Een ziekenhuis moet geen fiches opmaken voor de erelonen van zelfstandig werkende artsen.

Fiscaal recht
Henri Vandebergh |

In het Tijdschrift voor Fiscaal Recht (TFR) zal binnenkort een tekst verschijnen van collega, Mr. Hubert Dubois, waarin deze uitlegt dat ziekenhuizen voor de erelonen van zelfstandig werkende artsen, geen fiches (281.50) moeten opstellen.

Er is over deze problematiek heel wat te doen geweest toen vorig jaar een aantal ziekenhuizen geconfronteerd werden met monsteraanslagen van miljoenen euro’s omdat ze geen fiches hadden opgemaakt op naam van de geneesheren individueel, maar alleen op naam van de maatschap van geneesheren (bijv. de maatschap van de gynaecologen, orthopedisten, enz...). Zie artikel HBVL daterende 19.08.2018 in bijlage.

Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat de ziekenhuizen helemaal geen fiches moeten opstellen voor de erelonen van zelfstandig werkende artsen, noch wanneer deze in een maatschap werken, noch wanneer ze zelfstandig werken.

De discussie of de fiche moet opgemaakt worden op naam van de individuele arts, dan wel op naam van de maatschap van artsen, is een voorbijgestreefde discussie in die context. Het ziekenhuis moet immers helemaal geen fiches opstellen. Waarom is dat zo ?

Fiches moeten alleen opgesteld worden door iemand die de vergoeding als bedrijfsuitgave wil aftrekken. Dat betekent dat iemand die een ereloon van een arts betaalt en dat als kost in zijn fiscale aangifte wil inbrengen, een fiche moet maken om die kost als bedrijfsuitgave te mogen aftrekken (we hebben het hier dan even niet of dergelijke uitgave überhaupt een bedrijfsuitgave kan zijn, maar in sommige gevallen is dat zo).

Wanneer de betaling gebeurt door iemand voor wie deze uitgave geen aftrekbare bedrijfsuitgave is, dan moet er geen fiche opgesteld worden. De fiche moet volgens art. 57 van het Wetboek Inkomstenbelastingen alleen opgesteld worden door iemand die het ereloon als kost wil aftrekken. We hebben het hier dan alleen over zelfstandig werkende artsen en niet over artsen die als werknemer in een ziekenhuis tewerk gesteld zijn.

Voor een ziekenhuis is het ereloon dat men betaalt aan een arts, geen eigen uitgave. Het ziekenhuis ontvangt de erelonen in naam en voor rekening van de arts bij het RIZIV. Het ziekenhuis is met andere woorden een tussenpersoon tussen de uitbetalende instantie en de arts zelf. De arts werkt niet voor het ziekenhuis, de arts werkt voor zijn patiënten en het ziekenhuis is slechts iemand die de arts helpt bij het innen van zijn erelonen. De arts levert geen prestaties voor het ziekenhuis. Het ereloon is geen bedrijfsuitgave voor het ziekenhuis. Het ereloon dat het ziekenhuis int, is een inkomen dat toekomt aan derden en is te vergelijken met de gelden die een deurwaarder of een advocaat int in naam en voor rekening van zijn cliënten.

Het ziekenhuis is slechts een lasthebber. Dat het ziekenhuis dan slechts belastbaar is in de rechtspersonenbelasting, is in die context niet relevant. Evenmin is relevant, de wijze waarop in de boekhouding van het ziekenhuis de erelonen verwerkt worden. Het ziekenhuis blijft gewoon een mandataris voor de arts zelf.

De discussies over het opmaken van fiches van ziekenhuizen is dus niet meer aan de orde.

Dit alles wordt verder uitgewerkt in een tekst van Mr. Hubert Dubois, binnenkort te verschijnen in het Tijdschrift voor Fiscaal Recht.

Henri Vandebergh
25 september 2018.


Downloads