
De wet van 17 september 2005 voert de zogenaamde “natuurrampenverzekering” in.
Het betreft een aanpassing aan de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst en de wet van 12 juli 1976 over het herstel van schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen.
Wie een brandverzekering afsluit, is nu automatisch verzekerd tegen de schade veroorzaakt door natuurrampen.
De wet van 17 september 2005 breidt de dekking van de brandverzekering naast stormen nu ook uit tot aardbevingen, overstromingen, overlopen of opstuwing van openbare riolen, dijkbreuken, vloedgolven, aardverschuivingen en grondverzakkingen. De brandverzekeraar dient verplicht deze waarborg tegen natuurrampen te verlenen.
Wat als een natuurramp moet beschouwd worden, wordt in de wet zelf als volgt omschreven :
* een overstroming;
* een aardbeving van natuurlijke oorsprong die :
o tegen dit gevaar verzekerbare goederen vernietigt, breekt of beschadigt binnen 10 km van het verzekerde gebouw,
o of werd geregistreerd met een minimum magnitude van 4? op de schaal van Richter, alsmede de overstromingen, het overlopen of opstuwen van openbare riolen, de aardverschuivingen of verzakkingen die er uit voortvloeien;
* een overlopen of een opstuwing van openbare riolen veroorzaakt door het wassen van het water of door atmosferische neerslag, een storm, het smelten van sneeuw, ijs of een overstroming;
* hetzij een aardverschuiving of grondverzakking
De regering kan beslissen deze lijst nog verder uit te breiden bij Koninklijk Besluit.
Om de natuurrampen vast te stellen, kunnen zowel metingen gebruikt worden die werden uitgevoerd door bevoegde openbare instellingen, als metingen die werden uitgevoerd door private instellingen die over de nodige wetenschappelijke bevoegdheden beschikken.
De dekking is niet meer beperkt tot woningen die zich in een risicogebied bevinden.
Thans dienen de risicogebieden niet meer afgebakend te worden voor het verzekeringsluik.
De brandverzekeraars dienen elke natuurramp te dekken voor een globaal bedrag van 280.000.000 EUR. Voor de dekking van een aardbeving wordt dit bedrag opgetrokken tot 700.000.000 EUR.
Dit betekent dat eventuele tussenkomsten van het rampenfonds voor particuliere woningen slechts noodzakelijk zullen zijn wanneer de hierboven genoemde dekkingsgrenzen overschreden zijn.
Het verzekeringscontract mag voor de risico?s natuurrampen en andere uitzonderlijke gevaren een aan de index gekoppelde franchise toepassen van maximum 610 EUR per schadegeval (tegen de huidige index is dat 1.007,64 EUR).
Met de wet van 17 september 2005 heeft de wetgever duidelijk geleerd van een aantal fouten die een vlotte uitvoering van de wet van 21 mei 2003 tot invoering van de verzekeringsdekking tegen overstroming in de weg stonden.
De wet van 21 mei 2003 kon niet in werking treden omdat ze de bijkomende dekking beperkte tot één soort natuurramp nl. overstromingen en tot gebouwen die in een risicogebied gelegen waren.
Het ging hier dus om gebouwen waarvan het zeer waarschijnlijk was dat zich schadegevallen zouden voordoen tengevolge van overstroming. Dit maakte de verzekering peperduur.
Dit euvel wordt thans verholpen door de invoering van de wet van 17 september 05.
In de wet werd tevens de oprichting voorzien van een Tariferingsbureau met als opdracht de tariefvoorwaarden vast te stellen voor de risico’s die geen dekking vinden.
Het was immers een eis van de verzekeraars dat er een Tariferingsbureau zou worden opgericht voor gebouwen waarvoor geen natuurrampendekking tegen normale marktvoorwaarden kan worden onderschreven. Het feit dat de dekking tegen natuurrampen verplicht is in de brandverzekeringen, betekent immers niet dat de brandverzekering zelf verplicht wordt en evenmin dat de verzekeraars gehouden zijn alle risico’s te aanvaarden.
Indien de eigenaar van woning bij zijn verzekeraar komt aankloppen voor een brandverzekering met dekking voor natuurrampen, dient de verzekeraar te beslissen of hij zijn eigen tarief dan wel het tarief van het Bureau voorstelt (naargelang het al dan niet om een woning in een probleemzone gaat).
De verzekeraar dient op eigen initiatief de verzekeringnemer in te lichten over de tariefvoorwaarden van het Tariferingsbureau indien hij de verzekeringnemer weigert of een premie voorstelt die hoger ligt dan de tariefvoorwaarden van het Bureau.
De oprichting van dit Bureau is thans een feit ingevolge een KB dat gepubliceerd werd op 14 oktober 2005.
In principe zouden de werkings ? en tariefvoorwaarden van het Tariferingsbureau begin 2006 moeten vastgelegd zijn.
De lopende verzekeringsovereenkomsten dienen aangepast te worden aan de natuurrampenwet op de eerste vervaldag na de inwerkingtreding van de wet.
Het uiteindelijke startschot van de natuurrampenwet moet nog worden gegeven door middel van een KB waarin ondermeer de datum van inwerkingtreding wordt opgenomen.
Veerle JANSSEN
Advocaat