Steden en gemeenten: een bestuurlijke aanpak als extra troef in de strijd tegen (grensoverschrijdende) georganiseerde criminaliteit

Recente nieuwsberichten laten er geen twijfel over bestaan, Belgische gemeenten worden steeds meer geconfronteerd met (grensoverschrijdende) georganiseerde criminaliteit. Almaar vaker worden Limburgse en andere Belgische gemeenten geconfronteerd met onder andere criminele motorclubs, wiettelers en stortingen van het afval van drugslabs. Deze organisaties van de ‘onderwereld’ hebben ook een invloed op de ‘bovenwereld’. Zo wassen ze hun verdiende geld bijvoorbeeld wit in onder meer shishabars en carwashes. Mede ten gevolge van de doeltreffende (bestuurlijke) aanpak in Nederlandse gemeentes, worden de problemen en overlast regelmatig verschoven naar de Belgische gemeenten. Daardoor rijst de vraag wat Belgische gemeenten kunnen doen in de strijd tegen deze georganiseerde criminaliteit.

 

Eén van de zaken die een gemeente kan ondernemen in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit is investeren in een bestuurlijke aanpak. Onder een dergelijke aanpak wordt verstaan: “het geheel van preventieve en repressieve bestuurlijke maatregelen dat kan verhinderen dat de (georganiseerde) criminaliteit zich, verdoken onder legale activiteiten, in onze maatschappij kan vestigen of, met respect voor de basisbeginselen van een goede rechtspleging, ontdekte (georganiseerde) criminaliteit een halt kan toeroepen of kan sanctioneren”. Met andere woorden de paraplu aan mogelijkheden die een bestuur heeft om georganiseerde criminaliteit te voorkomen of sanctioneren.

 

Zo hebben gemeenten de mogelijkheid om in een politiereglement of politieverordening op te nemen dat motorclubs, zowel de malafide als bonafide, die een clubhuis wensen op te richten een vergunning dienen aan te vragen. De gemeente kan de vergunning eenvoudigweg weigeren of wanneer er toch een vergunning wordt verleend deze onmiddellijk intrekken indien er zich problemen of ongeregeldheden voordoen. De stad Genk is één van de voorlopers en heeft bijvoorbeeld een politieverordening betreffende clubhuizen van motorclubs waardoor motorclubs verplicht worden over een uitbatingsvergunning te beschikken. Dergelijke verordeningen en reglementen werden in de voorbije jaren door meer en meer gemeenten ingevoerd in de strijd tegen criminele motorbendes. Daarnaast kunnen gemeenten tijdelijk of permanent etablissementen sluiten indien ze niet voldoen aan bepaalde voorwaarden zoals een drankvergunning of aan de eisen van brandveiligheid. Door dergelijke maatregelen kunnen criminele organisaties beseffen dat het in deze gemeente moeilijk is om bijvoorbeeld hun geld ongestoord wit te wassen waardoor ze zullen uitwijken naar een andere gemeente, het zogenaamde waterbedeffect.

Door de doeltreffende en efficiënte toepassing van de bestuurlijke aanpak, kan een dergelijke aanpak een goede, laagdrempelige en preventieve aanvulling zijn op een strafrechtelijke aanpak. Van dit bestuurlijk instrumentarium  kan nuttig gebruik worden gemaakt door lokale overheden om criminele activiteiten te dwarsbomen. Essentieel is m.i. wel het complementair karakter van de bestuurlijke aanpak. Een dergelijke aanpak kan niet los worden gezien van een strafrechtelijke aanpak die een onmisbare schakel vormt in het geheel van instrumenten om de groeiende criminaliteit te stoppen.

 

Veel gemeentes zijn zich echter niet of onvoldoende bewust van de mogelijkheden die een goed ontwikkelde bestuurlijke aanpak biedt. Dit maakt dat er nog veel ruimte is voor verbetering, bijvoorbeeld wat betreft de informatie-uitwisseling tussen de verschillende diensten in een gemeente, tussen gemeenten onderling en met andere Europese landen. Wat deze onderlinge informatie-uitwisseling betreft zijn de laatste jaren in Limburg wel al stappen gezet met onder meer de oprichting van het ‘ARIEC Hasselt’ dat gemeenten ondersteunt in de ontwikkeling en toepassing van een bestuurlijke aanpak en de oprichting van het ‘EURIEC’ dat zich richt op de informatie-uitwisseling tussen België, Duitsland en Nederland.

 

Ons kantoor staat zowel steden, gemeenten als vermeende criminele organisaties bij wat betreft het strafrechtelijke- en het bestuurlijke luik van handhaving.

Kilian Stulens