Echtscheiding en belastingen

JUIST OF NIET JUIST: "DE BELASTINGEN GAAN HET HALEN WAAR ZE HET KUNNEN KRIJGEN"

Het is niet omdat de wetgever gaat voorzien in de mogelijkheid van het vorderen van de echtscheiding na 2 jaar feitelijke scheiding, dat de gevolgen van de echtscheiding op zich ook gewijzigd worden.

Op dat gebied blijft het principe gehandhaafd dat ten aanzien van partijen zelf de echtscheiding pas gevolgen ressorteert vanaf de datum waarop de echtscheiding werd overgeschreven in de registers der burgerlijke stand.

Voor wat betreft hun goederen echter, dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen enerzijds de regeling die geldt tussen de echtelieden zelf en anderzijds de regelwetgeving die derden kunnen laten gelden ten aanzien van die gemeenschappelijke goederen.

Immers, waar de materiƫle toestand van partijen die definitief uit de echt gescheiden zijn, dient bekeken te worden vanaf het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure werd ingeleid, geldt zulks hoegenaamd niet ten aanzien van derden die met deze procedure als dusdanig geen rekening dienen te houden en ten aanzien van wie de echtscheiding pas gevolgen zal ressorteren vanaf de datum dat deze werd overgeschreven in de registers der burgerlijke stand.

Partijen die in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn, dienen er dus rekening mee te houden dat zij door derden (zoals daar zijn: schuldeisers, de belastingen enz...) kunnen aangesproken worden voor schulden die zijn ontstaan voor dat de echtscheiding definitief is geworden en overgeschreven.

Later, in het kader van de vereffening en verdeling van de huwgemeenschap zal er dan wel onderling een verrekening dienen te geschieden.

In concreto betekent dit dus dat een schuld een gemeenschappelijke schuld kan zijn ten aanzien van een derde, doch een eigen schuld in de onderlinge verhouding tussen de ex-echtelieden.

In hun onderlinge relatie heeft de echtscheiding dus terugwerkende kracht tot op datum van inleiding der vordering.

Dit betekent dan ook meteen dat de echtelieden in hun onderlinge relatie geen aanspraak kunnen maken op de verrijkingen of de verarmingen die zijn ingetreden sedert de echtscheiding werd ingeleid.

Vandaar trouwens ook het belang van het laten opmaken van een boedelbeschrijving bij het begin van de procedure.

Het is daarop dat de instrumenterende notaris zich zal baseren bij het opstellen van zijn vereffeningsstaat in het kader van de vereffening en verdeling van de huwgemeenschap.

Dus wat antwoordt U op de vraag gesteld in de aanhef van dit artikel?

Juist: juist.


Gerda Coenen
Adocaat