De maatschap : wat na de oprichting van een maatschap?

Vermogensplanning met controlebehoud

De maatschap is het koninginnenstuk van de successieplanning. Meestal richten ouders een maatschap op waarin zij een inbreng doen, in ruil waarvoor zij deelbewijzen ontvangen. De naakte eigendom van deze deelbewijzen wordt vervolgens geschonken aan de kinderen. Op deze manier worden de ouders in staat gesteld hun vermogen over te dragen aan hun kinderen op een fiscaal voordelige wijze, zonder de controle over dit vermogen te verliezen.

Een maatschap op zich heeft geen eigendomsoverdragend effect. Naast de inbreng van het vermogen in de maatschap, zal er bijgevolg nog steeds een schenking van het vermogen (in de vorm van deelbewijzen) moeten gebeuren aan de kinderen om een eigendomsoverdracht naar de volgende generatie te organiseren.

Inbreng in de maatschap

De inbreng van een onroerend goed in een maatschap is fiscaal niet optimaal. De schenking van de deelbewijzen van de maatschap aan de kinderen zal moeten gebeuren aan het progressieve tarief dat van toepassing is op de schenking van onroerende goederen, aangezien deze deelbewijzen een onroerend goed vertegenwoordigen.

Er is veelal een inbrengrecht en een verdelingsrecht verschuldigd op het moment dat het onroerend goed ingebracht wordt in de maatschap en er vervolgens uitgehaald wordt. De inbreng van een onroerend goed in een maatschap brengt bijgevolg kosten met zich mee, die vermeden kunnen worden door een eenvoudige schenking, los van de oprichting van een maatschap.

Voor de inbreng van roerende goederen in een maatschap bedraagt het tarief van de inbrengrechten 0%. Om deze reden richten ouders vaak een maatschap op indien zij bijvoorbeeld een effectenportefeuille in eigendom hebben.

Zij richten een maatschap op, schenken de naakte eigendom van de deelbewijzen aan de kinderen, en behouden zelf het vruchtgebruik. Dit vruchtgebruik dooft uit op het moment van overlijden van de (laatste) vruchtgebruiker en wast aan bij de naakte eigenaar. Na het overlijden van de ouders worden de kinderen aldus van rechtswege volle eigenaar van de effectenportefeuille.

Wat met de inkomsten van de maatschap?

De effectenportefeuille die ingebracht werd in de maatschap zal mogelijk jaarlijkse winsten genereren.

In principe komen de winsten (gerealiseerde meerwaarden, dividenden, interesten) toe aan de vruchtgebruiker, doch deze winsten komen binnen de maatschap terecht op een lopende rekening van de effectenportefeuille met als co-titularissen de ouders voor het vruchtgebruik en de kinderen voor de naakte eigendom. In sommige gevallen voorzien de statuten van de maatschap zelfs een clausule die bepaalt dat de winsten aangroeien ten voordele van de naakte eigenaar.

De fiscus is van oordeel dat de gerealiseerde winsten die niet worden uitgekeerd aan de vruchtgebruikers en dus op deze manier toekomen aan de naakte eigenaars onder de fictiebepalingen van de erfbelasting vallen. Deze winsten zouden volgens de fiscus kwalificeren als een bedekte bevoordeling/onrechtstreekse schenking door de vruchtgebruiker van/aan de naakte eigenaar, aangezien de kinderen onrechtstreeks winsten toebedeeld krijgen, waarvoor geen schenkingsrechten betaald werden.

Dit kan volgens de Administratie niet en deze winsten zullen via de fictiebepalingen in de nalatenschap van de vruchtgebruikers terechtkomen, zodat de kinderen op deze winsten nog steeds successierechten zullen moeten betalen, ongeacht het feit dat er reeds een maatschap werd opgericht.

De vraag rijst of de fiscus al dan niet teruggefloten zal worden, aangezien het de Algemene Vergadering van de maatschap is die beslist tot niet-uitkering van de winsten, en het niet de vruchtgebruikers zijn die afstand doen van de winsten. Kan dit dan wel beschouwd worden als een schenking door de vruchtgebruikers aan de naakte eigenaars? De fiscus oordeelt van wel.

Om toch aan de verzuchtingen van de fiscus te voldoen is het aan te raden jaarlijks de winsten uit te keren uit de maatschap aan de ouders (vruchtgebruikers) en zodat deze de winst opnieuw inbrengen in de maatschap, en de deelbewijzen op hun beurt schenken met toepassing van de schenkingsrechten aan de kinderen voor de naakte eigendom. Dergelijke beweging kan beschouwd worden als een kapitaalverhoging van de maatschap.

Houd dus steeds in het achterhoofd bij het oprichten van een maatschap dat de vermogensplanning niet ophoudt bij het oprichten van de maatschap, maar dat er steeds bij de jaarlijkse Algemene Vergadering aandacht besteed moet worden aan de eventuele winsten die de maatschap realiseert.

Wenst u meer informatie over een vermogensplanning op maat van uw vermogen, staan wij uiteraard ter beschikking.

 

Annemiek Lewandowski