SCHIKKEN MET DE DOUANE: EEN SCHAAKSPEL ZONDER REGELS?

Fiscaal recht
Charline De Coster |

De materie omtrent douane en accijnzen vormt een aparte tak binnen het fiscaal strafrecht, met verschillende afwijkingen ten aanzien van de gewone strafrechtelijke regels. Zo kent het douanerecht eigen strafbaarstellingen en wordt de strafvordering uitgeoefend door de Administratie. Het is bovendien een erg repressieve materie in vergelijking met andere takken van het fiscaal recht. Het zal u dus allicht niet verbazen dat er ook op het vlak van de schikking andere spelregels gelden dan in de gewone (fiscale) strafprocedure.

Artikel 263 van de Algemene Wet Douane en Accijnzen (AWDA) voorziet dat er voor alle overtredingen inzake douane en accijnzen, door of op autorisatie van de Administratie, kan worden “getransigeerd” (tot een schikking of een transactie komen), als er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn of als het aannemelijk is dat het misdrijf aan verzuim of abuis te wijten is, en niet aan opzettelijke fraude moet worden toegeschreven. Het Hof van Cassatie heeft in 2011 een lange discussie in de rechtsleer beslecht door te stellen dat deze “transacties” tussen de Administratie en de belastingplichtige als dadingen kwalificeren.

Door een dergelijke dading af te sluiten, wordt de strafvordering beëindigd. De Administratie ziet dus af van verdere vervolging, en in ruil zal de belastingplichtige bepaalde handelingen (niet) stellen, bijvoorbeeld een bepaalde som betalen of afstand doen van in beslag genomen goederen. De mogelijkheid tot dading slaat weliswaar enkel op de straffen die aan het misdrijf gekoppeld zijn en niet op de verschuldigde belasting zelf. De betaling daarvan wordt echter wel steeds in het dadingsvoorstel opgenomen, als voorwaarde voor de definitieve beslechting van het geschil.

De Administratie heeft overigens een zeer grote vrijheid in de toepassing van artikel 263 AWDA. Zij beoordeelt vrij of er verzachtende omstandigheden zijn, aan wie een schikking wordt voorgesteld en welke voorwaarden daarbij zullen gelden. De enige beperking lijkt artikel 264 AWDA, dat een dading verbiedt wanneer men aan het oogmerk van opzettelijke fraude niet kan twijfelen en het misdrijf als voldoende bewijsbaar moet worden beschouwd. Het is echter ook hier de Administratie die soeverein oordeelt of het frauduleus oogmerk al dan niet aanwezig is, waardoor zij vrij kan beslissen om zelfs bij fraude tot een dading over te gaan.

Tot slot kan men tot een dading overgaan zolang er geen definitief eindvonnis/-arrest werd uitgesproken door een strafrechter. De Administratie kan dus doorheen de hele procedure een schikking voorstellen, zelfs tot bij het Hof van Cassatie. Het Openbaar Ministerie heeft daarover geen enkele zeggenschap. Deze verregaande mogelijkheid vloeit voort uit het feit dat de Administratie de strafvordering niet enkel uitoefent, maar er ook vrij over beschikt. Zij kan bijgevolg op elk ogenblik beslissen er een einde aan te maken, uiteraard op voorwaarde dat de belastingplichtige akkoord gaat met een dading.

In 2011 wenste men dit ruime temporele kader uit het douanerecht ook toe te passen op de minnelijke schikking in gewone strafzaken en dus schikkingen toe te laten zolang er geen vonnis of arrest was dat kracht van gewijsde had gekregen. Deze regeling is in het gewone strafrecht echter al na enkele jaren ongedaan gemaakt.

Artikel 216bis, §2 Wetboek van Strafvordering bepaalt nu immers dat een minnelijke schikking nog steeds kan als de zaak reeds aanhangig is bij de strafrechter ten gronde, maar enkel voor zover er nog geen eindvonnis of eindarrest is gewezen in strafzaken. Een zaak die in hoger beroep is, of zelfs al aanhangig is bij het Hof van Cassatie, is dus niet meer vatbaar voor een minnelijke schikking. Dat is dus helemaal anders dan in douanezaken, waar men, zoals gezegd, zelfs nog tijdens de cassatieprocedure kan schikken.

Uit dit alles kunnen we concluderen dat het douanerecht een bijzondere materie uitmaakt, en dat  u toch best wat op uw hoede bent als u ermee in aanraking komt, ook bij een eventuele minnelijke schikking. Om het in schaaktermen uit te drukken: let op met een gambiet in douanezaken, want u staat sneller schaakmat dan u denkt!

Mr. Charline De Coster