Monsteraanslagen voor ziekenhuizen

Fiscaal recht
Henri Vandebergh |

We hebben het allemaal (wellicht ) gelezen. Het ziekenhuis Oost-Limburg kreeg een aanslag van 50 miljoen euro in de bus en er zouden er nog een paar volgen. De BBI te Hasselt heeft die aanslagen gevestigd.

Wat is er aan de hand ? (Voortgaande op de persberichten – dus onder zeker voorbehoud).

De ziekenhuizen betalen de verbonden dokters erelonen uit. Van deze uitbetalingen moet het ziekenhuis fiches opstellen en overmaken aan de belastingadministratie. Het is een controlemiddel om te controleren of de genieter van de erelonen deze wel heeft aangegeven. Artikel 57 WIB/92 houdt die verplichting in. Dit is een rigoureuze verplichting. De niet naleving van deze verplichting wordt met een aanslag van 100 % (artikel 223 jo art. 225 WIB/92) “bestraft”. Wettelijk is het wellicht geen echte sanctie, maar het komt zo wel over bij de ge-taxeerden.

Zo’n aanslag van 100% heeft het ziekenhuis nu blijkbaar gehad. Men zou de fiche-verplichting niet correct nageleefd hebben. De fiches zouden op naam van verkeerde personen opgesteld zijn.

De wet (artikel 57 WIB/92) stelt dat de genieters of verkrijgers van de inkomsten op de fiches moeten vermeld worden.

En daar begint nu blijkbaar het probleem. Wie zijn in casu de genieters of verkrijgers van de erelonen ? In vele gevallen oefenen de dokters hun beroep uit in het kader van een maatschap, in een associatie. Die ontvangt de erelonen en verdeelt deze onder de geneesheren volgens bepaalde, onder elkaar afgesproken criteria. Niet elke dokter ontvangt dus het bedrag aan erelonen dat betrekking heeft op zijn prestaties. Hij kan meer of minder ontvangen, afhankelijk volgens welke criteria de erelonen onder de leden van de maatschap verdeeld worden (er bestaan bijvoorbeeld instapregelingen voor jonge dokters). De maatschap moet ook kosten betalen en investeringen doen en zal dus een bedrag van de erelonen hiervoor reserveren.

De vraag is nu : moeten de fiches opgesteld worden op naam van de dokters, leden van de maatschap, of op naam van de maatschap zelf ? Mag de maatschap beschouwd worden als de genieter of verkrijger van de erelonen, of zijn dat de dokters zelf ?

De fiches zouden door het ziekenhuis in het verleden opgesteld zijn op naam van de maatschap. Het ziekenhuis zou hiervoor steunen op een instructie van de administratie zelf. Volgens de BBI hadden de fiches echter (volgens info uit de pers) moeten opgesteld zijn op naam van de geneesheren zelf. De BBI zou dus tegen eigen instructies in handelen. Door de fiches op te stellen op naam van de maatschap, zou de fiscus een controlemiddel ontnomen zijn.

De reden waarom de fiches niet zouden mogen  opgesteld worden op naam van de maatschap zou zijn dat deze geen rechtspersoon is.

Hierover kan men van mening verschillen (zie infra). Maar het al dan niet zijn van een rechtspersoon, is o.i. niet zo relevant.

Al is de maatschap een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid, dergelijke vereniging wordt in het WIB erkend als een belastingplichtige, maar deze wordt belast in hoofde van de leden van de vereniging, wiens opnemingen en hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst of baen, als winst of baten van de leden worden aangemerkt (artikel 29 WIB/92). De maatschap is aldus een transparante entiteit, maar het blijft een vereniging op zichzelf.

Vanuit het standpunt van het ziekenhuis gezien, kan zij niet anders dan de maatschap als genieter vermelden. Het is immers aan deze dat de betalingen gebeuren en het ziekenhuis weet niet en kan niet weten (en mag misschien zelfs niet weten) in welke mate de erelonen toekomen aan de geneesheren - vennoten van de maatschap.

We kunnen dus niet anders besluiten dan dat de maatschap de genieter van het inkomen is. Er is niemand anders bekend.

Maar de maatschap is ook de echte genieter. Zij is immers een belastingplichtige, zij het dat de maatschap niet zelf belast wordt (herinner u – de ouderen onder ons dan vooral - dat BVBA’s vroeger konden kiezen of ze zelf belast worden dan wel in hoofde van de vennoten. De BVBA heeft wel rechtspersoonlijkheid. Men kan dus niet anders dan fiches opstellen op naam van de maatschap, in die zin dat het immers de maatschap is die belast moet worden, zij het dat dit moet gebeuren in hoofde van de leden ervan. Die worden niet alleen belast op hun uitgekeerd deel van de winst, maar ook op het in de maatschap gereserveerde deel van de winst (in verhouding tot hun aandeel in de winst). Het gaat er dus niet  zozeer om te weten wat de dokters genoten hebben als inkomsten, maar het gaat er daadwerkelijk om te weten wat de maatschap zelf genoten heeft als inkomsten.

Het argument van de fiscale administratie dat de maatschap desgevallend geen rechtspersoonlijkheid heeft, is in die context niet relevant. Zij is immers de verkrijger van de inkomsten en de wet vereist dat deze een vereniging met rechtspersoonlijkheid moet zijn, temeer daar de maatschap erkend wordt als belastingplichtige in het WIB/92.

Een maatschap kan ook rechtspersoonlijkheid hebben. (Uitleggen wanneer dit zo is, gaat het bestek van dit opiniestukje te buiten). In dat geval mag de fiche alleen op naam van de maatschap opgesteld worden.

Maar hoe kan de opsteller van de fiche dit onderscheid maken of de maatschap al dan niet een rechtspersoon is ? Hij heeft mogelijk geen weet van dit onderscheid. De maatschap heeft hun wellicht niet geïnformeerd of ze al dan niet rechtspersoonlijkheid heeft. En zonder de nodige juridische kennis zal men zelf het onderscheid niet maken.

Ook het argument dat door de fiches op te stellen op naam van de maatschap er geen controlemogelijkheid zou zijn voor de fiscale administratie, gaat niet op. De maatschap is als vereniging controleerbaar; zij moet winstafrekeningen maken en deze moeten gevoegd worden bij de aangiften van de leden van de maatschap. De maatschap is dus gekend en de verdere verdeling van de erelonen kan gecontroleerd worden.

Het probleem in casu zal zich ook in andere situaties voordoen. We denken bijvoorbeeld aan een associatie (zonder rechtspersoonlijkheid) van notarissen of advocaten. Moeten ook dan de fiches opgesteld worden op naam van de leden van de associatie, zoals de fiscus in casu voorhoudt ?

Men kent die leden wellicht niet eens (wat ook bij doktersassociaties het geval zal zijn). We denken aan een klant van een advocatenkantoor. Die heeft maar contact met één advocaat van de associatie. Moet die de fiche i.v.m. zijn ereloon dan opstellen op naam van alle advocaten van de associatie, elk voor hun (vermeend) deel in de associatie (dat men ten andere onmogelijk kan kennen !!) ?

Dikwijls is het zo dat de associatie een naam heeft, maar wie de leden zijn, kan men niet terugvinden (het staat niet altijd op het briefpapier) en zeker niet in welke mate elk lid gerechtigd is in de winst.

Wat de BBI vraagt, is in vele gevallen (of omzeggens altijd) onmogelijk te voldoen.

Art. 223 WIB/92 bepaalt tenslotte dat de aanslag van 100% niet van toepassing is indien de genieter van de inkomsten deze heeft aangegeven of indien de genieter binnen twee jaar en zes maanden ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt. Er lijkt geen reden voorhanden waarom deze bepaling hier niet van toepassing zou zijn.

De dokters zullen in casu gekend zijn en het lijkt aannemelijk dat de ziekenhuizen zullen kunnen aantonen dat de dokters belast zijn. Dan kan de aanslag van 100% niet van toepassing zijn.

Het lijkt duidelijk dat de aanslagen nooit kunnen betaald worden door het ziekenhuis. Waar is dan de redelijkheid naartoe ? Men gaat maar belasten en dan zullen we wel zien wat ervan komt. Moet men in sommige gevallen niet wat verder nadenken en zien wat men eigenlijk aan het doen is en waar men naartoe gaat ? Wat voor zin heeft het nu die aanslag te vestigen ? Omdat de wet daartoe verplicht ! Dat is natuurlijk altijd de reden om te belasten, maar soms mag men toch eens even verder nadenken of men niet te ver gaat. Bij elke belastingheffing moet de redelijkheid in acht genomen worden.

Het gaat nu om een taxatie tegen eigen richtlijnen in ! Oke, laat die dan eventueel tegen de wet ingaan (wat dus volgens ons niet het geval is), maar ook dan moet men toch even nadenken, zeker in een geval als hier waar de taxatie niet zonder meer duidelijk is. De wet laat een interpretatie toe dat het ziekenhuis correct gehandeld heeft. Moet men dan niet even vooraf nagaan hoe sterk men staat in zijn dossier en wat de gevolgen er van zijn ? ? De gevolgen zijn desastreus ! Natuurlijk dat dit niet mag meespelen in de meeste situaties, maar men mag toch wel eens beter overleggen of een taxatie wel verdedigbaar is.

 

Henri Vandebergh
Gevaco advocaten
 

Beringen 22 augustus 2017