Elke vennootschapsvorm moet rekening houden met de dwingende bepalingen van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen

Vennootschapsrecht
Stefaan Lettens |

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort W.V.V.) is voor alle vennootschappen in werking getreden op 1 januari 2020.

Het nieuwe W.V.V. heeft het aantal vennootschapsvormen verminderd. Dergelijke vennootschapsvormen kunnen niet meer worden opgericht.  Bestaande vennootschappen zijn verplicht om uiterlijk 1 Januari 2024 hun statuten aan te passen aan de nieuwe bepalingen en indien nodig, te kiezen voor een nieuwe vennootschapsvorm.

Men heeft dus in principe nog wat tijd om wijzigingen aan de statuten en aan de vennootschapsvorm door te voeren. Een aantal bepalingen uit het nieuwe W.V.V. zijn wel “dwingend”, wat inhoudt dat deze nu reeds van toepassing zijn, of de statuten van de vennootschap nu al aangepast zijn aan de nieuwe vennootschapswetgeving of niet.

Men wil in de toekomst de coöperatieve vennootschap (met beperkte aansprakelijkheid) voorbehouden voor vennootschappen met een coöperatief gedachtengoed (en dito werking). Bepaalde coöperatieve vennootschappen (vele vrije beroepen werken zo) zullen hun statuten en hun vennootschapsvorm moeten aanpassen. Op dergelijke vennootschappen zijn nu al de dwingende bepalingen van de Besloten Vennootschap (de B.V.) van toepassing.

De vennootschapsvorm van de commanditaire vennootschap op aandelen (de Comm.VA) zal verdwijnen. Op deze vennootschapsvorm zijn alvast de dwingende bepalingen van de Naamloze Vennootschap van toepassing.

De Coöperatieve Vennootschap met Onbeperkte en hoofdelijke Aansprakelijkheid (CVOA) verdwijnt, net als de Landbouwvennootschap en het Economisch Samenwerkingsverband  Op deze vennootschapsvormen zijn thans de dwingende bepalingen van de Vennootschap onder Firma (VOF) van toepassing.  

Ten aanzien van een Landbouwvennootschap met stille vennoten zijn thans de dwingende bepalingen van de Commanditaire vennootschap (Com.V) van toepassing

De Beroepsverenigingen en de federatie van beroepsverenigingen zijn thans onderworpen aan de dwingende bepalingen van de VZW.

Zo de statuten van één van de hiervoor vermelde vennootschapsvormen die moeten verdwijnen op 1 januari 2024 niet zouden zijn aangepast, dan worden ze van rechtswege omgezet naar de vennootschapsvorm waarvan nu al de dwingende bepalingen van toepassing zijn.

Men moet dus nu al waakzaam zijn indien men moet handelen binnen of vanuit een vennootschapsvorm die moet verdwijnen.

Mr. Stefaan Lettens