(ON)MOGELIJKHEID TOT UITVOERING VAN VONNISSEN

Gerechtelijk Recht
Katleen Lemmens |

Als advocaten staan wij partijen bij teneinde hun rechten te vrijwaren.  Wanneer de rechtbank de geformuleerde aanspraken bevestigt en een partij derhalve in het gelijk stelt in een vonnis, is het niet ongebruikelijk dat de tegenpartij desondanks niet overgaat tot uitvoering van hetgeen door de rechtbank bevolen is. In dat geval dient beroep gedaan te worden op een gerechtsdeurwaarder.  Deze zal de nodige stappen zetten teneinde de gedwongen uitvoering van een vonnis te bekomen.   

In geval men recht heeft op bepaalde geldsommen kan de deurwaarder overgaan tot het leggen van uitvoerend beslag op, en nadien verkoop van, roerende of onroerende goederen eigendom van de debiteur, tot het leggen van loonbeslag, …  In huurzaken zal de uitvoering van een vonnis door de deurwaarder vaak gepaard gaan met een gedwongen uithuiszetting van de bewoners uit het verhuurde pand. 

Bij het uitbreken van het coronavirus begin dit jaar werd ook van gerechtsdeurwaarders verwacht dat zij hun bijdrage zouden leveren teneinde de verdere verspreiding van het virus zoveel als mogelijk te beperken. In een poging om een correct en gepast evenwicht te vinden tussen de continuïteit van de openbare dienst en de volksgezondheid werd op 16 maart 2020 door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders een richtlijn uitgevaardigd waarin opgenomen was dat de gedwongen tenuitvoerlegging van vonnissen enkel plaats mocht vinden indien er sprake was van een duidelijke hoogdringendheid. Alle niet dringende uitvoeringsmaatregelen dienden te worden opgeschort.  

Uithuiszettingen werden in Vlaanderen nadien uitdrukkelijk verboden bij Besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 2020. Dit tot en met 17 juli 2020. Het kon dus zijn dat hoewel een huurovereenkomst begin dit jaar ontbonden werd door de vrederechter de huurders, bij gebreke aan vrijwillige naleving van het vonnis, nog maanden in het onroerend goed van de verhuurder bleven verder wonen. Dit vaak met alle gevolgen vandien voor de verhuurder … 

Bij wet van 20 mei 2020 werd vervolgens door de overheid aan de deurwaarders een effectief verbod opgelegd om uitvoerend beslag te leggen indien dit diende te gebeuren op de woonplaats van de betrokken debiteur, de reeds gelegde uitvoerden beslagen op de woonplaats dienden te worden geschorst, en daarnaast was het eveneens verboden om tegen particulieren bewarend of uitvoerend beslag onder derden dat de betaling van een geldsom tot voorwerp had te leggen. Dit van 30 mei tot 17 juni 2020.    

Na afloop van de eerste lockdown werden de uitvoeringsactiviteiten door de gerechtsdeurwaarders hernomen. Het moge evenwel duidelijk zijn dat dit allesbehalve evident was gelet op het grote aantal dossiers dat geactiveerd diende te worden. 

In navolging van het Ministerieel Besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, ging de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders recent opnieuw over tot uitvaardiging van een richtlijn. Andermaal werden er door de beroepsgroep een aantal beperkingen opgelegd aan hun leden die betrekking hebben op de uitvoering van vonnissen.    

Uitzetting van iemand op zijn domicilieadres wordt in de richtlijn opnieuw verboden.   Uitzondering hierop zijn de uithuiszettingen waarvan op voorhand geweten is dat de bezetter het pand reeds verlaten heeft. Als ter plaatse vastgesteld wordt dat er toch nog iemand in het pand verblijft, moet de deurwaarder zich evenwel terugtrekken.  Uitzettingen van niet gesloten ondernemingen blijven mogelijk. 

Het leggen van beslag (zowel bewarend, als uitvoerend) op het domicilieadres van de debiteur in het kader van incasso is ingevolge de nieuwe richtlijn evenmin nog langer mogelijk. 

Beslag leggen bij bedrijven die niet gesloten zijn omwille van corona kan daarentegen wel. 

Tot slot, aangezien de aan de deurwaarder opgelegde beperkingen geacht worden niet te rijmen met de organisatie van openbare verkopen in veilingzalen, worden ook al de verkopen uitgesteld tot ten vroegste 11.01.2021. Er worden dus geen nieuwe verkopen van in beslag genomen goederen meer ingepland vóór 11.01.2021, en al de reeds geplande verkopen worden uitgesteld tot na die datum. 

Noch op het vlak van de uithuiszettingen, noch op het vlak van de incasso werden er op dit ogenblik in Vlaanderen wetgevende initiatieven genomen. Hoewel begrip getoond kan worden voor de taken van een gerechtsdeurwaarder in moeilijke omstandigheden, alsook de moeilijke omstandigheden waarin sommige debiteuren zich momenteel bevinden, menen wij dat de vraag dient gesteld te worden of er met het uitvaardigen van deze richtlijn geen onaanvaardbare onevenredigheid gecreëerd wordt tussen de positie van schuldeiser en schuldenaar, en in het bijzonder of de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarder wel bevoegd is om dergelijke maatregelen op te leggen aan de deurwaarders.  

In Brussel werd er ondertussen op 4 november laatstleden door de Minister-President wel een besluit uitgevaardigd dat uithuiszettingen verbiedt tot en met 13 december 2020.  Uitzonderingen hierop zijn de uithuiszettingen die worden gerechtvaardigd door een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de openbare veiligheid. 

In Vlaanderen is dit, zoals gezegd, vooralsnog niet gebeurd. 

Wij volgen de situatie verder op en houden u up to date! 

Mr. Katleen Lemmens