De ene voyeur is de andere niet

Strafrecht
Lore Gyselaers |

U kon reeds in onze eerdere bijdrage lezen dat bij wet van 1 februari 2016 een nieuw misdrijf boven het doopvont werd gehouden: voyeurisme.

In de nasleep van enkele ophefmakende zaken die moeilijk te vatten waren onder de bestaande noemer “aanranding van de eerbaarheid”, greep de wetgever in met een nieuw artikel 371/1 van het Strafwetboek en werd voyeurisme strafbaar gesteld.

Artikel 371/1 Sw. bestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar hij die:

   1° een persoon observeert of doet observeren of van hem een beeld- of geluidsopname maakt of doet maken,

   - rechtstreeks of door middel van een technisch of ander hulpmiddel,

   - zonder de toestemming van die persoon of buiten zijn medeweten,

   - terwijl hij ontbloot is of een expliciete seksuele daad stelt, en

   - terwijl hij zich in omstandigheden bevindt, waar hij in redelijkheid kan verwachten dat zijn persoonlijke levenssfeer niet zal worden geschonden;”

Om de concrete draagwijdte van deze strafbaarstelling te kennen, meer bepaald om te weten wat er dient verstaan te worden onder “ontbloot” en onder “expliciet seksuele daad”, was het wachten op de eerste rechterlijke uitspraken.

Op 16 april 2019 werd een uitspraak geveld door de Correctionele Rechtbank van Brugge. Deze rechtbank hanteert een strikte interpretatie.

In deze zaak werd een beklaagde ondermeer vervolgd voor het nemen van foto’s onder de rok van een minderjarig meisje dat in een attractiepark naar beneden kwam gegleden van een glijbaan. Er werd daarbij expliciet ingezoomd op het slipje. Niettegenstaande deze vaststelling door de rechtbank, werd de beklaagde voor de tenlastelegging van voyeurisme vrijgesproken vermits niet voldaan was aan één van de constitutieve bestanddelen van het misdrijf. Meer bepaald oordeelde de Brugse rechter dat het meisje in kwestie niet ontbloot was en geen expliciete seksuele daad stelde.

Dat laatste is in casu inderdaad niet het geval, zodat de discussie zich toespitst op de vraag wat moet verstaan worden onder “ontbloot”.

In de parlementaire voorbereiding wordt een “ontbloot” persoon gedefinieerd als “een persoon die een deel van zijn lichaam laat zien dat, op grond van de huidige maatschappelijke normen en het collectieve bewustzijn van de eerbaarheid, bedekt zou zijn gebleven indien de persoon had geweten dat hij werd bespied of gefilmd zonder diens toestemming.”

De interpretatie van de Brugse rechter lijkt hiermee verzoenbaar.

Als tegenargumenten zou men kunnen poneren dat het anderzijds net de bedoeling van de wetgever om het heimelijk fotograferen of filmen onder de rok strafbaar te maken. Het gaat hier ook om een lichaamsdeel dat men normaal gezien niet toont en niet wil tonen — men bedekt het immers met een rokje —, en dat slechts door omstandigheden – opwaaiende wind bij het naar beneden glijden van de glijbaan —zichtbaar is. Zulks is toch verschillend van een lichaamsdeel dat men zelf toont, zoals de onderbenen. Bovendien bevindt men zich in een situatie waarin men redelijkerwijze kan verwachten dat de persoonlijke levenssfeer niet zal worden geschonden. Men kan immers onmogelijk voorzien dat iemand met een lens op de loer ligt om op dat moment in te zoomen.

Of hoe een rokje nog wel wat stof zal doen opwaaien….