Beslag op voertuig door douane op basis van kenteken nu ook nietig verklaard door beslagrechter

Strafrecht
Jan Swennen |

De beslagrechter te Antwerpen heeft op 3 oktober 2019 uitspraak gedaan waarbij een bewarend beslag nietig werd verklaard dat gelegd werd door de ambtenaren van douane en accijnzen op een voertuig na vaststelling dat de houder van het kenteken van dat voertuig nog penale schulden had en de houder van het kenteken en de eigenaar van het voertuig onderscheiden personen waren.

Het vonnis steunt inhoudelijk op een recent arrest van het Grondwettelijk Hof van 4 oktober 2018.

Op onze website van 20 november 2018 gaven wij u duiding over de inhoud van dit arrest en de mogelijke gevolgen voor de beslagen gelegd door de douane op voertuigen op basis van zgn. kentekenhouder aansprakelijkheid.  

Waarover ging dit arrest ?  Gezien daders van misdrijven moeten geraakt worden op de plaats waar het meeste pijn doet met name hun portemonnee werd aan de douane  bij programmawet van 25 december 2016 de bevoegdheid gegeven om beslag te kunnen leggen op voertuigen indien de eigenaars alsook de houders van de kentekens nog schulden hadden bij de douane en accijnzen of penale boeten.  Als die schuld nadien niet werd vereffend ging de in beslag genomen auto voor de hamer en werd de opbrengst van de verkoop in mindering gebracht op de openstaande schuld.

Voor zover dit beslag gelegd werd op het voertuig dat eigendom was de debiteur stelde er zich geen probleem.

Voor zover dit beslag gelegd werd op het voertuig  op grond van de  vaststelling dat de houder van het kenteken debiteur van de overheidsschuld was stelde zich wel een mogelijk probleem.  Immers, de houder van het kenteken of m.a.w. degene die het voertuig inschreef in het verkeer is niet noodzakelijk dezelfde als de eigenaar van het voertuig. Meerdere leasingsmaatschappijen kwamen op tegen deze regeling die geen afdoende bescherming bood tegen een mogelijke vervreemding van voertuigen die hen inderdaad in eigendom toebehoorden. Bij leasing gebeurt het dat het voertuig eigendom is van de leasingmaatschappij en ingeschreven is op naam van de leasingnemer. Die laatste kan inderdaad nog openstaande schulden hebben. Indien de  leasingsmaatschappijen bij dreigende veiling van hun voertuig zich zouden richten tot de beslagrechter zou deze enkel kunnen vaststellen dat de douaneambtenaren hun bevoegdheid niet te buiten waren gegaan. De nietig verklaarde programmawet schreef  enkel voor dat de titularis van het kenteken (en  schuldenaar) de eigenaar diende te verwittigen van het bericht van de beslaglegging en tegenover de eigenaar aansprakelijk bleef voor elke schade veroorzaakt door gevolgen van het niet voldoen van de schuld. Deze regeling bood aldus, volgens het grondwettelijk Hof, onvoldoende rechtsbescherming.

Hamvraag was hoe de douane zich na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 4 oktober 2018 zou opstellen ten aanzien van kentekenbeslag en op welke wijze het arrest van het Grondwettelijk Hof zou worden toegepast door de rechtbanken.

Niet enkel het Grondwettelijk Hof maar ook de rechtbank heeft zich nu over die kwestie uitgesproken.

Ons kantoor was namens een cliënt in de gelegenheid om zich te richten tot de beslagrechter nadat de douane beslag gelegd dat op een waardevol voertuig Mercedes waarvan de houder van het kenteken nog penale boete had openstaan en de eigenaar  van het voertuig aantoonbaar iemand anders was. In deze casus was niet een leasingsmaatschappij maar natuurlijke persoon eigenaar van het voertuig. Namens de eigenaar werd er naar de rechtbank getrokken om het dreigend onheil te neutraliseren dat de auto zou worden geveild om een schuld te zien voldoen van een derde, op wiens naar de auto stond ingeschreven.

De rechtbank oordeelde dat aangezien de douane niet kan aantonen dat de eigenaar van het voertuig heeft meegewerkt aan het onvermogend maken van de kentekenhouder zij geen beslag mag leggen op dat voertuig. De rechtbank besluit tot de onregelmatigheid van het beslag zoals gelegd door de douane. De douane werd veroordeeld tot een schadevergoeding aangezien de douane in de gegeven omstandigheden geen beslag had mogen leggen. Gezien de nietigheid van het beslag werd dit opgeheven en werd het voertuig terug gegeven aan onze cliënt, de eigenaar. Tot slot werd de douane veroordeeld tot de kosten. Tegen dit vonnis tekende de douane hoger beroep aan en er is nog geen uitspraak in graad van beroep.

Het is ons niet geheel duidelijk in welke mate de douaneambtenaren op het grondgebied van het Rijk  zich sedertdien onthouden van beslag op voertuigen waarvan de houder van het kenteken schulden heeft aan de Belgische staat indien blijkt dat het voertuig eigendom is van iemand anders. Dat zou alleszins niet mogen !

Wij adviseren u bij beslag  op uw voertuig door de douane niet klakkeloos de openstaande schuld te laten betalen en te onderzoeken of het beslag niet teniet kan worden gedaan.

Jan Swennen