Recente wijzigingen in de overheidsopdrachtenwetgeving

Binnen onze economie vormt de overheid een belangrijke afnemer van werken, goederen en diensten. Overeenkomsten met de overheid weerspiegelen immers een belangrijk aandeel van het Bruto Binnenlands Product. Om te beletten dat de EU-lidstaten eigen dienstverstrekkers bevoordelen, is de overheidsopdrachtenwetgeving sterk Europees gekleurd. Ingevolge drie nieuwe EU-Richtlijnen van 26 februari 2014 zijn een aantal wijzigingen op til. We bespreken enkele recente en toekomstige wijzigingen. 

Nieuwe drempelbedragen sinds 1 januari 2016

Vooreerst gelden sinds 1 januari 2016 nieuwe drempelbedragen, opdat overheidsopdrachten op Europees niveau bekend gemaakt moeten worden. De Europese Commissie stelt tweejaarlijks nieuwe drempelbedragen vast.

 

Deze bedragen zijn als volgt verhoogd:

WERKEN: 

  • Oud  5.186.000 euro    / Nieuw  5.225.000

LEVERINGEN :

  • Centrale overheid Oud 135.000 euro / Nieuw 136.000 euro
  • Decentrale overheid Oud 207.000 euro / Nieuw 209.000 euro

DIENSTEN

  • Centrale overheid Oud: 135.000 euro/ Nieuw 136.000 euro
  • Decentrale overheid Oud: 207.000 euro / Nieuw: 209.000 euro

 

Concessieovereenkomsten als overheidsopdrachten

Overeenkomstig de Richtlijn 2014/23/EU zal de overheidsopdrachtenwetgeving ook van toepassing worden op zogenaamde concessieovereenkomsten. Voordien vielen enkel werken, leveringen en diensten waarvoor de overheid een geldsom als prijs betaalt, onder het toepassingsgebied van de wet.

Concessies zijn overeenkomsten waarbij de opdrachtennemer werken of diensten uitvoert in ruil voor het recht deze werken of diensten te ‘exploiteren’. Dit betreft bijvoorbeeld de situatie waarin in opdracht van de overheid een brug of tunnel verwezenlijkt wordt in ruil voor het recht tolheffingen te innen. Een ander typevoorbeeld is de bouw van een zwembad in ruil voor de uitbating ervan.

Normalerwijze zouden de EU-lidstaten de richtlijn tegen 18.04.2016 hebben moeten omzetten in de nationale regelgeving. Pas op 9.03.2016 is een wetsontwerp ingediend in de Kamer. Momenteel is die nog steeds niet aangenomen …

Overige wijzigingen

Naar aanleiding van de EU-Richtlijnen is op 4.01.2016 in het parlement ook een nieuw ontwerp van overheidsopdrachtenwet ingediend. Op 12.05.2016 heeft de Kamer het ontwerp ook goedgekeurd.

Zo zijn er nieuwe verplichte uitsluitingsgronden. De overheid dient zo de kandidaat die belangrijke schulden heeft inzake belastingen of sociale zekerheidsbijdragen verplicht uit te sluiten van de gunningsprocedure, tenzij dit kennelijk onredelijk zou zijn.

Daarnaast worden ook nieuwe facultatieve uitsluitingsgronden in het leven geroepen. De overheid zou een kandidaat kunnen uitsluiten op basis van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een vorige overheidsopdracht. De nieuwe wet voorziet wel in een regularisatiemogelijkheid voor de kandidaat die kan bewijzen dat hij self cleaning measures heeft genomen om aan de toestand te verhelpen.

Ook het gebruik van de onderhandelingsprocedure met bekendmaking zal bevorderd worden. In tegenstelling tot de gewone gunningsprocedure waarbij alle voorwaarden in het bestek geregeld zijn, kan de kandidaat hier nog onderhandelen over bepaalde voorwaarden van de opdracht. Onder de huidige wet is het gebruik van deze onderhandelingsprocedure maar in een strikt aantal gevallen toegelaten. Het toepassingsgebied zal nu worden verruimd.

De nieuwe wetgeving zal pas in werking treden, nadat de Koning de nodige uitvoeringsbesluiten zal uitvaardigen.

Het parlement had de vorige overheidsopdrachtenwet op 15.06.2006 goedgekeurd, maar de uitvoeringsbesluiten lieten zolang op zich wachten dat zij pas effectief in werking is getreden op 1.07.2013. Amper drie jaar later zijn er dus al parlementaire initiatieven genomen om een nieuwe overheidsopdrachtenwet te stemmen. Hopelijk is die een langer leven beschoren dan haar voorganger en laat de inwerkingtreding minder lang op zich wachten gelet op de omzettingstermijn in de richtlijn. Laat dit een opdracht voor de overheid zijn!

 

Philippe Dreesen

Advocaat