De ene boom is de andere niet …

Een klein boompje kan al snel uitgroeien tot een grote hinderpaal voor de buurman. Daarom voorziet het Veldwetboek in een aantal beplantingsvoorschriften om o.a. overschaduwing en bladerafval te vermijden. Hoogstammige bomen mogen zo in principe maar op 2m00 van de scheiding geplant worden. Levende hagen op 0m50. De buurman kan de rooiing eisen van beplantingen die op een kortere afstand staan. Zijn er overhangende takken? Dan kan de nabuur steeds eisen dat deze gesnoeid worden.

Deze regels zijn in het leven geroepen om de rust en vrede te bewaren … tussen particulieren. Nochtans kunnen bermbeplantingen die toebehoren aan de gemeente, ook heel wat hinder veroorzaken. Volgens de rechtspraak gelden deze beplatingsvoorschriften uit het Veldwetboek echter niet voor een perceel dat deel uitmaakt van de openbare weg. De overheid heeft niet dezelfde verplichtingen als de burgers.

Onlangs heeft een eigenaar in een gerechtelijke procedure hierover een boompje opgezet tegenover het bestuur van zijn gemeente. Hij voerde aan dat deze verschillende behandeling niet alleen een discriminatie, maar ook een onrechtmatige inbreuk op het eigendomsrecht uitmaakt. Dit vraagstuk werd uiteindelijk voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof. Zij oordeelt dat door de bijzondere aard en bestemming het redelijk verantwoord is dat de beplantingsregels voor particuliere buren niet toepasselijk zijn op de openbare wegen en hun uitrusting. Dit neemt – aldus het Hof – echter niet weg dat elke overheid voor elk concreet geval het evenwicht moet bewaken tussen de vereisten van het algemeen belang en de hinder die bermbeplantingen kunnen teweegbrengen voor de naburige eigenaar.

De regels in het Veldwetboek gelden niet voor de openbare weg, maar wie veel hinder ondervindt van bermbeplantingen kan hier dus naargelang het geval wel tegen optreden. Wij kunnen u hierin bijstaan.