
Wij stellen vast dat onze rechters aan schuldenaars vrij gemakkelijk afbetalingsfaciliteiten toestaan.
In haar arrest van 15.06.2006 heeft ons Hof van Cassatie echter benadrukt dat het toekennen van betalingsfaciliteiten er niet toe mag leiden dat de schulden niet kunnen worden aangezuiverd zodat de schuldeiser de facto verplicht wordt eindeloos krediet te verstrekken.
Onze rechters zijn zeker niet bevoegd om een schuldenaar te ontslaan van de terugbetaling van zijn schulden behoudens in zeer specifieke gevallen.
De rechtbank te Gent veroordeelde een schuldenaar om zijn schuld van ongeveer 30.000 EUR, te vermeerderen met een conventionele intrest aan 7,07% per jaar vanaf november 2001 en de gerechtskosten terug te betalen met maandelijkse afkortingen van 100 EUR per maand vanaf 15.06.2002.
Het Hof van Cassatie oordeelde dat deze toegestane afkortingen geen uitstel van betaling betekende maar in feite een toelating voor de schuldenaar om zijn schuld nooit af te betalen vermits door betaling van de maandelijkse afkorting de schuldenaar slechts een gedeelte van de lopende intrest betaalde.
Ons Burgerlijk Wetboek voorziet in artikel 1244, tweede lid, het volgende :
“Maar de rechter kan, niettegenstaande ieder andersluidend beding, met inachtneming van de toestand der partijen, gebruik makend van deze bevoegdheid met grote omzichtigheid en daarbij rekeninghoudend met de termijnen die de schuldenaar reeds heeft genoten, gematigd uitstel verlenen voor de betaling en de vervolgingen doen schorsen, ook wanneer de schuld blijkt uit een andere authentieke akte dan een vonnis.”
De door de wetgever gehanteerde begrippen zoals “met grote omzichtigheid” en “gematigd uitstel” duiden er op dat de rechter de positie van de niet-betaalde schuldeiser niet uit het oog mag verliezen.
Ons kantoor stelt vast dat de rechters de laatste jaren steeds meer en meer betalingsfaciliteiten toestaan dewelke een terugbetaling op redelijke termijn van niet betwistbare schulden in de weg staan.
Vermoedelijk voelt de rechter zich hierin gesteund door de wetgever die in materies zoals het consumentenkrediet en de collectieve schuldenregeling aan de rechter de mogelijkheid heeft gegeven zeer verregaande betalingsfaciliteiten, zelfs met gedeeltelijke kwijtschelding van de terugbetaling van het kapitaal, toe te staan.
Wij zijn van oordeel dat aan deze evolutie een halt moet worden toegeroepen.
Door het niet tijdig terugbetalen van aangegane schulden te vergemakkelijken wordt de rechtszekerheid in het handelsverkeer aangetast.
Het is de taak van de advocaten om bij een vraag tot afkorting van schulden de rechters er op te wijzen dat zij dit verzoek met grote omzichtigheid moeten beoordelen.
Arne VAN DER GRAESEN
Advocaat-vennoot