VERSTRENGING VAN DE MAXIMALE CONTRACTUELE BETALINGSTERMIJN TUSSEN ONDERNEMINGEN

In hun relatie met kmo’s slagen “grote ondernemingen” er doorgaans in de voor hen meest gunstige en veelal onevenwichtige betaalvoorwaarden af te dwingen.

Een kmo is een onderneming, die op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst, niet meer dan één van volgende criteria overschrijdt:

  • een jaargemiddelde van maximaal 50 werknemers;
  • een jaaromzet van maximaal 9 miljoen euro (excl. btw);
  • een balanstotaal van maximaal 4,5 miljoen euro.

Indien een onderneming minstens 2 van voornoemde criteria overschrijdt, wordt zij beschouwd als “grote onderneming”.

De wet van 2 augustus 2002 betreffende de betalingsachterstand bij handelstransacties voorziet in een betalingstermijn van 30 dagen tussen ondernemingen. Niettemin is deze wettelijke betalingstermijn van 30 dagen slechts van suppletief recht en kunnen partijen anders bepalen door hiervan contractueel af te wijken.

Oorspronkelijk voorzag de wet niet in een maximale betalingstermijn, waarvan vooral grote ondernemingen gretig gebruik maakten om zichzelf lange betalingstermijnen toe te kennen. Dit ten nadele van kmo’s, die zich vaak geconfronteerd zagen met betalingstermijnen van meer dan 100 dagen.

De wetgever trachtte met de Wet van 28 mei 2019 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de betalingsachterstand bij handelstransacties een eerste maal paal en perk te stellen aan deze lange betalingstermijnen. Hierbij werd binnen het wettelijk kader dan ook voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen grote ondernemingen en kmo’s.

Meer bepaald werd een maximale betalingstermijn van 60 dagen opgelegd in de relatie tussen grote ondernemingen en kmo’s. Deze wetswijzing bleek evenwel niet sluitend te zijn. Partijen kwamen immers vaak een verificatietermijn overeen ter controle van de geleverde goederen en/of diensten. Voormelde verificatietermijn mocht maximaal 30 dagen bedragen, doch deze termijn werd veelal niet meegerekend in de betalingstermijn, waardoor de maximale betalingstermijn in feite nog steeds op 90 kalenderdagen werd gebracht, wat voor vele kmo’s nog te lang is.

Dit juridisch achterpoortje wordt voortaan gesloten. Met de nieuwe Wet van 14 augustus 2021 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de betalingsachterstand bij handelstransacties wordt de cumulatie van de verificatietermijn en de betalingstermijn  verboden. De verificatietermijn moet voortaan integraal deel uitmaken van de betalingstermijn, zodat de betalingstermijn in de praktijk maximaal 60 dagen blijft.

Deze maximale betalingstermijn van 60 dagen geldt bovendien niet enkel in de relatie tussen grote ondernemingen en kmo’s, maar werd uitgebreid en geldt tussen alle ondernemingen. De wetgever maakt hiermee dus komaf met het eerder gemaakte onderscheid tussen grote ondernemingen en kmo’s. Voortaan zullen ook grote ondernemingen onderling geen langere betalingstermijn dan 60 dagen kunnen overeenkomen. Bovendien geldt deze maximale betalingstermijn van 60 dagen ook bij handelstransacties tussen ondernemingen en overheidsinstanties, waarbij een overheidsinstantie schuldenaar is.

Ingeval een onderneming of overheidsinstantie toch een langere betalingstermijn zou bedingen, wordt dit beding als niet geschreven beschouwd en wordt terug gevallen op de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen. Niettemin voorziet de wet dat de Koning hiervan kan afwijken en voor bepaalde sectoren een langere betalingstermijn dan 60 dagen kan toestaan.

De wetgever heeft bovendien een verbod ingelast om contractuele afspraken te maken omtrent de ontvangstdatum van de factuur, om ervoor te zorgen dat de betalingstermijn niet kunstmatig kan worden verlengd. Hiernaast dient de schuldenaar alle informatie mee te delen aan de schuldeiser die nodig is om de factuur te kunnen uitreiken, en dit uiterlijk op het moment van ontvangst van de goederen en/of diensten.

De nieuwe wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 augustus 2021, en zal in werking treden op 1 februari 2022.

Voor meer informatie en/of vragen, kan u steeds terecht bij onze afdeling handels- en economisch recht.

Mr. Alexander Vanlessen