden opgesteld die bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is en in zoverre de vormvereisten die in de wet zijn voorzien worden gevolgd.

In bepaalde gevallen kunnen sociale inspecteurs in de uitoefening van hun ambt de bijstand van de gemeentepolitie en van de rijkswacht vorderen.

De arbeidsinspectiewet voorziet dat de sociale inspecteurs alle nodige maatregelen moeten nemen om het vertrouwelijk karakter van de persoonlijke gegevens waarvan ze kennis hebben gekregen in de uitoefening hun opdracht te respecteren.

Zij mogen in geen enkel geval de naam van de indiener van de klacht bekend maken.

Eenieder die het toezicht verhindert wordt volgens de wet gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot één jaar en een geldboete van 1.000 BEF tot 5.000 BEF.


Dikwijls wordt de vraag gesteld of een werkgever zwijgrecht heeft en kan weigeren antwoorden gegeven ?

Alhoewel hierover discussie bestaat kan toch op basis van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden aangenomen worden dat de werkgever kan weigeren een verklaring af te leggen indien hij meent dat hij zich daardoor zelf beschuldigt.

Uiteraard moeten bij vraag het personeelsregister, het arbeidsreglement enz..., worden voorgelegd.

Indien de werkgever weigert deze documenten voor te leggen, kan de sociale inspecteur de verhindering van toezicht vaststellen en desomtrent een proces-verbaal opstellen.


Uit wat voorafgaat blijkt dat de sociale inspecteurs belangrijke bevoegdheden hebben, maar deze bevoegdheden ook begrensd zijn.


Wordt U geconfronteerd met een sociale inspectie dient U uiteraard eerst de legitimatie te vragen van de sociale inspecteur.


Indien U twijfelt of U bepaalde inlichtingen moet verschaffen of U toegang moet verlenen tot bepaalde lokalen is het aangewezen dat U desomtrent uw advocaat raadpleegt om aldus niet geconfronteerd te worden met een onnodige vervolging wegens het verhinderen van toezicht en het weigeren van inlichtingen te verschaffen.

Een verwittigd werkgever is er twee waard.


Arne VAN DER GRAESEN