Update – Inschrijving in Kruispuntbank der Ondernemingen

ondernemingsrecht
Valerie Ghysen |

Belang correcte en volledige inschrijving

In een voorgaand nieuwsbericht werd uw aandacht reeds gevestigd op het belang van een correcte en vooral volledige inschrijving van uw onderneming in de Kruispuntbank der Ondernemingen. (correcte inschrijving in de KBO)

Indien u niet correct bent ingeschreven, of indien niet alle activiteiten van uw onderneming werden geregistreerd, loopt u het risico dat een vordering in het kader van een procedure voor de rechtbank onontvankelijk wordt verklaard. (belang van een juiste inschrijving)

Intussen is de wetgeving omtrent de inschrijving in de KBO geïntegreerd in het Wetboek Economisch Recht.

Met de hervorming van het ondernemingsrecht, heeft de wetgever een aantal begrippen en de regels omtrent de  mogelijke onontvankelijkheid van een vordering en de overdracht van het ondernemingsnummer gewijzigd, hieronder een korte samenvatting.

Wet van 15 april 2018

De Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht, bracht heel wat veranderingen met zich mee.

Zo werden onder andere de bewijsregels door en tegen ondernemingen gewijzigd, het begrip “handelaar” en “koopman” werd vervangen door “onderneming", en zo werd ook de rechtbank van Koophandel omgedoopt tot "Ondernemingsrechtbank".

De wet van 15 april 2018 trad op 1 november 2018 in werking.

Van onderneming naar “geregistreerde entiteit”

Sinds 1 november 2018 wordt voor wat betreft de inschrijving in de Kruispuntbank der Ondernemingen niet langer gesproken van een “onderneming”, maar van een “geregistreerde entiteit”. Dit, omdat niet enkel op “ondernemingen” een inschrijvingsverplichting rust, maar ook op andere “entiteiten”. Zo dienen bijvoorbeeld vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid die deelnemen aan het rechtsverkeer en rechten en verplichtingen met derden aangaat, ook over een inschrijving in de KBO te beschikken.

Versoepeling ontvankelijkheidsvoorwaarde bij gebrek aan inschrijving

Met de wetswijziging werden ook de ontvankelijkheidsvoorwaarden die gekoppeld zijn aan de verplichte inschrijving aangepast.

Volgens de vroegere regels, was in principe de dagvaarding waarop het ondernemingsnummer niet vermeld stond “nietig”, of was de vordering van een onderneming die niet bleek te zijn ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen “onontvankelijk”. De rechter kon deze nietigheid en onontvankelijkheid op eigen initiatief inroepen (Artikel III.26, §1 WER).

Vroeger kon de rechter bij gebrek aan vermelding van het ondernemingsnummer op de dagvaarding een uitstel verlenen om alsnog het bewijs van inschrijving bij te brengen. Deze regeling veronderstelde dat men wel was ingeschreven vóór het instellen van de vordering, maar dat men het nummer gewoon was vergeten te vermelden bij dagvaarding.

Sinds de wetswijziging, kan men ook een uitstel bekomen om zich alsnog daadwerkelijk in te schrijven in de KBO. Dus zelfs als men vooraf niet over een inschrijving beschikt, kan men dit in principe lopende de procedure zelfs nog in orde brengen.

Dit houdt een sterke versoepeling in van de vorige regelgeving.

Vreemd is wel dat de wetgever artikel III.26, §2 niet heeft gewijzigd. Dit artikel bepaalt dat een “entiteit” dient te zijn ingeschreven voor de activiteit waarop zijn vordering is gebaseerd. Men dient dus in principe niet gewoon te zijn ingeschreven, men dient over een “volledige” inschrijving te beschikken. Deze voorwaarde geldt ook op straffe van onontvankelijkheid van de vordering. Dit kan niet door de rechter zelf worden ingeroepen, maar dient door de tegenpartij te worden opgeworpen. De wetgever heeft bij de wijzigingen in 2018 geen uitstelmogelijkheid voorzien voor de partij die over een onvolledige inschrijving beschikt. Het is onduidelijk of de wetgever dit zo heeft gewild, of een wijziging gewoon werd vergeten… Rechtspraak zal hieromtrent meer duidelijkheid brengen.

Een inschrijving, en meer bepaald een correcte en volledige inschrijving blijft dus zelfs na de wijziging van belang.

Koninklijk Besluit van 21 december 2018 – Overdracht van ondernemingsnummer/vestigingseenheidsnummer

Een ondernemingsnummer wordt door de KBO aan een “geregistreerde entiteit” toegekend, aan een vestigingseenheid wordt een vestigingseenheidsnummer toegekend.

Een ondernemingsnummer behoort toe aan één welbepaalde entiteit. Voor entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid, is het ondernemingsnummer principieel onoverdraagbaar. Zelfs het ondernemingsnummer van een natuurlijk persoon kan niet worden overgedragen aan een entiteit met rechtspersoon, ook al bestaat die entiteit enkel uit die natuurlijke persoon.

Voor entiteiten met rechtspersoonlijkheid, is het ondernemingsnummer slechts in beperkte en door de wetgever bepaalde gevallen overdraagbaar, zoals bijvoorbeeld bij een fusie of splitsing van een vennootschap, of de inbreng om niet van een bedrijfstak in een VZW.

De overdracht kan enkel gebeuren op uitdrukkelijke vraag van de onderneming die bijvoorbeeld een fusie of splitsing plant, de aanvraag dient te gebeuren bij de beheersdienst van de KBO. Overdracht wordt enkel toegestaan indien aan strikte cumulatieve voorwaarden is voldaan. De belangrijkste voorwaarden zijn dat de hoofdactiviteit van de overdragende onderneming wordt voortgezet, en dat de overdragende onderneming ingevolge de verrichting ophoudt te bestaan.

Het KB van 21 december 2019 trad op 11 februari 2019 in werking.

Indien u vragen heeft omtrent uw inschrijving, of de overdracht van uw inschrijvingsnummer in het kader van een fusie, splitsing, of inbreng van een bedrijfstak helpen wij u uiteraard graag verder.

 

Valerie Ghysen