advocaten Gevaco

Erkend bemiddelaar in familiezaken, burgerlijke en handelszaken

Nieuwsbrief 24: Rechtvaardiger fiscale behandeling van schuldeisers

(01 - 06 - 05)

Rechtvaardiger fiscale behandeling van schuldeisers in het kader van een gerechtelijk akkoord of faillissement.

Aandachtige lezers van onze Nieuwsbrief herinneren zich dat wij einde 2004 meedeelden dat de wetgever initiatieven zou nemen om de schuldeisers van onbetaald gebleven facturen door faillissement of gerechtelijk akkoord van de schuldenaars een rechtvaardiger fiscale behandeling te geven.

Wel, het is zover!

Een wet van 07.04.2005 - dewelke van kracht is geworden op 30.04.2005 - wijzigt de situatie van de onbetaald gebleven schuldeiser als volgt:

  * Schuldeisers kunnen voortaan de BTW recupereren vanaf de dag waarop het faillissementvonnis wordt uitgesproken.
  * U zal zich herinneren dat U voorheen kon wachten tot het faillissement definitief werd gesloten.
  * Het was niet ongewoon dat zulks jaren op zich liet wachten.
  * De wetgever is echter voorzichtig geweest.
  * Curatoren moeten binnen de maand na de sluiting van het faillissement aan de fiscus laten weten welke bedragen door hem aan de schuldeisers werden betaald.
  * Blijkt dat U gehele of partiële betaling hebt ontvangen van de niet-betaalde factuur waarvan U de BTW reeds terug hebt ontvangen dan zal de overeenstemmende BTW daarop terug opeisbaar worden.
  * De tijd dat curatoren werden bestookt met vragen om een individueel fiscaal attest van oninbaarheid op te stellen is dus definitief voorbij.


De wetgever heeft in een gelijkaardig systeem voorzien wanneer de niet-betaalde leverancier van goederen en diensten wordt geconfronteerd met een gerechtelijk akkoord van zijn schuldenaar.

De vordering tot “teruggaaf” - zo zegt de wet - ontstaat in het geval van een gerechtelijk akkoord op de datum van de definitieve opschorting voor de schuldvorderingen die in het herstelplan zijn opgenomen.

Ingeval van gerechtelijk akkoord is het belangrijk dat de schuldeisers het verloop van de procedure aandachtig volgen, temeer daar artikel 48 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met een regeling betreffende de eventuele fiscale vrijstelling voor een waardeverminde-ring of voorziening (provisie).

Vorderingen op medecontractanten waarvoor op basis van het gerechtelijk akkoord een definitieve opschorting van betaling is bekomen geven aanleiding tot voornoemde fiscale vrijstelling gedurende de belastbare tijdperken dat de definitieve opschorting van kracht is.

Deze nieuwe wet is zondermeer ?goed? en billijk.

En als het goed is dan zeggen we dat graag.

Nu alleen nog minder faillissementen en gerechtelijke akkoorden en dit hangt op haar beurt samen met het stimuleren van een verhoogde competitiviteit van de ondernemingen.


Arne VAN DER GRAESEN
Advocaat-vennoot



belgavokaAdvocatennetadvogatefrancavoka
Webdesign by Nozzle Communication Agency.