JONGE STIER OVERMOEDIG DOOR OVERVLIEGENDE STRAALJAGERS OF TOCH NIET ...?

Een jonge stier stond in de stal van een melkveehouder op 2 kilometer van een militair vliegveld waar, naar jaarlijkse traditie, in september een vliegshow werd gehouden.

De buurtbewoners, waaronder vele veehouders, ontvangen tijdig het programma van de activiteiten zodat zij in de mogelijkheid zijn de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen en hun dieren op stal te zetten.

Op de derde dag van de show brak een jonge stier zijn poot na een sprong op de voederbak. Er waren geen getuigen in de stal, zodat niet kan aangetoond worden wat de stier precies getriggerd heeft om een dergelijke sprong te maken.

De eigenaar en zijn buurman stelden de kwetsuur aan de poot vast. De veearts kwam ter plaatse en besloot de stier te euthanaseren.

De organisatoren van de vliegshow werden aangesproken door de melkveehouder voor het verlies van de stier op grond van art. 544 BW en 1382 BW. Volgens de veehouder was de sprong op de voederbak ingegeven door een paniekreactie van de stier door het oorverdovende lawaai en gedender van een overvliegende F 35.

De schade zou 2.000 euro bedragen omdat een noodslachting om het vlees te recupereren, niet meer mogelijk zou geweest zijn.

Verklaringen van de veearts, de buurman en een vooraf opgestelde verklaring ondertekend door een tiental omwonenden van de vliegbasis werden bijgebracht ter staving van de feiten en de oorzaak van de het schadegeval.

Noch de “getuigen”, noch de veehouder hadden de sprong van de stier effectief gezien. Wel verklaarden zij allemaal dat het lawaai van de vliegtuigen veel erger was dan ooit. Deze overtuiging was ingegeven door het feit dat de F 35, waarvan beweerd wordt dat deze veel meer lawaai zou maken dan zijn voorganger de F 16, zou deelgenomen hebben aan de show. De F 35 had die dag echter niet gevlogen. Dit nieuwe toestel was enkel aanwezig ter bezichtiging door de vliegtuigspotters.

Ook werd niet bewezen dat een ander toestel was overgevlogen wanneer de stier zijn poot brak.

De vrederechter verklaarde de vordering op grond van burenhinder (oud art. 544 BW) ongegrond. Hij oordeelde dat het loutere feit van de gehouden airshow, zelfs met straaljagers, niet impliceert dat in de gegeven omstandigheden, de hinder abnormaal en buitensporig was, laat staan dat er een oorzakelijk verband zou zijn met de schade (verwonding stier). De veehouder had volgens de rechter getuigenissen verzameld ter bevestiging van zijn eigen verklaring. De getuigenissen hadden een sterk subjectief karakter en werden niet bevestigd of zelfs ondersteund door objectieve gegevens.

De veeboer erkende ook dat hij bij de vorige vliegshows nooit hinder had ondervonden. Er was toen geen verbreking van evenwicht tussen de erven. Inzake werd niet aangetoond wat er de dag van het schadegeval dan anders zou geweest zijn. De bewijslast hiervan ligt bij de veehouder.

Het stond ook vast de dat militaire luchthaven al heel lang in gebruik was vooraleer de veeboer in de omgeving zijn activiteiten startte.

De rechter oordeelde dat evenmin het oorzakelijk verband met de schade werd bewezen. Niemand had gezien hoe de stier zich verwond had.

De vordering op grond van art. 1382 BW (foutaansprakelijkheid) werd eveneens ongegrond verklaard. Er werd niet aangetoond welke geluidsnormen of andere normen zouden overtreden zijn of welke algemene zorgvuldigheidsnorm zou geschonden zijn. De show vond plaats volgens vooraf bepaalde normen en routes, onder toezicht van een onafhankelijk controlemechanisme. Tenslotte oordeelde de vrederechter dat ook hier het oorzakelijk verband tussen de beweerde fout en de schade om dezelfde redenen, niet werd aangetoond. (Vred. Houthalen 14 september 2021, onuitgegeven)

Het bewijs van de feiten van een schadegeval is een essentieel element om een gunstig resultaat te bekomen in een gerechtelijke procedure. Het is dan ook belangrijk om onmiddellijk een goed dossier op te bouwen. Heeft U een schadegeval? Raadpleeg ons tijdig.

Mr. Ann Van Dijck