De opmars van het GBOL-beginsel als grondslag voor schadevergoeding

1. Inleiding

Dit stukje bespreekt de toepassing van het GBOL-beginsel als grondslag voor een procedure in schadevergoeding bij de burgerlijke rechter. De afkorting GBOL staat voor ‘gelijkheid van de burgers voor de openbare lasten’. Uit een analyse van de recente (lagere) rechtspraak blijkt dat dit beginsel de laatste tijd sneller wordt aanvaard om een bestuur te veroordelen tot een schadevergoeding.

2. Het GBOL-beginsel

Voor een goed begrip wordt eerst het GBOL-beginsel toegelicht. In een belangwekkend arrest van 28 april 2016 stelde het Grondwettelijk Hof het principe voorop dat het louter opleggen van een eigendomsbeperking in het kader van het algemeen belang in beginsel geen recht geeft op een vergoeding. Belangrijk is de daarop volgende passage in het arrest dat een vergoeding voor deze maatregel op zich niet is uitgesloten, maar dat men zich hiervoor tot de burgerlijke rechter moet wenden.

Volgens het GBOL-beginsel kan de overheid bijgevolg niet zomaar, zonder compensatievoorziening, beperkingen opleggen aan het eigendomsrecht die de last te boven gaat die in het algemeen belang kan worden opgelegd.

De situaties waarin het GBOL-beginsel kan worden ingeroepen zijn legio. Quasi ieder overheidsinitiatief (ruimtelijk uitvoeringsplan, onteigeningsplan, structuurplan, watertoetskaart,….) waarin eigendom enigszins wordt aangetast, kan principieel onder het GBOL-toepassingsgebied worden geplaatst.

3. Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen dd. 12.12.2018

De aan de uitspraak van 12 december 2018 ten grondslag liggende feiten kunnen als volgt worden samengevat. Het Vlaamse gewest neemt een ruimtelijk uitvoeringsplan aan, waarbij een perceel grond van een eigenaar binnen het plangebied wordt omgezet van ‘gebied voor gemeenschapsvoorzieningen’ naar ‘bosgebied’, en een ander van ‘woongebied’ naar 'bouwvrij agrarisch gebied’

De eigenaar is het niet eens met deze planologische wijziging en besluit om, na een negatief stedenbouwkundig attest te hebben ontvangen, het Vlaamse gewest te dagvaarden in schadevergoeding. De rechtbank verklaart de vordering gegrond op basis van het GBOL-beginsel.

De rechtbank motiveert als volgt: “aangezien eiseres geen beroep kan doen op enige wettelijke of decretale vergoedingsregeling, niettegenstaande zij belangrijke schade lijdt doordat ten gevolge van een overheidsoptreden een groot gebied waarvan zij eigenaar is niet meer in aanmerking komt voor bebouwing, kan zij zich beroepen op het GBOL-beginsel om vergoeding te bekomen voor dit nadeel in de mate waarin het onevenredig is.”

Alvorens het evenredig nadeel kan worden bepaald is volgens de rechtbank een gerechtelijke expertise vereist. In dat opzicht wordt een deskundigenonderzoek bevolen met opdracht om de waardevermindering te bepalen die de percelen ondergingen ten gevolge van het feit dat zij door het ruimtelijk uitvoeringsplan werden omgevormd tot respectievelijk bouwvrij agrarisch gebied en bosgebied.

4. Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel dd. 07.06.2019

Een tweede interessante casus speelde zich voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. In deze zaak komt de eigenaar van een perceel grond op tegen eigendomsbeperkingen van ‘overstromingsvrij bouwen’ in een ruimtelijk uitvoeringsplan. Deze voorschriften zorgen voor een gevoelige inperking van de bouwmogelijkheden op het terrein. Het vloerpeil dient minimaal 30cm boven het kritische vloerpeil te liggen en ondergrondse constructies zoals garages of kelders zijn verboden.

Volgens de rechtbank werden deze eigendomsbeperkingen opgelegd om een doelstelling van algemeen nut na te streven, namelijk het vermijden van schade aan privé-eigendommen door overstromingen. Het komt de rechtbank voor dat de beperkingen tot een waardevermindering van de grond kunnen leiden, maar de rechtbank merkt meteen ook op dat er slechts sprake kan zijn van een schending van het GBOL-beginsel wanneer de waardevermindering ernstig is.

De vraag of er een ernstige waardevermindering heeft plaatsgevonden kan de rechtbank niet beantwoorden zonder kennis te hebben van de marktwaarde van het betrokken perceel na de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan en van de markwaarde die het betrokken perceel zou hebben gehad indien het ruimtelijk uitvoeringsplan niet in werking zou zijn getreden. Om na te gaan of er werkelijk een waardevermindering heeft plaatsgevonden, en welke deze dan is, is het volgens de rechtbank gepast een gerechtsdeskundige aan te stellen.

5. Slotwoord

In een nog niet zo ver verleden stond de burgerlijke rechter eerder weigerachtig tegenover schadeclaims op grond van het GBOL-beginsel. De besproken vonnissen getuigen van een zekere kentering, en ook van een soepelheid. Het is afwachten of de beroepsrechter op dezelfde lijn zit.

O.i. dient de toepasbaarheid van het GBOL-beginsel met de nodige omzichtigheid worden benaderd. Het kan niet de bedoeling zijn dat ieder overheidsoptreden (plan, programma of regelement) principieel in het vizier komt voor schadevergoeding. Het moet nog steeds gaan om een inmenging in het eigendomsrecht die werkelijk de last te boven gaat die in het algemeen belang kan worden opgelegd.

Joris Gebruers

Advocaat.