"Heksenkaas” v. “Witte Wievenkaas”, worden smaken auteursrechtelijk beschermd?

Michiel Beutels |

Op 25 juli 2018 werd er een belangrijke stap gezet in de beantwoording van bovenvermelde vraag, die een van de meest prangende vragen uitmaakt in het rechtsdomein van het auteursrecht.

Die kwestie over het begrip “werk” en de omvang van de auteursrechtelijke bescherming ervan kwam naar voor in de zaak Levola Hengelo BV / Smilde Foods BV (HvJ, C-310/17).

De meest pertinente feiten in bovenvermelde zaak kunnen worden samengevat als volgt:

Levola Hengelo BV sloot in 2007 met een Nederlandse handelaar in groenten en versproducten een overeenkomst op basis waarvan eerstgenoemde de intellectuele eigendomsrechten verkreeg met betrekking tot het product “Heksenkaas”, een smeerdip met roomkaas en verse kruiden;

sinds 2014 produceert Smilde Foods BV het gelijkaardige product genaamd “Witte Wievenkaas” voor een supermarktketen in Nederland;

vervolgens stelde Levola Hengelo BV een stakingsvordering in tegen Smilde Foods BV wegens een inbreuk op haar auteursrechten op de smaak van de “Heksenkaas” als gevolg van de productie en de verkoop van de sterk gelijkende “Witte Wievenkaas”;

de eerste rechter wees de vordering van Levola Hengelo BV af als ongegrond. In graad van beroep werd de zaak verwezen naar het Hof van Justitie, die zich moet buigen over een reeks cruciale prejudiciële vragen.

Volgens de verwijzende rechter, het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, is de kernvraag in deze zaak of de smaak van een voedingsmiddel auteursrechtelijk kan worden beschermd.

In de rechtspraak en rechtsleer wordt een gelijkaardige discussie gevoerd over de auteursrechtelijke bescherming van een geur.

Zo heeft de Hoge Raad in Nederland met een arrest van 16 juni 2006 in de zaak Lancôme (ECLI:NL:HR:2006:AU8940) de mogelijkheid van auteursrecht op de geur van een parfum als principe aanvaard. Anderzijds heeft het Franse Hof van Cassatie de mogelijkheid van auteursrechtelijke bescherming van een geur categorisch van de hand heeft gewezen, met name in het arrest van 10 december 2013 (ECLI:FR:CCASS:2013:CO01205).

De hoogste nationale rechterlijke instanties in de Unie zijn dus verdeeld over de vraag of een geur zich voor auteursrechtelijke bescherming leent.

In Levola Hengelo BV / Smilde Foods BV luidde de kernvraag als volgt: verzet het Unierecht zich ertegen dat de smaak van een voedingsmiddel – als eigen intellectuele schepping van de maker – auteursrechtelijk beschermd wordt?

Meer algemeen werd er verduidelijking gezocht over welke creaties kunnen vallen onder het begrip “werk”, of auteursrechtelijke bescherming enkel kan worden verleend aan creaties die met het oog en/of het gehoor kunnen worden waargenomen en of de (mogelijke) instabiliteit van een voedingsmiddel en/of het subjectieve karakter van de smaakervaring eraan in de weg staan om de smaak van een voedingsmiddel als auteursrechtelijk beschermd werk aan te merken.

In zijn opinie van 25 juli behandelde Advocaat-Generaal Wathelet die vragen.

AG Wathelet stelt dat de smaak van een voedingsmiddel geen raakvlakken vertoont met een van de door het WIPO-verdrag inzake het auteursrecht beschermde “werken” en geen enkele andere bepaling van internationaal recht auteursrechtelijke bescherming aan de smaak van een voedingsmiddel verleent.

Verder benadrukt AG Wathelet nogmaals het essentiële onderscheid tussen een idee (dat uiteraard niet auteursrechtelijk is beschermd) en de uitdrukkingsvorm ervan (waaraan onder bepaalde voorwaarden wel auteursrechtelijke bescherming wordt verleend) door te herhalen dat auteursrechtelijke bescherming betrekking heeft op oorspronkelijke uitdrukkingsvormen, en niet op denkbeelden, procedures, werkwijzen of mathematische concepten als zodanig.

Hij is van mening dat de vorm waarin een recept wordt uitgedrukt (uitdrukkingsvorm) weliswaar auteursrechtelijk kan worden beschermd als de uitdrukkingsvorm oorspronkelijk is, maar het auteursrecht het recept als zodanig (denkbeeld) niet beschermt. Dat onderscheid wordt in het Engels idea/expression dichotomy genoemd.

Bovendien moeten die oorspronkelijke uitdrukkingsvormen voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar zijn en lijkt, volgens AG Wathelet, gelet op de huidige stand van de techniek de nauwkeurige en objectieve identificatie van een smaak of geur op dit moment niet mogelijk.

Dat smaken zelf vergankelijk, vluchtig en instabiel zijn, pleit tegen de nauwkeurige en objectieve identificatie ervan, en derhalve tegen de kwalificatie ervan als werken in de zin van het auteursrecht.

AG Wathelet komt dan ook tot het besluit dat smaken niet auteursrechtelijk worden beschermd.

Het valt af te wachten of het Hof van Justitie de opinie van de Advocaat-Generaal zal volgen.

Wordt vervolgd.

Michiel Beutels