
Uw bedrijf wordt geconfronteerd met een leverancier die niet of niet meer wil leveren. Dit kan voor grote problemen zorgen, want hierop had u uiteraard niet gerekend. Kan een leverancier zomaar weigeren te leveren? Kan u niets doen tegen die verkoopsweigering?
IN PRINCIPE IS VERKOOPWEIGERING RECHTMATIG
Het vertrekpunt is het principe van de contractuele vrijheid. Dit houdt in dat u en ook uw leverancier het recht heeft om te beslissen een contract af te sluiten, of te beslissen om geen contract af te sluiten.
De contractuele vrijheid laat dus in principe toe dat een leverancier weigert aan u te verkopen.
Aan elke vrijheid zijn er echter grenzen, ook aan de contractuele vrijheid.
EEN VERKOOPSWEIGERING KAN EEN FOUT UITMAKEN
Het principe van contractuele vrijheid betekent dus niet dat een verkoopsweigering altijd rechtmatig is. Een verkoopsweigering kan foutief zijn wanneer deze de wet schendt, de leverancier misbruik maakt van zijn economische machtspositie of de verkoopsweigering rechtsmisbruik uitmaakt.
1. Schending van de wet
Een verkoopweigering is foutief wanneer deze de wet schendt..
De wet zelf legt immers in een aantal sectoren aan leveranciers de verplichting op te leveren aan bepaalde afnemers. Zo zijn bijvoorbeeld bepaalde groothandelaars in medicijnen verplicht om te leveren aan apotheken. Een verkoopsweigering gaat in dat geval rechtstreeks tegen de wet in en is dus onrechtmatig.
2. Schending van het mededingingsrecht en een misbruik van machtspositie
Dit is eigenlijk een speciaal voorbeeld van een verkoopsweigering die de wet schendt. Een verkoopsweigering kan namelijk het mededingsrecht schenden, dit kan zijn art. 81 en 82 van het EG-verdrag, of de Belgische wet op de Econmische Mededinging.
DE EUROPESE WETGEVING
Uit de Europese rechtspraak zijn drie categorieën van verkoopsweigeringen af te leiden:
de simpele verkoopsweigering, de verkoopsweigering terwijl er voordien wel werd verkocht en de discriminatoire verkoopsweigering.
De simpele verkoopsweigering
Wanneer een leverancier gewoon weigert te leveren dan schendt deze art. 81 en 82 EG-verdrag enkel wanneer:
* er geen alternatief bestaat voor de koper en het niet mogelijk is om zelf een alternatief op te zetten, in de praktijk betekent dit dat er bijna sprake moet zijn van een monopoliepositie.
* en er geen objectieve rechtvaardiging is voor de verkoopsweigering.
Een simpele verkoopsweigering kan dus volgens het Europese recht wanneer de leverancier een objectieve reden heeft om te weigeren. Zo’n reden kan bijvoorbeeld zijn, een slechte financiële positie van de koper die niet voldoende zekerheid kan bieden, of het reeds volledig gebruikt zijn van de productiecapaciteit van de leverancier.
De verkoopsweigering terwijl er voordien wel werd verkocht
Deze werd door de Europese rechtspraak tot nu toe strenger beoordeeld dan de simpele verkoopsweigering. In dit geval moet er geen sprake zijn van een monopoliepositie vooraleer er sprake kan zijn van een onrechtmatige verkoopsweigering. Toch moet er nog steeds een voldoende dominante positie op de relevante markt zijn.
De discriminatoire verkoopsweigering
Dit betekent dat een leverancier wel verkoopt aan het ene bedrijf en niet aan het andere terwijl deze zich in een gelijkaardige positie bevinden.
Dit doet zich vooral voor bij het opzetten van een exclusief of selectief distributienetwerk.
Hier heeft de Europese Commissie het standpunt ingenomen dat wanneer een producent niet meer dan 30% van relevante markt in handen heeft deze volledig rechtmatig een exclusief of selectief distributienetwerk mag opzetten en dus perfect mag weigeren te leveren.
DE BELGISCHE WET OP DE ECONOMISCHE MEDEDINGING
De Belgische wet op de Economische mededinging bepaalt wanneer een bedrijf een economische machtspositie heeft op de relevante markt. Wanneer een bedrijf een dergelijke machtspositie heeft, mag het niet zomaar weigeren te leveren of te verkopen.
Het uiteenzetten van de elementen die wijzen op een machtspositie zou ons hier te ver leiden. Voor meer informatie hierover kan u steeds met ons kantoor contact opnemen.
In de praktijk komt zowel de Europese regelgeving als de Belgische wetgeving er op neer dat verkoopsweigering kan zolang de onderneming geen misbruik maakt van haar dominante positie op de relevante markt door te weigeren om te verkopen.
3. Rechtsmisbruik
Losstaand van een schending van een wet kan een verkoopsweigering ook nog onrechtmatig zijn wanneer deze rechtsmisbruik uitmaakt.
Er is sprake van rechtsmisbruik wanneer de verkoper/leverancier geen redelijk belang kan doen gelden voor de weigering of wanneer er een te grote onevenredigheid bestaat tussen de belangen van partijen.
Of er sprake is van een redelijk belang en of er een te grote onevenredigheid is tussen de belangen van partijen zal steeds door een rechter moeten afgewogen worden.
Zo wordt in de rechtspraak aangenomen dat een verkoper het recht heeft om zijn commerciële strategie en zijn distributiepolitiek zelf te bepalen. Toch kan er volgens de rechtspraak van rechtsmisbruik sprake zijn wanneer de leverancier op een bruuske en niet-gemotiveerde wijze een bestaande zakenrelatie stopzet of daarbij de rechtmatige verwachtingen van de afnemer schokt.
Conclusie
In principe is een verkoopsweigering rechtmatig als uiting van de contractuele vrijheid. Deze contractuele vrijheid is echter niet onbegrensd.
De verkoopsweigering kan onrechtmatig zijn wanneer deze:
1. Een specifieke wet schendt die een leveringsplicht oplegt.
2. Het mededingingsrecht schendt omdat de leverancier een dominante positie heeft op de relevante markt.
3. rechtsmisbruik uitmaakt omdat de leverancier geen redelijk belang heeft of er een te grote onevenredigheid bestaat tussen de belangen van partijen.
Christoph BIELEN,
advocaat.