advocaten Gevaco

Meer dan 50 jaar kennis en ervaring

Nieuwsbrief 26: De verhaalbaarheid van de verdedigingskosten

(13 - 07 - 06)

Na het Hof van Cassatie heeft het Arbitragehof zich in haar recente arresten van 19.04.2006 en 14.06.2006 uitgesproken over de problematiek van de verhaalbaarheid van de kosten en honoraria van een advocaat.

Het Arbitragehof heeft de verdienste dat het de discussie omtrent de al dan niet verhaalbaarheid van de verdedigingskosten naar het hogere niveau en de hogere normen tilt van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (E.V.R.M.).

Artikel 6.1 van het E.V.R.M. waarborgt elke rechtszoekende het recht op een eerlijk proces, wat de bijstand impliceert van een advocaat wanneer uit de omstandigheden blijkt dat het onwaarschijnlijk is dat de rechtszoekende zijn eigen zaak naar behoren kan verdedigen.

Ook het recht op de toegang tot de rechter en het beginsel van de wapengelijkheid - aldus het Arbitragehof - houden de verplichting in om een evenwicht tussen de procespartijen te waarborgen en om aan elke partij de mogelijkheid te bieden haar argumenten te doen gelden die haar niet kennelijk benadelen ten aanzien van de tegenpartij.

Het Arbitragehof verduidelijkt dat de wetgever de algemene beginselen van “toegang tot de rechter” en “wapengelijkheid” in concreto moet invullen om aldus een einde te maken aan de bestaande discriminatie die zij heeft vastgesteld in de juridische vraagstelling die haar ter beoordeling werd voorgelegd.

Het Arbitragehof is zoals gewoonlijk zeer duidelijk:

Om een einde te maken aan de discriminatie staat het aan de wetgever te oordelen op welke wijze en in welke mate de verhaalbaarheid van het honorarium en de kosten van een advocaat dienen te worden georganiseerd.

Terloops verwijst het Arbitragehof naar reeds bestaande wetsbepalingen in deze materie die van toepassing zijn in Nederland, Duitsland en Frankrijk.

De wetgever zal nu dus moeten rekening houden met de beginselen die het Arbitragehof heeft aangevoerd uit het E.V.R.M. wanneer zij wetgevend tussenkomt om aan de thans bestaande discriminatie te verhelpen en de verhaalbaarheid van de verdedigingskosten wettelijk te regelen.

Begin september 2006 vieren we reeds de tweede verjaardag van het baanbrekende cassatiearrest van 02.09.2004 waarbij ons hoogste Hof oordeelde dat in zaken van contractuele aansprakelijkheid de kosten en erelonen van o.m. de bijstand van een advocaat terugvorderbaar zijn in zoverre deze tussenkomst noodzakelijk was.

Is het te verantwoorden dat de wetgever ondanks duidelijke “incentives” van onze hoogste rechtscolleges, ondanks kant en klare voorstellen van de Orde van de Vlaamse en de Franstalige balies van ons land nog steeds talmt met haar wetgevend ingrijpen ?

Het wekt wrevel op dat een belangrijke beroepsgroepering zoals de advocatuur niet door de Minister van Justitie wordt gevolgd wanneer zij een uitgewerkt voorstel tot wetswijziging aanbiedt dat rekening houdt met de evoluties en de algemene beginselen van het Belgisch en Europees recht om de verhaalbaarheid van de verdedigingskosten op een economische en juridisch verantwoorde wijze te installeren in ons rechtsstelsel.

De tijd van nadenken, studies laten maken, conferenties en seminaries houden over de gerezen problematiek is duidelijk voorbij.

Het wordt hoog tijd dat er knopen worden doorgehakt.

De burgers van ons land, en hiermede bedoelen wij niet alleen de werkende Vlamingen, verwachten van de overheid een behoorlijk en performant bestuur.

Worden de werkzaamheden op de overheidswerf “justitie” nog hervat na het bouwverlof of wordt de werf stilgelegd tot na de volgende federale verkiezingen ?

Let us wait and see.

A. VAN DER GRAESEN
Advocaat-vennoot



belgavokaAdvocatennetadvogatefrancavoka
Webdesign by Nozzle Communication Agency.