MAG IK NOG EEN STAL ZETTEN VOOR MIJN HOBBYDIEREN ?

Administratief recht
Wim Mertens |

Probleemstelling

In agrarisch gebied mogen mits voorafgaande omgevingsvergunning natuurlijk stallen voor dieren gebouwd worden. Dit kadert dan onder de agrarische of para-agrarische activiteiten en de beroepslandbouw.

Meer problematisch wordt het voor mensen die als “hobby” paarden, schapen, geiten of andere dieren hebben. Zo oordeelde de Raad van State en later de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat het houden van paarden voor hobbydoeleinden in strijd is met de bestemming ‘agrarisch gebied’. Eigenaars van dergelijke gronden konden dus niet zomaar een stal bouwen in de weide die zij bezaten. Dit leidde tot grote ontevredenheid bij de houders van hobbydieren. Het argument dat die dieren toch beschut moesten kunnen zitten in een stal, was niet voldoende om een bouwvergunning te krijgen.

Enkel in woongebied kon soms een kleine stal voor zover dat verenigbaar was met de onmiddellijke omgeving en de ruimtelijke ordening.

 

Codextrein

Op 8 december 2017 keurde het Vlaams Parlement een wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening goed.

Op grond van het nieuwe artikel 4.4.8/2 wordt het mogelijk om per hoofdzakelijk vergunde woning één stal voor weidedieren, die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, vergund te krijgen in een gebied met een gebiedsaanduiding die tot de categorie landbouw behoort (bv. Agrarisch gebied).

Dit is enkel mogelijk voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn. Een vergunning voor het oprichten van een hobbystal kan bijgevolg enkel worden afgeleverd indien er geen bestaande stallen of andere constructies zijn die kunnen worden aangepast, omgebouwd of uitgebreid tot hobbystal.

Uit de aanvraag moet blijken dat de aanvrager effectief weidedieren houdt of zal houden en dat hij voldoende graasweiden in eigendom, in pacht of in gebruik heeft in verhouding tot het aantal dieren waarvoor een stal wordt voorzien. De stal kan enkel gebruikt worden voor het verblijf van weidedieren eventueel in combinatie met een beperkte bergruimte in functie van dit verblijf (bv. hooi, voeder…). 

 

Specifieke voorwaarden

De stal moet in de onmiddellijke nabijheid (binnen een straal van 50 m) van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning worden opgericht.

De kroonlijsthoogte van de stal mag maximaal 3,5 m bedragen.

De maximumoppervlakte bedraagt 120m² per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200m2. De omvang van de stal moet in verhouding staan tot de aard en het aantal weidedieren waarvoor de stal bestemd is en de noodzaak van de stal. 

De stal wordt niet opgericht in ruimtelijk kwetsbaar gebied (bv natuurgebied) of in de gebieden die staan aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als bouwvrij agrarisch gebied en agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.

Verval

Als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft, vervalt de verkregen omgevingsvergunning voor dergelijke stal.  Dus let goed op dat u de stal niet te lang laat leeg staan !

De sanctie van verval houdt ook in dat binnen de zes maanden na het verval van de vergunning de stal moet worden afgebroken.

Op deze manier kunnen gebieden die eigenlijk hoofdzakelijk zijn bestemd voor landbouw opnieuw gebruikt worden voor professionele landbouw in geval van langdurig ongebruik door de hobbylandbouwer. 

 

Wim MERTENS