HEEFT U RECHT OP BIJSTAND VAN EEN ADVOCAAT EN/OF TOLK BIJ EEN CONTROLE DOOR DE DOUANEAUTORITEITEN?

Strafrecht
Louisa Van Looy |

Recent stond ons kantoor een beklaagde bij in een zaak waarin een interessante vraag rees: wanneer de douane inlichtingen van u wenst in te winnen, heeft u dan recht op bijstand van een advocaat en/of een tolk?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet eerst een en ander worden uitgeklaard.

1. Bijstand van een advocaat

In navolging van het baanbrekende Salduz-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – waaraan de Belgische wetgeving vervolgens werd aangepast – heeft u wanneer u als verdachte wordt verhoord, tijdens de volledige duur van de strafprocedure recht op vertrouwelijk voorafgaand overleg met een advocaat en recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kadert dit recht binnen de fundamentele waarborgen van een eerlijk proces. Een verklaring die tijdens een verhoor wordt afgelegd in strijd met dit recht, mag dan ook niet worden aangewend om een veroordeling op te baseren.

Aangezien de Salduz-rechtspraak van toepassing is op verhoren, is het belangrijk om te weten wat nu precies als een verhoor moet worden beschouwd.

Artikel 47bis van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) omschrijft een verhoor als een gerichte ondervraging over strafbare feiten die ten laste gelegd kunnen worden aan een persoon, door een daartoe bevoegde ambtenaar, opgenomen in een proces-verbaal, in het kader van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek, met als doel het ontdekken of achterhalen van de waarheid.

Wanneer u nu bijvoorbeeld op de luchthaven wordt tegengehouden door de douaneautoriteiten om na te gaan of u mogelijk cash gelden bij u draagt, rijst de vraag of het inwinnen van deze inlichtingen door de douaneambtenaren moet worden beschouwd als een “verhoor”. Zo ja, dan heeft u op basis van de Salduz-rechtspraak en -wetgeving recht op bijstand van een advocaat.

Het Hof van Cassatie heeft zich reeds over deze kwestie gebogen. In zijn arrest van 5 november 2019 heeft het Hoogste Gerechtshof enkele handvaten aangereikt om aan de hand van de feitelijke omstandigheden van de zaak te kunnen beoordelen of er bij een douanerechtelijke controle in een specifiek geval sprake is van een verhoor in de zin van artikel 47bis Sv.

Zo oordeelde het Hof dat rekening moet worden gehouden met de aard en met het doel van de controle, met de bevoegdheden van de ambtenaar en, in het licht van het geheel, met de vanzelfsprekendheid en de omvang van de ondervraging.

Het Hof verduidelijkt hierbij dat het gegeven dat vastgestelde feiten tijdens een controle zouden kunnen wijzen op een strafbaar feit of zouden kunnen leiden tot een strafvervolging, niet impliceert dat de vragen die tijdens zo’n controle worden gesteld, beschouwd moeten worden als een verhoor.

Anders gesteld, een douaneambtenaar die tijdens een controle bepaalde vragen om informatie stelt met de bedoeling om zich een concreet idee te kunnen vormen van de vastgestelde feiten, neemt geen verhoor af in de zin van art. 47bis Sv. In dat geval zijn de hierboven geschetste Salduz-waarborgen niet van toepassing. U heeft bijgevolg geen recht op voorafgaand vertrouwelijk overleg, noch bijstand van een advocaat.

Er moet wel worden gewezen op het feit dat iedere zaak in concreto moet worden beoordeeld om uit te maken of er louter sprake is van het inwinnen van informatie, dan wel van een verhoor in de zin van art. 47bis Sv.

2. Bijstand van een tolk

Indien uit de feitelijke omstandigheden van de zaak blijkt dat de douanerechtelijke controle moet worden beschouwd als een verhoor in de zin van art. 47bis Sv, heeft u naast het recht op bijstand van een advocaat, tevens recht op bijstand van een beëdigd tolk. Een verklaring die werd afgelegd zonder de bijstand van een tolk, kan dan ook niet in aanmerking worden genomen voor een veroordeling.

Wanneer de douaneambtenaren geen verhoor hebben afgenomen, maar louter inlichtingen hebben ingewonnen, is de situatie complexer. In dat geval is het recht op bijstand van een beëdigd tolk niet wettelijk geregeld. In de zaak waarin ons kantoor recent betrokken was, oordeelde het Hof van Beroep van Brussel dat met de verklaringen die de beklaagde, die de Nederlandse taal niet machtig is, ten aanzien van de douaneautoriteiten had afgelegd zonder bijstand van een beëdigd tolk, zonder dat hij gewezen was op zijn zwijgrecht en zonder de mogelijkheid tot overleg met of bijstand van een advocaat, niet in aanmerking konden worden genomen voor een veroordeling.

Dit betekent evenwel niet dat met de door de douane gerealiseerde informatiegaring helemaal geen rekening zou mogen worden gehouden. De bewijswaarde van inlichtingen die u zou hebben verstrekt zonder de bijstand van een tolk, zal door de rechter worden beoordeeld. De rechter zal in dat geval rekening houden met alle concrete omstandigheden van de zaak. De omstandigheid dat de communicatie tussen de douaneambtenaren en u plaatsvond in een taal die u niet machtig bent en zonder bijstand van een tolk zal daarbij in rekening worden gebracht.

Het feit dat u informatie heeft gegeven zonder de bijstand van een tolk, impliceert dus niet noodzakelijk de schending van de rechten van verdediging. De rechter zal steeds een globale beoordeling maken en zal bijvoorbeeld nagaan of u in een later stadium de kans heeft gekregen om een verklaring af te leggen in een taal die u wel meester bent en of u zich voor de rechter heeft kunnen verdedigen.

Bij het verstrekken van “uitleg” aan de douanediensten, is dus zeker ook waakzaamheid geboden. Hetgeen u verklaart, zelfs zonder bijstand van een tolk en een advocaat, kan door een rechter als “informatiegaring” mee in de weegschaal worden gelegd bij de beoordeling van uw dossier. Anything you say, can and will be used against you… 

Voor deze maar ook andere douanerechtelijke vragen, kan u terecht bij Mr. Lore Gyselaers en Mr. Louisa Van Looy.