SOCIAAL RECHT – newsflash rechtspraak

Op 6 februari 2018 oordeelde het Hof van Justitie dat de nationale rechter geen rekening moet houden met een afgeleverde A1-verklaring wanneer deze op frauduleuze wijze is verkregen of ingeroepen.

Of er sprake is van fraude moet, volgens het Hof van Justitie, worden afgeleid uit zowel een objectief als een subjectief element. Het objectief element bestaat erin dat niet voldaan is aan de voorwaarden om een A1-verklaring te kunnen verkrijgen. Het subjectieve element betreft de intentie van de betrokkenen om de voorwaarden voor afgifte van deze verklaring te omzeilen of te ontduiken teneinde op die manier het eraan verbonden voordeel te verkrijgen.

Een A1-verklaring kan dus frauduleus verkregen zijn via een opzettelijk handelen, zoals de onjuiste voorstelling van de werkelijke situatie van de gedetacheerde werknemer of de onderneming die deze werknemer detacheert, dan wel door een opzettelijk nalaten, zoals het achterhouden van relevante informatie met de bedoeling de toepassingsvoorwaarden van een A1-verklaring te ontduiken, aldus het Hof. (arrest C-359/16, randnr. 53)

De nationale rechter mag het A1-formulier dat frauduleus is volgens het Hof evenwel slechts buiten toepassing laten indien vaststaat dat eerst een verzoek werd gericht aan de bevoegde instantie van de uitzendende lidstaat om de A1-verklaring in heroverweging te nemen en in te trekken wegens fraude en deze instantie hieraan geen gevolg heeft gegeven (binnen een redelijke termijn).

In de rand van haar beslissing heeft het Hof van Justitie benadrukt dat volgende beginselen moeten gegarandeerd blijven:

  • Het beginsel van loyale samenwerking tussen de lidstaten: het orgaan van afgifte is verplicht om de feiten naar behoren te beoordelen en de juistheid van de gegevens in de A1-verklaring te garanderen, eventueel te heronderzoeken en desgevallend de verklaring in te trekken in geval van fraude;
  • Het beginsel van wederzijds vertrouwen: de verklaring schept een vermoeden van regelmatigheid en is bijgevolg bindend voor het bevoegde orgaan van de ontvangende lidstaat. Zolang een verklaring niet werd ingetrokken, kan de ontvangende lidstaat de betrokken werknemer niet aan zijn eigen socialezekerheidsregeling onderwerpen.
  • Het recht op een eerlijk proces: de personen die ervan verdacht worden onder de dekmantel van de frauduleus verkregen verklaringen een beroep te hebben gedaan op gedetacheerde werknemers, moeten de kans krijgen om deze beschuldigen te weerleggen.

De waarde van een A1- verklaring is bijgevolg niet meer onweerlegbaar zodat het ook niet meer onomstotelijk vaststaat dat gedetacheerde werknemers met een afgeleverde A1-verklaringen onder het socialezekerheidsstelsel van de afleverende lidstaat vallen.

Tine VANDEURZEN                                                        Ilse DECLERCK

Tine.vandeurzen@gevaco.be                                  ilse.declerck@gevaco.be