Voertuigschade door loslopend wild

Jaarlijks vinden er in ons land een groot aantal verkeersongevallen plaats, veroorzaakt door wild dat de weg oversteekt.

De aanrijder van het wild heeft in het verleden vaak, en met succes, beroep gedaan op de bevoegde rechtbanken om de vergoeding te bekomen van de schade aan hun voertuig van het gemeenschappelijk motorwaarborgfonds.

De vordering wordt alsdan gesteund op art. 80 § 1.2 van de wet van 9.07.1965.

Deze wet stelt :

“Elke benadeelde kan van het gemeenschappelijk motorwaarborgfonds de vergoeding bekomen van de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels, alsook de stoffelijke schade wanneer geen enkele toegelaten of van toelating vrijgestelde verzekeringsonderneming tot die vergoeding verplicht is om reden van een toevallig feit, waardoor de bestuurder van het voertuig dat het ongeval veroorzaakte vrijuit gaat.”

De aanrijder van het loslopend wild vorderde aldus schadevergoeding door de stellen dat :

1. Er geen verzekeraar tussenkwam om de eigen schade aan het voertuig te vergoeden.
2. Het plots oversteken van het wild, dat wordt beschouwd als een toevallig feit
3. Het gegeven dat de bestuurder zelf geen enkele verantwoordelijkheid droeg voor de aanrijding.



De huidige rechtspraak echter wijst unaniem dergelijke vordering opzichtens het gemeenschappelijk motorwaarborgfonds als ongegrond af.

Er wordt geoordeeld dat voor de toepassing van voornoemd artikel het vereist is dat het ongeval werd veroorzaakt door een voertuig waarvan de bestuurder door een toevallig feit vrijuit gaat.

M.a.w. moet het toevallig feit worden beoordeeld aan de zijde van de bestuurder die het ongeval veroorzaakte.

Wanneer een automobilist tegen loslopend wild oprijdt, is het niet deze automobilist die het ongeval veroorzaakte, dochwel het rondlopend wild dat de schade aan het voertuig heeft toegebracht. Deze schade aan het eigen voertuig kan dus niet worden verhaald op het gemeenschappelijk motorwaarborgfonds.

Indien echter een derde zou schade lijden door dergelijk ongeval, heeft deze derde wel degelijk nog steeds het recht schadevergoeding te vorderen van het gemeenschappelijk motorwaarborgfonds.

Een voorbeeld maakt dit duidelijk :

Een automobilist rijdt tegen een ree die de weg oversteekt. Deze automobilist wijkt hierdoor af van zijn lijn, en botst op een tegenligger. Deze tegenligger kan dus wel degelijk schadevergoeding bekomen van het gemeenschappelijk motorwaarborgfonds. De automobilist die de ree heeft aangereden echter niet.

Voorzichtigheid blijft dus geboden…



Leon TRUYERS
Advocaat