De verjaring van elektriciteitsfacturen van consumenten

In een recent arrest van het Hof van Cassatie kwam nog maar eens de discussie over de verjaringstermijn van elektriciteitsfacturen van consumenten naar boven.

Binnen rechtspraak en rechtsleer werd aangenomen dat vorderingen van elektriciteitsleveranciers tegen consumenten tot betaling van elektriciteitsfacturen verjaren door verloop van vijf jaar. Deze verjaringstermijn vervat in artikel 2277 B.W. werd geacht van toepassing te zijn stellende dat elektriciteitsfacturen typisch periodiek weerkerende schulden zijn die betaalbaar zijn bij het jaar of bij kortere periodes.


De korte verjaringstermijn van één jaar vervat in artikel 2272 lid 2 B.W. kwam hier niet voor in aanmerking. Voormeld artikel bepaalt dat de rechtsvordering van kooplieden wegens de koopwaren die zij verkopen aan consumenten, verjaren door verloop van een jaar. Deze verjaringstermijn steunt op een vermoeden van betaling, om te beletten dat een koopman op valse wijze een reeds betaalde schuld nogmaals van zijn klant zou kunnen vorderen. Voor de energieleveringen stelde dit probleem zich volgens rechtspraak en rechtsleer niet, omdat de consumenten in de regel een schriftelijk bewijs van de overeenkomst betreffende dergelijke leveringen ontvangen en tevens ook facturen. De toepassing van de korte verjaringstermijn veronderstelde net het bestaan van de schuldvordering die niet is vastgesteld in een geschrift.

Met het arrest van het Hof van Cassatie van 8 januari 2015 wordt deze opvatting herzien. Het Hof stelt immers dat het feit dat er tussen elektriciteitsleveranciers en consumenten een schriftelijke overeenkomst gesloten wordt en dat consumenten facturen toegestuurd krijgen niet automatisch leidt tot uitsluiting van de korte verjaringstermijn van artikel 2272 lid 2 BW.

Deze ommekeer in de rechtspraak heeft belangrijke gevolgen. De elektriciteitsleveranciers moeten dubbel voorzichtig zijn en kunnen enkel nog aan de korte verjaringstermijn van 1 jaar ontsnappen door of een schuldbekentenis van de schuldenaar, of een afgesloten rekening voor te leggen, of de consumenten binnen het jaar in betaling te dagvaarden.

Het Hof heeft hiermee duidelijk te kennen gegeven dat men niet automatisch mag besluiten dat de elektriciteitsschulden onder de vijfjarige verjaringstermijn vallen en dus de korte verjaringstermijn niet geldt, omdat er een elektriciteitsovereenkomst voorligt of omdat de consument facturen van de leverancier ontvangt.

Het is evenwel nog afwachten welke gevolgen dit arrest met zich zal meebrengen. Er zal ongetwijfeld veel tegenwind volgen van energieleveranciers die plots zullen geconfronteerd worden dat de korte verjaringstermijn in veel van de invorderingsdossier al bereikt is en kracht zullen bijzetten om de vijfjarige verjaringstermijn de bovenhand te houden.

Ook op ons kantoor komen geregeld dossiers voor met betwistingen inzake elektriciteitsfacturen of facturen van andere nutsvoorzieningen. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.

 

Wordt vervolgd…

Hilal ERSAHIN