EIGENDOMSVOORBEHOUD

Bij een koopovereenkomst gaat de eigendom in principe over naar de koper zodra partijen overeenstemming hebben bereikt over de zaak en de prijs ook al werd de prijs nog niet betaald.

Door een clausule van eigendomsvoorbehoud op te nemen in de algemene voorwaarden blijft de leverancier als verkoper eigenaar van de verkochte goederen tot op het ogenblik dat de volledige koopprijs van de goederen werd voldaan.

Gevolg daarvan is dat de verkoper, in geval van faillissement van de koper, het goed dat nog steeds eigendom is van de verkoper kan terugeisen.

Dit eigendomsvoorbehoud is echter niet onfeilbaar vermits het aan bepaalde voorwaarden moet voldoen.

Voor de inwerkingtreding van de nieuwe Pandwet op 1 januari 2018 was vereist dat het eigendomsvoorbehoud schriftelijk was bedongen opdat het eigendomsvoorbehoud bij faillissement met succes zou kunnen worden tegengeworpen aan de boedel. Bovendien was eveneens vereist dat het goed zich nog in natura bij de koper bevond. Het goed mocht derhalve niet onroerend zijn geworden door incorporatie.

Bijvoorbeeld een leverancier van bouwmaterialen levert 5 paletten bouwmaterialen aan een aannemer en bedingt een eigendomsvoorbehoud in de algemene voorwaarden.

Als de bouwmaterialen reeds verwerkt zijn in de bouw kon de verkoper-leverancier zich niet beroepen op het eigendomsvoorbehoud o.w.v. de incorporatie in een onroerend goed.

De nieuwe Pandwet biedt hiervoor een oplossing en er kan gesteld worden dat het eigendomsvoorbehoud sedert de invoering van de nieuwe regeling op 1 januari 2018 sterker is dan voorheen.

Zo werd het vereiste van het in natura aanwezig blijven van het goed bij de koper onder de nieuwe regeling verlaten. Voortaan blijft het eigendomsvoorbehoud ook gelden wanneer het goed werd vermengd of werd verwerkt tot een nieuw goed.

Ook onder de nieuwe regeling blijven de oude voorwaarden gelden voor de tegenstelbaarheid van het eigendomsvoorbehoud dus het bestaan van een schriftelijk beding dat uiterlijk bij levering werd opgesteld. U doet er dus in elk geval goed aan om in uw algemene voorwaarden een clausule van eigendomsvoorbehoud op te nemen. Maar ook dan zal u de clausule enkel kunnen inroepen wanneer de koper voorafgaandelijk aan de koop kennis heeft kunnen nemen van de algemene voorwaarden en deze niet heeft geprotesteerd.

Indien de koper van de goederen bovendien een consument is, zal een uitdrukkelijke aanvaarding van de clausule vereist zijn opdat het eigendomsvoorbehoud aan de consument kan worden tegengeworpen. Een vermelding van dit beding in de algemene voorwaarden zal dus niet volstaan ten aanzien van de consument.

De nieuwe regeling voorziet thans uitdrukkelijk in de mogelijkheid van de registratie van het eigendomsvoorbehoud in het pandregister.

 

De nieuwe regeling maakt het mogelijk om het eigendomsvoorbehoud te registeren in het Pandregister waardoor het eigendomsvoorbehoud na eventuele incorporatie toch blijft bestaan.

Praktisch zal de aannemer die ook na incorporatie eigenaar wil blijven van zijn materialen tot ze volledig betaald zijn vooraf dat eigendomsvoorbehoud moeten registeren in het Pandregister.

Deze registratie in het Pandregister kan zonder toestemming van de contractspartij of opdrachtgever.

Hoe kan men nu bij wanbetaling zich baseren op dit eigendomsvoorbehoud wanneer het verkochte goed bv. bouwmaterialen werd geïncorporeerd?

In de praktijk zal men de roerende materialen niet zonder breekwerk of beschadiging kunnen losmaken van het onroerend goed. Men zal dus enkel kunnen uitwinnen op het volledige onroerend goed en vervolgens zal men het aandeel van het geïncorporeerde onroerend goed moeten gaan bepalen en zal dit deel van de opbrengst moeten worden afgezonderd ten voordele van de titularis van het eigendomsvoorbehoud.

Sedert de inwerkingtreding van de Pandwet is het nut van het eigendomsvoorbehoud enkel toegenomen.

Voor de aannemer die wanbetaling van zijn opdrachtgever vreest, wordt het registeren van een eigendomsvoorbehoud voordat hij de materialen in het gebouw verwerkt een efficiënt middel om zijn positie veilig te stellen bij faillissement van de opdrachtgever.

Vanaf de registratie in het Pandregister is de clausule publiek toegankelijk en wordt deze geacht door iedereen te zijn gekend. Wel is het zo dat deze registratie geen uitwerking heeft t.o.v. een consument.

Ten aanzien van consumenten blijft vereist dat de toestemming van de consument blijkt uit een geschrift.

 

Veerle Janssen