
Deze term uit het Anglo-Amerikaans recht is bij de meeste rechtzoekenden bekend en klinkt hen als het lied van de “syrenen” in de oren.
Nochtans zijn onze Engelstalige broeders niet de uitvinders van dit begrip.
Reeds in het Romeinse recht kende men het “pactum de quota litis”, zijnde de (verboden) overeenkomst tussen advocaat en cliënt waarbij het ereloon van de advocaat verbonden wordt aan de uitslag van het proces.
In het Belgisch Gerechtelijk Wetboek gaat artikel 459 over deze kwestie en het schrijft in algemene bewoordingen voor dat een beding omtrent het ereloon dat verbonden is aan de uitslag van het geding verboden is.
Betekent dat een overeenkomst omtrent het ereloon geen gediversifieerde afspraken mag bevatten die neerkomen op de betaling van een “success fee” ?
Het antwoord is ontkennend.
Het Hof van Beroep te Luik heeft in haar arrest van 14.02.2006 geoordeeld dat een ereloonovereenkomst afgesloten tussen cliënt en zijn advocaat niet strijdig is met artikel 459 Ger.W. en dus niet verboden is wanneer men voorziet dat de cliënt de volgende ereloon verschuldigd is:
* 10% van de inzet van het proces in onderling akkoord bepaald op 300.000 EUR wanneer men er in slaagt het proces winnend af te sluiten;
* een forfait van 5.000 EUR wanneer men het proces verliest.
Een ereloonovereenkomst met een “success fee”-beding is dus wel degelijk rechtsgeldig in zoverre dat uit de overeenkomst blijkt dat de honoraria niet exclusief zijn berekend op de uitslag van het geding.
Het beding dat in deze zaak door het Hof werd beoordeeld had namelijk niet tot gevolg dat de advocaat geen aanspraak kon maken op een ereloon wanneer hij het proces verloor.
Het Hof zegt bovendien dat de berekening van het ereloon gekoppeld aan de waarde van de zaak een in de praktijk aanvaarde berekeningswijze is die op zichzelf niet voor kritiek vatbaar is.
Wij trachten dan ook bij de bespreking van het ereloon en de kosten voorafgaandelijk aan het aanvatten van het proces met de cliënt een compromis te bereiken omtrent het te betalen ereloon verschuldigd bij een gunstig dan wel ongunstig resultaat.
Deze afspraken moeten omwille van de duidelijkheid en de afdwingbaarheid weergegeven worden in een geschreven overeenkomst.
Het adagium “en mariage, il trompe qui peut” is duidelijk niet van toepassing op ereloonovereen-komsten.
Ereloonovereenkomsten of afspraken desomtrent dienen duidelijk te zijn, doorzichtig en evenwichtig.
De ervaring heeft ons geleerd dat ons cli?nteel het op prijs stelt dat er snel duidelijkheid bestaat over het verschuldigde ereloon.
Arne VAN DER GRAESEN
Advocaat-vennoot