Snelrecht: "haast en spoed is zelden goed"

Om doortastend en direct te kunnen optreden tegen de voorspelbare voetbalcriminaliteit tengevolge van EURO 2000 is het zgn. nieuwe instrument van het "snelrecht" in het leven geroepen.

Deze wet is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1.4.2000 en treedt in werking op 3.4.2000.

Deze nieuwe wet druist regelrecht in tegen de rechtstraditie van onze Westerse (# Amerikaanse) samenleving waarbij in strafzaken door een lange wetsevolutie een evenwicht bereikt is tussen de belangen van de maatschappij (Openbaar Ministerie), de verdediging (beklaagde) en het slachtoffer (burgerlijke partij).

Door een vlugge afhandeling van een strafzaak te benaarstigen dreigen bepaalde van deze fundamentele belangen en beginselen in het gedrang te komen.

Opvallend hierbij is dat in de Commissie van Justitie van het parlement zeer scherpe kritiek te horen was vanuit een hoek waarvan het eerder niet te verwachten was, met name het Openbaar Ministerie (parket van Brussel).

Het kader van magistraten en bedienden is gevoelig uitgebreid om een goede werking van deze wet mogelijk te maken.

Inhoudelijk voorziet deze wet voornamelijk in een gevoelige verkorting van de termijnen in vergelijking met de gewone procedures.

Zo wordt de betrokkene opgeroepen door de Procureur des Konings om te verschijnen voor de rechtbank ten vroegste binnen de 4 dagen en ten laatste binnen de 7 dagen na ontvangst van de oproeping.
De rechtbank doet nadien uitspraak binnen de 5 dagen.

Na eventueel hoger beroep, waarvan de termijn om het aan te tekenen ongewijzigd is, wordt de zaak behandeld voor het Hof van Beroep binnen de 15 dagen (d.i. om een arrest uit te spreken).
De uitspraak moet dan volgen binnen de 5 dagen.

In normale omstandigheden duurt de volledige procedure tot en met rechtspleging in graad van beroep maximaal 62 dagen.

Dit is zeer kort in vergelijking met de actuele rechtspraktijk.

Evenwel, een verlenging van de duurtijd is mogelijk ingeval de rechtbanken menen dat de zaak nader onderzoek vraagt.

Het snelrecht is voorbehouden voor de gevallen waarbij de dader op heterdaad is betrapt of waarbij het zonneklaar is dat hij plichtig is, b.v. doordat hij de feiten bekende.

Vraag is hoe het voor de slachtoffers zal mogelijk zijn om in zulk een kort tijdsbestek hun schade weder samen te stellen, voor zover ze reeds bekend is ?

Hoe kan de beklaagde op behoorlijke wijze zijn verdediging opbouwen binnen zulk een kort tijdsbestek ?

Hoe zullen de politiediensten hun werk moeten reorganiseren om deze dossiers met prioriteit af te handelen ?

Hierdoor ontstaat automatisch een vertraging in de afhandeling van de overige lopende dossiers waarbij slachtoffers reeds jaren op hun honger blijven zitten.

Deze vertraging heeft ontegenzeggelijk een ongelijkheid tot gevolg tussen enerzijds zij die hun recht zoeken in de gewone, vaak langdurige procedures en anderzijds zij die dit doen in het kader van de procedures snelrecht.

De vraag is maar of de gerechtelijke molen die zo graag traag (en goed) maalt in turbostand kan omgeschakeld worden zonder dat de motor sputtert en/of de wielen losschieten.

Wij menen dat deze nieuwe wet niet geschraagd wordt door de actoren van justitie en achten de kans aanzienlijk dat deze wet een dode letter zal blijven, zeker na EURO 2000.

Zo zie je maar, voor koning voetbal moet alles wijken, of toch bijna alles...


Jan Swennen
Advocaat