BELASTINGVOORDEEL VOOR DE HANDELSVERHUURDER DIE HUUR KWIJTSCHELDT

Begin dit jaar heeft de federale overheid een maatregel ingevoerd, dewelke verhuurders van panden, bestemd voor professioneel gebruik, er van moest overtuigen om de huur van deze panden, verschuldigd voor de periode van omwille van de covid-19-pandemie verplicht opgelegde sluiting, geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden.

In geval van kwijtschelding en indien voldaan zou zijn aan een aantal andere voorwaarden zou de verhuurder ingevolge de maatregel recht hebben op een belastingvermindering van 30% op de kwijtgescholden huur.  Men dient dus geen belastingen te betalen op de niet-ontvangen huurinkomsten, én men kan een bijkomend fiscaal voordeel van 30% genieten.

Op die manier zouden huurders, die bijvoorbeeld een winkel of horecazaak uitbaten en die getroffen werden door een verplichte sluiting, wat meer ademruimte krijgen om de coronacrisis door te komen.

Aanvankelijk werd de maatregel ingevoerd voor de maanden maart, april en mei 2021.  Ondertussen is de maatregel verlengd voor de maanden juni, juli, augustus en september 2021.

Voor deze laatste vier maanden is er één verschilpunt met de aanvankelijke regeling.  Vereist is namelijk dat de onderneming minstens één dag heeft moeten sluiten in de maand waarvoor de huur kwijtgescholden wordt.

Aan welke voorwaarden dient de huurder te voldoen om recht te hebben op het belastingvoordeel?

Hij moet een zelfstandige in hoofdberoep zijn, een kleine vennootschap of een kleine vereniging (artikel 1:24, §§1-6 WVV en artikel 1:28, §§1-5 WVV) en bijkomend voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • uit de kruispuntbank voor ondernemingen moet blijken dat de huurder voor de periode waarvoor de huur werd kwijtgescholden effectief een ondernemingsactiviteit in het pand uitoefende,
  • voor de periode vóór 12 maart 2020 mogen er geen achterstallen bestaan met betrekking tot de huurovereenkomst in kwestie,
  • op het ogenblik van de kwijtschelding mag de huurder geen onderneming in moeilijkheden zijn,
  • de huurder heeft de vestigingseenheid van zijn onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed in de maand of de maanden waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen geheel of gedeeltelijk werden kwijtgescholden telkens één dag geheel of gedeeltelijk verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen die vanaf 12 maart 2020 zijn genomen door de federale overheid in het kader van de COVID-19-pandemie.  Verplichte sluitingen die als sanctie waren opgelegd, evenals verplichte sluitingen die beperkt waren tot bepaalde uren van de dag, worden niet in aanmerking genomen.

Indien de huurder in de periode van verplichte sluiting afhaalmaaltijden in het pand klaar maakte, doet dit niets af aan het hoger vermelde.

Komt iedere verhuurder in aanmerking?

Geen onderscheid wordt gemaakt tussen particulieren en beroepsmatige verhuurders.

Wel dient voldaan te zijn aan de volgende voorwaarden:

  • Het onroerend goed, waarvan de verhuurder eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of bezitter is, moet in België gelegen zijn en verhuurd worden aan een onderneming die verplicht heeft moeten sluiten ten gevolge van de Covid-19-pandemie.
  • De huurprijs en de huurvoordelen voor het voor de handelszaak gebruikte gedeelte van het onroerend goed moet voor de betreffende maanden of voor meerdere van die maanden volledig of gedeeltelijk kwijtgescholden zijn geworden.

Van belang is verder dat er geen band mag bestaan tussen de huurder en de verhuurder.

  • De huurder mag niet de echtgenoot of wettelijke of feitelijke partner zijn van de verhuurder noch kind, ouder, broer of zus,
  • De verhuurder mag geen bedrijfsleider zijn van de vennootschap aan wie hij het pand verhuurt.  Echtgenoten, de wettelijke of feitelijk samenwonende partners, kinderen, ouders, broers en zussen zijn ook uitgesloten.

Bijkomend worden de volgende voorwaarden gesteld:

  • de kwijtschelding moet op vrijwillige basis gebeuren,
  • ze moet schriftelijk overeengekomen zijn,
  • betrekking hebben op één of meerdere maanden,
  • het moet een formele kwijtschelding betreffen (een spontane staking van betaling komt m.a.w. niet in aanmerking, ook kwijtscheldingen uit het verleden komen niet in aanmerking),
  • de kwijtschelding moet definitief en onherroepelijk zijn,
  • in geval van gedeeltelijke kwijtschelding moet het gaan over minstens 40% van de huurprijs en de huurvoordelen voor het voor de ondernemingsactiviteit aangewende deel van het pand voor de betrokken maanden.

De belastingvermindering (natuurlijke personen) of het belastingkrediet (vennootschappen) bedraagt, zoals hoger reeds vermeld, 30% van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen voor de betreffende maanden in 2021.  Het voordeel kan genoten worden voor het aanslagjaar dat betrekking heeft op het inkomstensjaar waarin de investering is gebeurd.

Het voordeel kan evenwel niet meer bedragen dan 5.000,00 euro per maand per huurovereenkomst, en daarnaast geldt er een maximum van 45.000,00 euro per belastingplichtige over alle huurovereenkomsten heen.

Hoe beroep te doen op dit fiscaal voordeel?

Indien u aan de voorwaarden voldoet en voor wat betreft de maanden juni, juli, augustus en september 2021 van het voordeel wenst te genieten, dient u uiterlijk op 15 november 2021 een afschrift van de schriftelijke overeenkomst opgesteld omtrent de kwijtschelding over te maken aan de FOD Financiën. Voor deze overeenkomst kan gebruik gemaakt worden van de modelovereenkomst hiertoe opgesteld door FOD Financiën zelf. De aanvraagtermijn voor de periode maart – mei 2021 is inmiddels verstreken.

Indien u dit kader verder vragen zou hebben, mag u ons kantoor altijd contacteren.

Mr. Katleen Lemmens                                          Mr. Charline De Coster