Uitverkoop wegens verbouwingen

Recente wijzigingen.

Inleiding

In het straatbeeld zijn de winkels met de affiches “uitverkoop wegens verbouwingswerken” schering en inslag maar dit impliceert nog niet dat er terzake geen reglementeringen zouden zijn.

In het verleden werd er immers al te vaak misbruik gemaakt van deze techniek door gewiekste zaakvoerders die het als lokmiddel hanteerden om cliënteel aan te trekken en telkens om andere fictieve redenen een uitverkoop organiseerden zonder enige beperking in de tijd.

De wetgever heeft deze misbruiken willen inperken en heeft derhalve de uitverkopen vrij detaillistisch gereguleerd in de artikelen 46-48 van de Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument van 14 juli 1991. (verder : W.H.P.C.)

De uitverkopen zijn gerechtvaardigd in 9 verschillende situaties, waarin door de wetgever werd geoordeeld dat er voor de verkoper een ernstige verstoring van de normale handelsactiviteiten plaats heeft met een eventueel te verwachten bedrijfsverlies.

Recent zijn er via de Wet van 25 mei 1999 een aantal kleine aanpassingen doorgevoerd aan de reglementering inzake uitverkoop.

Regulering


Wanneer mag een verkoper dan overgaan tot een versnelde afzetting van een voorraad of een assortiment van produkten via de methode van de uitverkoop wegens verbouwing of opknap-beurten?

Artikel 46.5° van de W.H.P.C. vormt daartoe de wettelijke basis, recent gewijzigd via de bepalingen van de Wet van 25 mei 1999.

Het is mogelijk om voorafgaand aan deze werkzaamheden een uitverkoop te houden van een belangrijk deel of het geheel van de voorraad, rekening houdende met de navolgende voorwaarden.

-Deze verkoopsmethode mag enkel worden gehanteerd indien de verbouwingen of opknapbeurten meer dan 20 werkdagen duren.

De werkdagen zijn het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en de wettelijke feestdagen, hetgeen betekent dat de zaterdag een werkdag conform de W.H.P.C..Men hanteert immers het aantal werkdagen van een aannemer en niet de sluitingsdagen in hoofde van de handelaar.

Als de termijn echter op een zaterdag afloopt wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag. (Art. 1, lid1, 9° W.H.P.C.)


-Deze werken moeten worden uitgevoerd in de lokalen waar gewoonlijk de verkoop aan de consument plaatsvindt.

D.w.z. dat de uitverkoop niet toegelaten is bij werken in het magazijn, woongedeelte, kantoren of stockage- ruimte maar wel bij werken aan de hoofdingang of de voorgevel van de winkel.

-Vereist is dat tijdens de periode van de werken de verkoop onmogelijk wordt gemaakt hetgeen concreet betekent dat het verkooppunt gedurende minimum 20 werkdagen dient gesloten te blijven.

Deze voorwaarde heeft het beroep op de methode van de uitverkoop verminderd aangezien het vroeger voldoende was dat de verkoop door de werken aanzienlijk werd gehinderd en verstoord. De wetgever wenste op die manier de ernst van de werken te toetsen.

- De verkoper mag bovendien in de drie voorgaande jaren niet tot uitverkoop van gelijkaardige producten om dezelfde reden zijn overgegaan.


Bijkomende Voorwaarden

1. De uitverkoop wegens verbouwing of opknapbeurten mag niet plaatsvinden, noch aangekondigd worden indien de verkoper vooraf zijn voornemen om daarmee een aanvang te maken niet ter kennis heeft gebracht aan de Minister van Economische Zaken of een door hem aangewezen ambtenaar.
Deze kennisgeving dient te gebeuren via een aangetekend schrijven waarin de datum van aanvang van de uitverkoop wordt opgegeven en de reden van de verkoop wordt aangetoond. M.a.w. het bestaan van de werkzaamheden dient behoorlijk verantwoord te worden via bewijsstukken, bijv. lastenkohier der werken, prijzenbestek van de werken gevolgd door een effectieve bestelling.
Men mag overgaan tot de effectieve uitverkoop 10 werkdagen (incl. zaterdagen) na de verzending van deze aangetekende brief. De aankondiging ervan mag onmiddellijk na de verzending van de brief gebeuren, mits een verplichte opgave van de aanvangsdatum van de uitverkoop.
2. De duur van de uitverkoop bij verbouwing of opknapbeurten is beperkt tot vijf maanden, (vroeger 3 maanden) waarbij de onderbreking in de uitverkoop geen schorsende werking heeft. M.a.w. de termijn blijft lopen en er is in tegenstelling tot vroeger geen mogelijkheid meer tot de aanvraag van verlengingen aan de Minister.
3. Er mogen enkel producten verkocht worden die op de dag van de kennisgeving deel uitmaken van de voorraad d.w.z. niet de producten die op die dag het voorwerp uitmaakten van een bestelling.(teneinde de herbevoorrading tijdens de uitverkoop tegen te gaan). Indien men verschillende verkooppunten exploiteert, kan men enkel via een beslissing van de Minister binnen 10 werkdagen na aanvraag per aangetekend schrijven producten overbrengen van één van de andere filialen naar het uitverkooppunt.
4. Elk product dat wordt uitverkocht, dient een reële prijsvermindering te ondergaan in verhouding tot de gewoonlijke prijs voor gelijkaardige producten dewelke door de verkoper werd gehanteerd. Waarbij bovendien artikel 43 W.H.P.C. te worden gerespecteerd betreffende de aankondiging van prijsverminderingen.



Gevolgen van de inbreuk


*Bij inbreuk op de bepalingen betreffende de uitverkoop kan de Minister of zijn ambtenaar een waarschuwing richten tot de verkoper-overtreder waarbij die tot stopzetting van deze handeling wordt aangemaand binnen een bepaalde termijn.(artikel 101 W.H.P.C.)
Bij niet-stopzetting wordt de hieronder geschetste procedure ingezet.

*De Wet van 25 mei 1999 heeft opnieuw rechtstreekse strafsancties ingevoerd bij inbreuk op de bepalingen inzake de uitverkoop.

Artikel 102, eerste lid, 4bis° W.H.P.C. stelt : “Met geldboete van 250 tot 10.000 frank wordt gestraft, zij die de bepalingen overtreden van de artikelen 46 en 48 betreffende de uitverkopen.”

De door de Minister aangestelde ambtenaren zijn volgens artikel 113 W.H.P.C. bevoegd om de in artikel 102 vermelde inbreuken op te speuren en vast te stellen, waarvan een Proces-verbaal wordt opgesteld.

Het Openbaar Ministerie of de Ministeriële ambtenaar (op voorwaarde van bevestiging binnen 8 dagen door het Openbaar Ministerie) kan eventueel overgaan tot het leggen van een bewarend beslag op de producten die voorwerp hebben uitgemaakt van de inbreuk.
Het beslag wordt van rechtswege opgeheven bij vonnis dat einde maakt aan de vervolgingen en in kracht van gewijsde is getreden of door seponering van de zaak.

Eventueel zal aan de overtreders een som worden voorgesteld waarvan de betaling de strafvordering zal doen vervallen. (artikel 116 W.H.P.C.)

*Tevens staat de vordering tot staking bij de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel open voor concurrerende verkopers die hun beroepsbelangen geschaad zien door de onwettige handelingen van de uitverkoper. (artikel 93 juncto 95 W.H.P.C.)

Zo zijn er stakingsrechters die geoordeeld hebben dat zij, indien de termijn van sluiting gedurende 20 werkdagen (vroeger 40) niet wordt gerespecteerd, de sluiting kunnen bevelen voor het resterende gedeelte van de termijn teneinde het respect voor de regels van loyauteit inzake het spel van vrije concurrentie te herstellen.

Maar een aantal stellingen in rechtspraak en rechtsleer zijn genuanceerder op grond van het principe van de vrijheid van beroep of handel hetwelk de sluiting van de onderneming door de stakingsrechter zou kunnen verhinderen indien het aanvaard wordt als een grondrecht.

Men dient derhalve waakzaam te zijn als verkoper indien men wenst over te gaan tot de uitverkoop wegens verbouwing of opknapbeurten.



Pieter Van der Graesen
Advocaat