GRONDWETTELIJK HOF SLEUTELT AAN HET NIEUWE JEUGDDELINQUENTIEDECREET

Kato Laeremans |

In 2019 bracht de wetgever nieuwe wetgeving op de plank voor jongeren die onder de leeftijd van achttien jaar misdrijven plegen. Deze wetgeving wordt nu lichtjes aangepast, op verzoek van het Grondwettelijk Hof.

Het jeugddelinquentiedecreet bepaalt welke maatregelen of sancties jeugddelinquenten kunnen krijgen, naar aanleiding van een begane misstap. Een langdurige gesloten begeleiding in een gemeenschapsinstelling was één van de opties die een jeugdrechter zou kunnen opleggen.

Deze langdurige gesloten begeleiding kon opgelegd worden aan alle jongeren jonger dan 18 jaar voor een periode van twee, vier of zeven jaar, afhankelijk van de leeftijdscategorie. Omdat dergelijke maatregel zéér ingrijpend is, was deze maatregel voor alle jongeren onder zestien jaar slechts mogelijk in uitzonderlijke omstandigheden. Het is net op dat punt dat het Grondwettelijk Hof heeft ingegrepen.

Het Grondwettelijk Hof vindt langdurige gesloten begeleiding onder zestien jaar een stap te ver, en wel om de reden van ‘uitzonderlijke omstandigheden’. Deze term is vaag en zet de deur open voor willekeur, waardoor het botst op het wettigheidsbeginsel. Voor jongeren is het momenteel onduidelijk wat de gevolgen zijn als men strafbare feiten pleegt, aldus het Grondwettelijk Hof. Het opleggen van een langdurige gesloten begeleiding in een gemeenschapsinstelling aan jongeren onder zestien jaar zal in de toekomst aldus niet meer mogelijk zijn.

Voorts bepaalt het decreet met welke elementen een jeugdrechter in de weegschaal moet leggen om een gepaste reactie te kiezen. Het gaat om ernst van de feiten, de schade en gevolgen voor het slachtoffer, de maturiteit en persoonlijkheid van de minderjarige  delictpleger, (het risico op) recidive, de veiligheid van de maatschappij, de leefomgeving van de minderjarige delictpleger en diens veiligheid. Het decreet bepaalde niet alleen de elementen waarmee een jeugdrechter rekening moest houden, maar ook de volgorde ervan.

Deze volgorde stuit volgens het Grondwettelijk Hof op art. 3 van het Internationaal Verdrag van het Kind, hetwelk het belang van het kind steeds prominent voorop plaatst. Het belang van het kind krijgt op die manier terug de aandacht en het belang dat het verdient bij het opleggen van een maatregel voor jongeren die strafbare feiten plegen.

Mr. Kato Laeremans