ELEKTRICITEITSDIEFSTAL BIJ CANNABISPLANTAGES

Strafrecht
Jan Swennen |

De illegale binnenteelt van cannabis of hennep heeft nood aan een grote hoeveelheid aan elektriciteit. 

Een cannabisplantage bestaat o.m. uit krachtige lampen, transformatoren, ventilatoren, afzuigmotoren. De moderne plantage is vaak ook voorzien van kostbare opticlimate toestellen, die zorgen voor een optimale hydrocultuur maar ook erg veel verbruiken. De werking is computergestuurd. De lampen in een plantage hebben veelal een vermogen van 600 watt. Recent zien we lampen opduiken in plantages van 720 watt. “Licht is gewicht” wordt vaak betoogd. De verleiding is dan ook groot om de elektriciteit van het net af te nemen met omzeiling van de elektriciteitsmeter. Gevolg: de afname van de elektriciteit wordt niet geregistreerd en de hennepboer betaalt zijn elektriciteit niet. Conclusie: diefstal van massa’s kilowatt.

Bij gerechtelijke vervolging van de plantage duikt dan ook doorgaans een tweede tenlastelegging op, naast de vervolging voor verdovende middelen en dat is diefstal van elektriciteit. De periode van vervolging spoort doorgaans voor de beide misdrijven. De netbeheerder krijgt kennis van de vervolging diefstal van elektriciteit en manifesteert zich vervolgens als schadelijder in het kader van het strafproces. Hij stelt zich burgerlijke partij en vordert de schade van het verlies aan elektriciteit. Ook al is elektriciteit iets niet tasbaars, kan dit onlichamelijk roerend goed voorwerp uitmaken van diefstal. De rechtspraak is het daarover eens.

De elektriciteitsdistributienetbeheerder (hierna “netbeheerder” en “burgerlijke partij”), zoals in Vlaanderen bijvoorbeeld Fluvius system operator, Iveka, Gaselwest vordert dan de waarde van de ontvreemde elektriciteit van de beklaagden. Zij berekenen eenzijdig de door hun geleden schade.

In deze bijdrage sta ik stil bij de wijze waarop die schade wordt berekend en de rechtspraak hieromtrent.

1. Berekening van de schade

De hoeveelheid van de gestolen elektriciteit wordt berekend volgens de criteria vastgesteld door BOOM (Bureau Ontnemingswetging Openbaar Ministerie), zijnde een studie uit Nederland. Het functioneel parket Nederland berekende het aantal branduren en vermogen dat nodig is voor de kweek van hennepplanten. Het BOOM-rapport is het resultaat van een grondige Nederlandse universitaire studie gedurende 2 jaar met betrekking tot hennepplantages bij binnenteelt onder kunstlicht. De resultaten van die studie kunnen dienen als begrotingsmethode voor de berekening van de hoeveelheid van elektriciteit die nodig is om een plantage te doen draaien. Ook al is het BOOM rapport bedoelt om het vermogensvoordeel in hoofde van de teler te becijferen, wordt het in België gebruikt als norm voor de berekening van het aantal branduren en aldus elektriciteitsverbruik. De aandachtige lezer heeft begrepen dat zelfs bij aantoonbare mislukte oogst het elektriciteitsverbruik doorloopt en aldus moet betaald worden. Opmerkelijk is dat de Belgische parketten zich voor de berekening van het vermogensvoordeel van de cannabisplantages veelal baseren op een andere studie die resulteerde in de zgn. YILCAN berekeningsmethode en dat onze Belgische  netbeheerders hun heil zoeken in een Nederlandse studie met andere methodiek en conclusies.

Wat het tarief van de aanrekening van de gestolen elektriciteit betreft, baseren deze burgerlijke partijen zich op de tarieven van de VREG. Men gaat uit van  het sociaal tarief en vermenigvuldigt dat met het fraudetarief 1,5 + BTW, wettelijke toeslagen en administratiekosten. Vaak vordert men ondergeschikt een lager bedrag zijnde het standaardtarief vermeerderd met voornoemde opslagen.

2. Kritiek

Op die berekeningswijze is forse kritiek, niet in het minst door de rechtbanken en hoven zelf die er uitspraak over doen. De netbeheerders burgerlijke partijen zien zich dan ook vaak deels afgewezen in hun exorbitant hoge eisen.

De lagere rechtspraak aanvaardt niet langer het fraudetarief van 1,5 en de opslag van de BTW. Er is immers geen enkele reden om de werkelijke waarde te verhogen met 1,5 indien het om fraude gaat. Dat fraudetarief is immers een notie die door de VREG zelf in het leven is geroepen en is de facto een kunstmatige verhoging van het bedrag van de schade. Verder, schadevergoedingen zijn niet onderhevig aan een BTW heffing en afdracht. Zulks is verworven in het aansprakelijkheidsrecht.

De energiebijdrage en de federale bijdrage zijn heffingen die de burgerlijke partijen tevens vorderen van de beklaagden. Zij dienen die bijdrages evenwel op hun beurt af te staan aan de respectievelijke overheden en aldus vormen deze heffingen geen onderdeel van de door burgerlijke partijen geleden schade. De rechtbanken wijzen die onderdelen van de vordering dan ook stelselmatig af. Merkwaardig is vast te stellen dat, ondanks de rechtspraak in dat verband, de burgerlijke partijen blijven vasthouden aan die vorderingen.

De gevorderde administratiekosten worden doorgaans in billijkheid herleid met een factor 1/3.

De hogere rechtspraak vertoont weinig eenvormigheid. Recent vindt de rechtspraak ingang die de vordering van de burgerlijke partijen sterk herleid. De Hoven van beroep stellen zich terecht vragen bij de gevorderde “waarde” van de gestolen elektriciteit. De Hoven menen dat de gevorderde waarde niet met de werkelijk geleden schade overeenstemt. De waarde zoals die wordt geëist, heeft een reglementair en contractueel karakter waartoe de zgn. dief zich niet toe verbonden heeft. Een mathematisch exacte berekening is volgens het Hof dan ook niet mogelijk. De gevorderde bedragen worden dan ook in billijkheid herleid, vaak met een factor – 1/2.

Andere rechtspraak is nog strenger voor de elektriciteitsleverancier. De stukken die men bijbrengt zijn moeilijke berekeningen. Die berekeningen zijn vaak onduidelijk opgesteld, klein gedrukt en haast onleesbaar. Ook sporen de gevorderde periodes soms niet met de periodes weerhouden in de tenlastelegging diefstal elektriciteit. Bovendien, indien de verdediging de rechtbank kan overtuigen om de periode van de tenlastelegging aan te passen, dient de netbeheerder zijn vordering daarmee in overeenstemming te brengen en vaak doet men dat niet. De vordering van de netbeheerder klopt dan ook niet langer. In meerdere vonnissen zien wij dat het gevorderde bedrag wordt teruggebracht tot 1 € provisioneel en dat de debatten worden heropend om de burgerlijke partijen toe te laten hun huiswerk opnieuw te maken.

3. Verdere discussiepunten

Er blijven nog discussiepunten over die door de rechtspraak nog niet zijn beslecht. Op grond van welke beginsel kunnen deze burgerlijke partijen volstaan met het standaardtarief terwijl er in dat tarief reeds een winstmarge is verdisconteerd ? Moet men niet veeleer de gemiddelde aankoopprijs elektriciteit hanteren over de geviseerde periode? Immers, de prijs van elektriciteit op de internationale markt is sterk onderhevig aan prijsschommelingen waarbij er bijv. in volle Coronatijd er geld werd toegegeven aan de burgerlijke partijen om elektriciteit af te nemen. Meer dan gratis dus. Dat alles heeft te maken met de beperkte opslagcapaciteit van elektriciteit en aanbod/vraag situatie op een bepaald moment.

Waarom zou de dief moeten betalen voor iets dat de verkoper zelf meer dan gratis heeft verworven? Minstens, er dient rekening gehouden met de prijs die de burgerlijke partijen zelf hebben dienen uit te geven in die periode om hun elektriciteit te verwerven.

De rechtspraak is dus nog in volle evolutie. De wijze van schadebegroting is zeker niet eenvormig tussen de diverse elektriciteitsdistributienetbeheerders.  Vaak vordert men zeer hoge bedragen omdat er over vele jaren in grote plantages geen euro aan elektriciteit is betaald. De verdediging van de beklaagden blijft evenwel vaak manifest in gebreke grondig in te zoomen op die vorderingen. Betwisting blijft ten onrechte achterwege. Het is van belang beroep te doen op een advocaat met expertise in die materie. Het kan vele tienduizenden euro’s verschil maken. Bij gebreke aan betwisting zullen de rechtbanken de gevorderde bedragen toekennen. De beklaagden dienen dan zonder pardon de volle pot te betalen want het vonnis is definitief en kent die bedragen toe.

De burgerlijke partijen stellen zich vaak zeer weerbarstig op bij de gedwongen tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissingen die zij in hun voordeel bekomen. Zo gaan zij niet zelden over tot uitvoerende roerende en onroerende uitwinning. In mensentaal, men verkoopt de eigendommen. Er wordt soms geen uitstel van betaling geduld. De eigen woning van de teler dreigt voor de bijl te gaan.

4. Slotsom

Elektriciteitsdiefstal is een zeer belangrijk hoofdstuk voor de verdediging bij gerechtelijke vervolgingen van cannabisplantages. De betwisting van de vorderingen van de burgerlijke partijen moet met kennis van zaken gebeuren. De rechtspraak is nog in volle ontwikkeling en in de rechtswetenschap is er weinig tot geen aandacht voor deze problematiek. De rechtbank in Limburg (Hasselt/Tongeren) heeft een andere rechtspraak dan die van Turnhout, die het dan weer anders doet dan de rechtbank in Leuven. Rechtsonzekerheid troef dus. Wij ijveren voor eenvormigheid in de rechtspraak en dragen daartoe ons steentje bij door de vorderingen van de elektriciteitsmaatschappijen in onze verdediging zeer kritisch te beoordelen.

Mr. Jan Swennen