Nieuwsbrief 32: Wat met rekeningen en toebehoren bij overlijden?
(18 - 02 - 10)
Inleiding
Van zodra kredietinstellingen kennis krijgen van het overlijden van een rekeninghouder, worden alle rekeningen en hieraan verbonden bankkaarten, tegoeden en kluizen van de overledene geblokkeerd. De echtgenoot van de overledene kan dan evenmin beschikken over de eigen rekeningen en toebehoren, aangezien deze eveneens geblokkeerd worden, omdat zij gemeenschappelijk zouden kunnen zijn, in het kader van het toepasselijke huwelijksstelsel.
Opdat de banken zouden kunnen overgaan tot vrijgave, diende de handtekening van alle erfgenamen, vermeld in de door de Vrederechter of de notaris opgestelde akte van bekendheid, te worden voorgelegd. Wanneer erfgenamen het onderling niet eens waren over de vereffening en verdeling van de nalatenschap, konden zij aldus de uitbetaling blokkeren door te weigeren hun handtekening aan de banken over te maken. Zelfs de langstlevende partner van de overledene kon dan niet aan over zijn eigen tegoeden beschikken.
Om aan deze problemen tegemoet te komen en de praktijk te vereenvoudigen, werden er in de loop van 2009 verschillende wetgevende initiatieven genomen. Deze hebben er uiteindelijk in de eerste plaats toe geleid dat kredietinstellingen voortaan toch bevrijdend kunnen betalen aan bepaalde personen. In de tweede plaats kan de langstlevende echtgenoot van de overledene een bedrag worden toegekend voor het bekostigen van zijn basisbehoeften, dat beschouwd dient te worden als voorschot bij de verdere vereffening-verdeling.
1. Vereenvoudiging van de deblokkering van de rekeningen en toebehoren van de overledene
Vóór 2007 diende men zich voor het deblokkeren van de tegoeden van de overledene altijd tot de Vrederechter of de notaris te wenden voor een akte van bekendheid wanneer het bedrag 740 euro overschreed.
Op grond van een akkoord met Febelin, de Belgische Federatie van het Financiewezen verbonden de kredietinstellingen zich er vanaf 01.02.2007 toe de tegoeden van de overledene te deblokkeren op basis van een “attest van erfopvolging”, afgeleverd door de registratiekantoren van de FOD Financiën.
Deze regeling bleef echter beperkt tot die gevallen waar er geen sprake was van een testament of van een huwelijkscontract en tot die gevallen waar de tegoeden van de overledene niet hoger waren dan 50.000 euro. In alle andere gevallen diende men zich toch nog steeds tot de Vrederechter of de notaris te wenden om de tegoeden te laten deblokkeren. Het spreekt voor zich dat dit toch nog steeds in heel wat gevallen de nodige administratieve rompslomp met zich meebracht, extra kosten en tijdverlies.
Enkel wanneer de regeling van het deblokkeren van tegoeden een wettelijke basis zou krijgen, wat tot dan toe niet het geval was, kon Febelin akkoord gaan om dit in alle gevallen op een vereenvoudigde manier te laten gebeuren.
Door de Wet van 6 mei 2009 werd hiertoe een nieuw artikel 1240bis in het Burgerlijk Wetboek ingevoerd, waarbij de deblokkering van tegoeden aldus wettelijk verankerd is.
Vanaf 29 mei 2009 kunnen kredietinstellingen de tegoeden van de overledene te goeder trouw bevrijdend vrijgeven aan of op instructie van de personen opgesteld in een attest van erfopvolging, opgesteld door de ontvanger van het bevoegde successiekantoor, of op basis van een attest of akte van erfopvolging opgemaakt door de notaris. In sommige gevallen, dient verplicht een attest van de notaris voorgelegd te worden.
Voortaan kan door de bank derhalve niet langer de handtekening van alle erfgenamen als voorwaarde gesteld worden voor de deblokkering. Enkel wanneer er geen attesten, zoals voormeld, kunnen voorgelegd worden, zal de bank slechts mogen vrijgeven bij akkoord van alle erfgenamen.
In de praktijk dienen wij vast te stellen dat kredietinstellingen toch nog steeds weigerachtig staan tegenover het vrijgeven van gelden aan slechts één van de erfgenamen. Er kan echter in geen geval geweigerd worden om uit te betalen. Er mag door de bank in ieder geval aan de betreffende erfgenaam uitkering worden gedaan ten belope van diens erfdeel.
2. Voorschot voor de langstlevende partner
Omwille van de deblokkering na overlijden, kan de langstlevende partner gedurende een bepaalde periode niet aan de financiële tegoeden van de overledene en zichzelf en hierdoor in financiële problemen terecht komen. Ook de rekeningen op naam van de langstlevende worden geblokkeerd aangezien deze naargelang het toepasselijke huwelijksstelsel deel kunnen uitmaken van de huwgemeenschap.
Vanaf 31 augustus 2009, datum van inwerkingtreding van een nieuw artikel 1240ter van het Burgerlijk Wetboek, ingevoerd bij Wet van 26 juni 2009, kan de langstlevende echtgenoot de helft van het totale bedrag op de gemeenschappelijke of onverdeelde zicht- of spaarrekeningen waarvan de overledene of hijzelf houder of medehouder zijn, vrij opnemen tot een bedrag van 5.000 euro.
Hiertoe moeten er geen documenten worden voorgelegd. Een bedrag van maximaal 5.000 euro kan zondermeer door de langstlevende echtgenoot van voormelde rekeningen worden afgehaald. Dit bedrag wordt beschouwd als een soort van leefloon waarover de langstlevende over moet kunnen beschikken om hem in staat te stellen in zijn basisbehoeften te voorzien. Het zal later bij de vereffening-verdeling in mindering worden gebracht op de tegoeden die verder nog aan de langstlevende echtgenoot toekomen.
Aangezien deze regeling specifiek tot doel heeft de langstlevende in zijn eigen levensonderhoud te kunnen laten voorzien, zitten de begrafeniskosten en de kosten van de laatste ziekte van de overledene niet in het bedrag van 5.000 euro vervat.
Wanneer er door de langstlevende echtgenoot toch meer dan de helft van de beschikbare saldi of meer dan 5.000 euro wordt afgehaald, dan wordt het te veel opgenomen bedrag afgetrokken van het deel dat aan de langstlevende werkelijk toekomt en wordt het verdeeld onder de overige erfgenamen. Men kan er dan aldus geen aanspraken meer tegenover laten gelden. De langstlevende verliest in dat geval tevens de bevoegdheid om de nalatenschap te verwerpen of te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
Voormelde regelgeving geldt tevens ten aanzien van wettelijk samenwonende partners voor wat betreft gemeenschappelijke rekeningen.
Besluit
Vanuit de praktijk is de vraag voor vereenvoudiging van de deblokkering van tegoeden van de overledene doorheen de jaren steeds groter geworden.
Met de Wetten van 6 mei 2008 en van 26 juni 2009 heeft men getracht aan deze vraag tegemoet te komen door de bevrijdende betaling in het kader van een erfenis vlotter te laten verlopen. Zij betekenen een verdere, wettelijk verankerde vereenvoudiging, waarbij de bank de nodige wettelijke waarborgen krijgt.
Niettemin blijven de kredietinstellingen een terughoudende houding aannemen wanneer toepassing van de nieuwe wetsartikelen gevraagd wordt. Er bestaat nog heel wat onduidelijkheid over de concrete toepasbaarheid van de nieuwe bepalingen. Wanneer deze praktische problemen na verloop van tijd verdwenen zijn, zal de nieuwe wetgeving zeker wel een nuttig instrument zijn bij de blokkering van tegoeden van de overledene.
Caroline BOVEN,
advocaat.