
Op 1 augustus van dit jaar trad de wet van 3 juli 2005 met betrekking tot de rechten van de vrijwilligers in werking. De wetgever heeft met deze nieuwe wet getracht om een integrale regeling te bieden ten behoeve van de vele vrijwilligers die in ons land actief zijn. Wij wensen met dit artikel specifiek uw aandacht te vestigen op de bepalingen van deze wet op het gebied van aansprakelijkheid en verzekering die op 1 januari 2007 uitwerking zullen krijgen.
Volgens de gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsregels loopt een vrijwilliger die schade veroorzaakt het risico te moeten opdraaien voor de kosten. Voor sommigen was er in het verleden een aansprakelijkheidsregeling, voor anderen niet! Het moge duidelijk zijn dat dit een onrechtvaardige situatie was en dat hier iets aan gedaan diende te worden. Dit temeer daar vrijwilligers zich uiteindelijk louter uit goede wil en zonder enige bezoldiging inzetten voor het goede doel.
Onder vrijwilligerswerk verstaat de wetgever elke activiteit:
* die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht;
* die verricht wordt ten behoeve van één of meer personen, andere dan degene die de activiteit verricht, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel;
* die ingericht wordt door een organisatie anders dan het familie- of privé-verband van degene die de activiteit verricht;
* en die niet door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling.
*
Met de wet van 3 juli 2005 heeft de wetgever een regeling in het leven willen roepen die de vrijwilliger dezelfde bescherming biedt als deze die het arbeidsrecht voorziet ten voordele van werknemers.
Voortaan zal de vrijwilliger enkel nog persoonlijk aansprakelijk zijn in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout, voor de schade die hij veroorzaakt bij het verrichten van vrijwilligerswerk. In de andere gevallen geniet de vrijwilliger immuniteit en kan de benadeelde enkel nog de organisatie aanspreken in vergoeding van de door hem geleden schade. De nieuwe wet maakt de vrijwilliger derhalve grotendeels immuun voor de aansprakelijkheidsvorderingen en verschuift deze naar de vereniging. Van belang is evenwel dat de immuniteit enkel bestaat voor zover het gaat om vrijwilligers die hun werk verrichten in opdracht van:
* een feitelijke vereniging die personeel tewerkstelt;
* private of publieke rechtspersoon zonder winstoogmerk;
* een feitelijke vereniging die op grond van haar specifieke verbondenheid beschouwd kan worden als een afdeling van een feitelijke vereniging die één of meer werknemers tewerkstelt of van een private of publieke rechtspersoon zonder winstoogmerk.
Dit heeft tot gevolg dat enkel de vrijwilligers van de grotere, meer gestructureerde organisaties zich kunnen beroepen op de nieuwe immuniteitsregeling. Voor de vrijwilligers die zich inzetten in kleinschalige, minder gestructureerde verbanden blijft het gemeen recht, en bijgevolg het risico om persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden, onverkort gelden.
*
Om het aansprakelijkheidsprobleem op te vangen legt de wet aan de organisaties die op basis van het hoger vermelde aansprakelijk zijn voor de schade die een vrijwilliger veroorzaakt, de verplichting op om een B.A.-verzekering af te sluiten ter dekking van de risico?s met betrekking tot het vrijwilligerswerk.
De verzekeringsplicht heeft enkel betrekking op de buitencontractuele aansprakelijkheid van de organisatie. Er bestaat geen enkele verplichting voor de organisatie om de persoonlijke aansprakelijkheid van de vrijwilliger te verzekeren.
Het komt er dus op aan voor elke organisatie die werkt met vrijwilligers en die onder het toepassingsgebied van de wet valt, om na te gaan of haar dekkingen beantwoorden aan de vereisten van de wet.
Valt de vereniging niet onder het toepassingsgebied van de nieuwe wet (kleinschalige organisaties) dan is zij evenmin onderworpen aan de verzekeringsplicht. Dit sluit natuurlijk niet uit dat ook deze verenigingen toch een verzekering sluiten die de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door haar vrijwilligers dekt. Indien een dergelijke verzekering niet werd afgesloten, dan kan de benadeelde zich op basis van het gemeenrechtelijk aansprakelijkheidsrecht tot de vrijwilliger persoonlijk wenden. Beschikt deze laatste over een familiale verzekering, dan zal hij de gevolgen van het schadegeval eventueel kunnen afwentelen op zijn verzekeraar BA Privéleven. Een gezinspolis blijft dus sowieso aan te raden.
En dit overigens eveneens voor de vrijwilligers die wel onder de nieuwe wet vallen. Zoals hoger reeds gesteld strekt de immuniteit zich immers niet uit tot opzet, zware fout en herhaaldelijk voorkomende lichte fout. Opzettelijk veroorzaakte schade blijft in principe uitgesloten in de familiale verzekering, maar voor een zware fout kan een beroep gedaan worden op de familiale verzekering voorzover deze zware fout niet uitdrukkelijk uitgesloten wordt. Ook een herhaaldelijk voorkomende lichte fout is doorgaans gedekt in een familiale verzekering.
Katleen LEMMENS
Advocaat