Wanneer is een vennootschap klein?

De richtlijn 2013/34/EU (boekhoudrichtlijn) werd door de Belgische wetgever (laattijdig) omgezet in de interne rechtsorde middels de wet van 18 december 2015, verschenen in het Belgisch Staatsblad op 30 december 2015.

Een belangrijke wijziging is de aanpassing van de definitie van een kleine vennootschap in artikel 15 Wetboek Vennootschappen. Een verhoging van de drempelwaarden en een aangepaste consolidatieregeling zullen er voor zorgen dat meer vennootschappen als klein kwalificeren.

Deze aanpassing zal in de eerste plaats doorwerken in de boekhoudkundige en vennootschapsrechtelijke praktijk en zal daarnaast ook (beperkte) fiscale gevolgen hebben.

De vernieuwde wettelijke definitie van een kleine vennootschap (art. 15 W.Venn.)

Een vennootschap zal voortaan als klein kwalificeren indien zij niet meer dan één van navolgende criteria overschrijdt:

  • Jaargemiddelde van het personeelbestand: 50 personen (ongewijzigd);
  • Jaaromzet, exclusief BTW: 9.000.000 EUR (voorheen 7.300.000 EUR);
  • Balanstotaal: 4.500.000 EUR (voorheen 3.650.000 EUR).

In vergelijking met de oude regeling werden de drempelwaarden voor de jaaromzet en het balanstotaal verhoogd. Het criterium inzake personeel bleef ongewijzigd. Toch dient hierbij opgemerkt te worden dat de (oude) regel dat een vennootschap niet klein kan zijn indien er een gemiddeld personeelsbestand van 100 personen is, werd afgeschaft.

In de ‘oude regeling’ vielen bovendien vele kleine verbonden vennootschappen uit de boot omdat de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde basis dienden beschouwd te worden. Met andere woorden worden intra-groepstransacties eerst verwijderd waarna een optelling van de cijfers plaatsvindt. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.

Voorgaande regeling wordt enkel nog behouden voor moedervennootschappen. De consolidatieregeling wordt in de ‘nieuwe regeling’ dus in grote mate buitenspel gezet op vennootschapsrechtelijk vlak (zie hierna – fiscaal vlak).

Een eenmalige overschrijding van bovenvermelde criteria zal in de nieuwe regelgeving niet meer tot gevolg hebben dat men het statuut van een kleine vennootschap verliest. In de nieuwe wetsbepaling wordt in die zin bepaald dat wanneer meer dan één van hogervermelde criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, dit slechts gevolgen heeft wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan in dat geval in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werden overschreden of niet meer werden overschreden.

In de boekhoudkundige en vennootschapsrechtelijke praktijk kan een kleine vennootschap bovenal profiteren van de diverse vereenvoudigingsmaatregelen op het vlak van (financiële) rapportering. Zo kan een kleine vennootschap o.a. haar jaarrekening volgens het verkort model opstellen en is zij niet verplicht om een commissaris aan te stellen.

Gevolgen voor de fiscaliteit (?)

In het Wetboek van Inkomstenbelastingen zijn doorheen de jaren diverse steunmaatregelen voor KMO’s opgenomen, zoals er onder meer zijn:

  • Het tarief voor de aftrek voor risicokapitaal (NIA) wordt met een half procentpunt verhoogd (tarief AJ 2016 2,13%)
  • Geen onderworpenheid aan de fairness tax
  • Aanleg liquidatiereserve
  • Verhoogde vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing
  • Voordelige taxatie meerwaarde op aandelen, i.e. geen afzonderlijke heffing van 0,412%
  • VVPRbis regeling

In de toepasselijke fiscale wetsartikelen wordt hiervoor verwezen naar de definitie van een kleine vennootschap opgenomen in artikel 15 Wetboek Vennootschappen.

Het buitenspel zetten van de consolidatieregeling op vennootschapsrechtelijk vlak werkt evenwel niet door naar de fiscaliteit, waar de beoordeling of een vennootschap al dan niet klein is nog steeds volgens de ‘oude regeling’ – en dus op geconsolideerde basis -  gebeurd (zie hierboven).

Een nieuwe categorie: de microvennootschap

Naast een aanpassing van de wettelijke definitie van een kleine vennootschap werd een nieuwe categorie geïntroduceerd in het Wetboek Vennootschappen, met name de microvennootschap.

Microvennootschappen zijn kleine vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op datum van de jaarafsluiting geen dochtervennootschap of moedervennootschap zijn en die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

   - jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10;
   - jaaromzet, exclusief BTW: 700 000 EUR;
   - balanstotaal: 350 000 EUR.

Naast een verregaande vereenvoudiging van de rapporteringsverplichtingen (vb. de jaarrekening volgens microschema) heeft het begrip microvennootschap reeds ingang gevonden in de fiscale wetgeving (vb. tax shelter voor startende ondernemingen).

 

Simons Neil