advocaten Gevaco

Erkend bemiddelaar in familiezaken, burgerlijke en handelszaken

Nieuwsbrief 23: Het nieuwe wetsontwerp met betrekking tot de bemiddeling.

(01 - 12 - 04)

In een vorige nieuwsbrief had ik een toelichting gegeven over de bemiddeling.

Bij wet van 19.02.2001 werd de “proceduregebonden bemiddeling in familiezaken” in het leven geroepen. Echter bleef dit een doodgeboren kind gezien uitvoeringsbesluiten nooit in voege traden.

Thans ligt een wetsontwerp voor, dat reeds door de Kamer werd goedgekeurd en verzonden werd naar de Senaat waar dit eerdaags ter stemming zal worden voorgelegd.

Belangrijk is hier, in tegenstelling tot de wet van 2001, dat de nieuwe wet zowel de proceduregebonden bemiddeling - in de nieuwe wet genaamd “de gerechtelijke bemiddeling” - regelt als de buitengerechtelijke bemiddeling, in de nieuwe wet “vrijwillige bemiddeling” genaamd.

Deze laatste term mag de wenkbrauwen doen fronsen gezien het karakter van de bemiddeling er precies in bestaat dat partijen vrijwillig beslissen om tot bemiddeling over te gaan.
Derhalve is ook de gerechtelijke bemiddeling een vrijwillige bemiddeling.

Daar waar de wet van 2001 enkel de gerechtelijke bemiddeling in familiezaken regelde, regelt de nieuwe wet zowel de gerechtelijke als de vrijwillige bemiddeling in burgerlijk en handelsrecht, familierecht en sociaal recht. M.a.w. op die materies waarvoor het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is. Derhalve niet voor strafzaken en voor zaken die voor de Raad van State dienen beslecht te worden.

Om aan vrijwillige bemiddeling te doen, worden er aan de bemiddelaar geen specifieke voorwaarden gesteld , noch wordt er een gedragscode opgelegd.

Wanneer in een overeenkomst een bemiddelingsbeding is opgenomen en dit wordt opgeworpen in een geschil dat voor de rechter of arbiter werd aanhangig gemaakt, schorst dit de behandeling van de zaak op tot de be?indiging van de bemiddeling. De rechter kan wel voorlopige of bewarende maatregelen treffen..

Er wordt een federale commissie opgericht die de vormingsorganen van de bemiddelaars erkennen evenals de criteria voor het erkennen van bemiddelaars. Zij kunnen ook de erkenning tijdelijk of definitief intrekken.

Wat zeer belangrijk is is dat de wet thans uitdrukkelijk voorziet dat de documenten, die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan in de loop en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure, vertrouwelijk zijn. Ze mogen derhalve niet worden aangevoerd in een gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure enz. De geheimhouding kan enkel worden opgeheven met instemming van de partijen en van de bemiddelaar om o.m. de rechter in staat te stellen de bemiddelingsakkoorden te homologeren. Bij schending kan er een schadevergoeding worden opgelegd.

De bemiddelaar mag ook niet als getuige worden opgeroepen door de partijen in een procedure met betrekking tot de feiten waarvan hij in de loop van de bemiddeling kennis heeft genomen. Ook de strafsanctie voorzien in artikel 458 Sv. met betrekking tot het schenden van het beroepsgeheim is van toepassing op deze materie.

Hiermede wordt dan toch een wettelijk kader geschapen om één van de belangrijke peilers van de bemiddeling te waarborgen m.n. dat partijen er zeker van kunnen zijn dat, wanneer zij tijdens de bemiddeling open kaart spelen, dit nadien niet kan worden misbruikt door één van de partijen.


A. De vrijwillige bemiddeling:

Voor, tijdens of na een gerechtelijke procedure kan één partij aan de andere partij voorstellen om beroep te doen op een bemiddelingsprocedure. Wanneer dit gebeurt bij een aangetekende brief en een aanspraak bevat op een recht, wordt het gelijk gesteld met een ingebrekestelling.

Bovendien schorst het de verjaring gedurende één maand met betrekking tot de aan dat recht verbonden vordering.

Wanneer dan het schriftelijk bemiddelingsprotocol wordt ondertekend, schorst dit de verjaringstermijn gedurende de duur van de bemiddeling.

De overeenkomst die partijen dan bekomen wordt dan voorgelegd aan de rechtbank ter homologatie. De rechter kan de homologatie weigeren wanneer dit strijdig is met de openbare orde. De homologatiebeschikking heeft de gevolgen van een vonnis.


B. De gerechtelijke bemiddeling.

Behalve voor het Hof van Cassatie of voor de Arrondissementsrechtbank kan in elke stand van het geding de rechter op gezamenlijk verzoek van partijen of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen, een bemiddeling bevelen en dit zo lang de zaak niet in beraad is genomen om een vonnis uit te spreken.

De rechter zal dan een beslissing meedelen waarin de coördinaten van de bemiddelaar worden vermeld maar ook de aanvankelijke duur van de opdracht zonder dat dit drie maanden kan overschrijden. Voorts dient de rechtbank ook de datum te vermelden waarop de zaak is verdaagd nl. de eerstnuttige datum na het verstrijken van deze termijn.

Partijen kunnen ook om bemiddeling verzoeken, hetzij in de akte van rechtsingang zoals de dagvaarding, het verzoekschrift enz. hetzij tijdens de zitting of door een eenvoudig schriftelijk verzoek aan de rechtbank te richten. Er wordt in dat laatste geval rechtsdag bepaald binnen de 15 dagen na het verzoek.

De wet voorziet hoe de bemiddelaar zijn taak uitoefent.

Mocht de bemiddelaar op eigen verzoek of van partijen niet langer de opdracht wensen uit te voeren, kan door de rechter een andere bemiddelaar worden aangesteld. De rechter blijft overigens tijdens de bemiddeling geadieerd en kan op elk ogenblik de door hem noodzakelijk geachte maatregelen treffen.

De overeenkomst wordt dan, net zoals bij de vrijwillige bemiddeling, voorgelegd aan de rechter ter homologatie. De rechter weigert de homologatie als de overeenkomst strijdig is met de openbare orde.

Er is geen voorziening mogelijk tegen de beslissing waarbij de bemiddeling wordt bevolen, verlengd of beëindigd.

De wet voorziet geen overgangsbepalingen zodat deze wet van toepassing zal zijn op de hangende procedures voor de rechtbank.

Besluit:

Deze wet heeft de verdienste dat men de bemiddeling heeft uitgebreid voor al de procedures voorzien in het Gerechtelijk Wetboek en dit zowel voor hetgeen men noemt de gerechtelijke bemiddeling als deze die buiten de gerechtelijke procedure plaatsvindt.

Belangrijk is dat de bemiddelingsaanvraag kan gelden als een ingebrekestelling en ook eventuele repercussies heeft op de verjaring.

Het valt te betreuren dat men deze lijn niet heeft verder getrokken zoals bv. bij echtelijke moeilijkheden : het zou aangewezen zijn om een aanvraag tot bemiddeling hetzelfde effect te geven als de inleidende dagvaarding, die conform art. 1278 Ger.W. na vonnis gevolgen heeft m.b.t. hun goederen. Men kan immers stellen dat de bedoeling hetzelfde is : bij een bemiddelingsverzoek tot echtscheiding heeft men dezelfde bedoeling als bij een dagvaarding tot echtscheiding m.n. om het huwelijk te beëindigen.

Voorts valt zeker te betreuren dat bij vrijwillige bemiddeling iedereen als bemiddelaar kan optreden zonder dat hiervoor enige criteria of voorwaarden worden gesteld, noch dat er enige gedragscode van toepassing is. Dit kan alleen maar aanleiding geven tot wantoestanden waarbij een kans dreigt verloren te gaan een geschil op minnelijke wijze te beëindigen.

Hopelijk wordt dit door de Senatoren aangepast in het ontwerp dat zij definitief zullen goedkeuren.

Marc Geyskens
Advocaat



belgavokaAdvocatennetadvogatefrancavoka
Webdesign by Nozzle Communication Agency.