Twee nieuwe straffen boven het doopvont

Sinds 1 mei 2016 kan de rechter twee nieuwe straffen opleggen: de straf onder elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf. Beide sanctioneringsmogelijkheden stonden al langer in de steigers, maar ingevolge de hervormingen van de federale staatsstructuur heeft de inwerkingtreding ervan enige tijd gekost.

Elektronisch toezicht op zich is geen nieuwigheid in het strafrecht: voordien kon een opgelegde gevangenisstraf reeds worden uitgevoerd in de vorm van elektronisch toezicht. Daarnaast bestond er in het verleden ook al de mogelijk om de voorlopige hechtenis thuis  uit te voeren onder elektronisch toezicht. De vernieuwing bestaat erin dat de strafrechter sinds 1 mei nu ook het elektronisch toezicht als autonome straf kan opleggen. De achterliggende doelstelling van de wetgever is duidelijk: voorzien in een alternatief voor de gevangenisstraf en zo de overpopulatie van de penitentiaire inrichtingen indijken. Men hoopt met de straf onder elektronisch toezicht het oud zeer binnen justitie weg te werken dat eerder lage straffen vaak niet worden uitgevoerd.

Probatie is eveneens een begrip dat reeds vroeger toepassing kende, meer bepaald in combinatie met een opschorting van uitspraak van veroordeling of uitstel van tenuitvoerlegging van een bepaalde straf. Zo kan de rechter in bepaalde gevallen een opgelegde straf uitstellen onder zogenaamde probatievoorwaarden, zoals het volgen van een gepaste begeleiding. Indien die voorwaarden worden nageleefd, wordt de opgelegde straf niet definitief.

Vanaf 1 mei kan de rechter probatie als autonome straf opleggen, los van uitstel of opschorting. De straf zelf bestaat dus in het naleven van bijzondere voorwaarden gedurende een bepaalde termijn. De strafrechter geeft aanwijzingen over de invulling van de straf, maar de uiteindelijke, concrete invulling gebeurt door de justitieassistent. Deze nieuwe straf kadert in het oogmerk van de wetgever om een betere individualisering van de straf mogelijk maken.

Op de ladder van de straftoemeting staan de nieuwe straffen duidelijk lager dan de effectieve gevangenisstraf. In dalende volgorde van relatieve zwaarte bepaalt de wetgever: de gevangenisstraf, gevolgd door de straf onder elektronisch toezicht, de werkstraf en de autonome probatiestraf. Gezien de lichtere aard van de sancties en de doelstelling om vooral een halt toe te roepen aan de situatie waarbij lichtere straffen vaak niet werden uitgevoerd, zijn de straf onder elektronischt toezicht en de autonome probatiestraf niet van toepassing op alle soorten misdrijven. De strafrechter kan de nieuwe straffen bijvoorbeeld niet uitspreken voor de meeste zedenmisdrijven. De straf onder elektronisch toezicht kan maar toepassing vinden voor feiten waarvoor de rechter anders een gevangenisstraf van hoogstens één jaar zou opleggen. Voor de autonome probatiestraf is, zoals bij de werkstraf, voorzien in een lijst van ernstige misdrijven, waarop die straf niet van toepassing is, zoals moord, doodslag en verkrachting.

Daarnaast is voor beide straffen ook de minimum- en maximumduur bepaald. De straf onder elektronisch toezicht kan slechts worden opgelegd voor een periode van minimum een maand en maximum een jaar. Voor de autonome probatiestraf kan de rechter differentiëren tussen een straf van zes maanden en twee jaar.

Het uitgebreide straffenarsenaal moet de rechter meer mogelijkheden geven om tot een zo geïndividualiseerd mogelijke bestraffing te komen. Toch rijzen er ook kritische stemmen in verband met de concrete uitvoering. De toekomst zal dienen uit te wijzen of de nieuwe bestraffingsmogelijkheden ook gepaard gaan met voldoende nieuwe middelen en personeel. In ieder geval maken de nieuwe regels, uitzonderingen en voorwaarden het niet gemakkelijker voor de beklaagde om te weten welke straffen hem boven het hoofd hangen. Wij gidsen u graag door dit labyrint.

Niels Vos