
INLEIDING
In het Belgisch Staatsblad van 17.3.2003 verscheen de wet van 11.3.2003 op de elektronische handel. Deze wet zet de bepalingen van een richtlijn van het Europese Parlement en de Raad van Europa betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, om in nationale wetgeving.
Krachtens het artikel 2, 1? wordt het begrip ?Dienst van de Informatiemaatschappij? gedefinieerd als volgt : elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van de dienst verricht wordt.
Deze wet maakt deel uit van een ganse reeks van wetten in verband met e-business en gebruik van internet en e-mail in het handelsverkeer.
* Wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen (Belgisch Staatsblad van 09/09/2003)
* Wet van 12 mei 2003 betreffende rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang. (Belgisch Staatsblad van 26/05/2003)
* Koninklijk Besluit van 4 april 2003 tot reglementering van het verzenden van reclame per elektronische post (Belgisch Staatsblad van 28/05/2003)
* Wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij (Belgisch Staatsblad van 17/03/2003)
* Wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet (Belgisch Staatsblad van 17/03/2003)
* Wet van 17 juli 2002 betreffende de transacties uitgevoerd met instrumenten voor de elektronische overmaking van geldmiddelen (Belgisch Staatsblad van 17/08/2002)
* Wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten (Belgisch Staatsblad van 29/09/2001)
* Wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure (Belgisch Staatsblad van 22.12.2000)
* Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit (Belgisch Staatsblad 3 februari 2001)
* Wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument - Hoofdstuk VI, afdeling 9, “Overeenkomsten op afstand” (Belgisch Staatsblad van 29/08/1991)
Hierna zullen wij ons beperken tot de wetten die rechtstreeks betrekking hebben op de elektronische handel.
Deze wet is in werking getreden op 27.3.2003.
1. Grondbeginselen.
De wet poneert het beginsel van vrijheid van vestiging en van vrij verrichten van diensten.
Het starten en het uitoefenen van een activiteit van dienstverlener op het gebied van de informatie-maatschappij kan niet afhankelijk worden gesteld van een voorafgaande vergunning of enige andere vereiste.
Het verrichten van diensten van de informatie maatschappij door een op Belgisch grondgebied gevestigde dienstverlener moet aan de in Belgi? van toepassing zijnde vereisten voldoen.
Het vrije verkeer van diensten van de informatiemaatschappij op Belgisch grondgebied verricht door een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde dienstverlener kan niet beperkt worden door vereisten die van toepassing zijn in Belgi? of een andere staat.
Iedereen kan zich dus overal vrij vestigen om goederen en diensten via het internet aan te bieden, en daarbij is men enkel onderworpen aan de regels die gelden in het land van vestiging.
Andere landen kunnen geen bijkomende regels opleggen waardoor het elektronische handelsverkeer zou worden belemmerd.
2. Informatie en doorzichtigheid.
Elke dienstverlener moet er voor zorgen dat hij op voldoende wijze kan ge?dentificeerd worden, door hierna volgende gegevens ter beschikking te stellen:
1. zijn naam of handelsnaam;
2. het geografische adres waar de dienstverlener gevestigd is;
3. nadere gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronisch postadres;
4. nummer handelsregister;
5. wanneer de activiteit aan een vergunningsstelsel onderworpen is, de gegevens over de bevoegde toezichthoudende autoriteit;
6. wat gereglementeerde beroepen betreft : de beroepsvereniging of beroepsorganisatie waarbij de dienstverlener is ingeschreven en de beroepstitel van de staat waar die is toegekend, een verwijzing naar de van toepassing zijnde beroepsregels, en waar deze kunnen geconsulteerd worden;
7. BTW-nummer;
8. eventuele gedragscodes die vrijwillig onderschreven zijn en die bepaalde garanties geven.
M.b.t. de bestelling van een product via het internet bepaalt de wet dat de dienstverlener duidelijke, begrijpelijke en ondubbel-zinnige informatie dient te geven over:
1. de talen waarin het contract kan worden gesloten;
2. verschillende technische stappen die moeten worden gezet om tot de sluiting van het contract te komen;
3. de technische middelen waarmee invoerfouten kunnen worden ingevoerd en gecorrigeerd voordat de bestelling effectief wordt;
4. uitsluitsel omtrent de vraag of de dienstverlener het contract in een archief zal opslaan en of het daar door de besteller kan geconsulteerd worden.
Tenslotte moet de dienstverlener, nadat een order via elektronische weg is geplaatst, langs elektronische weg de ontvangst van de order bevestigen en het ontvangstbewijs moet een samenvatting van de order vermelden.
3. Reclame.
Indien het kenbaar maken van goederen en diensten via het internet gepaard gaat met reclame, dient aan volgende voorwaarden voldaan te zijn:
* de reclame moet zeer duidelijk als reclame herkenbaar zijn, en zij moet zichtbaar en ondubbelzinnig de vermelding ?reclame? bevatten.
* De persoon of de firma voor wie de reclame geschiedt, moet duidelijk identificeerbaar zijn.
* Verkoopbevorderende aanbiedingen moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn en de voorwaarden om gebruik te maken van de bijzondere aanbiedingen moeten duidelijk en ondubbelzinnig worden aangeduid.
* Verkoopbevorderende wedstrijden of spelen moeten eveneens duidelijk als zodanig herkenbaar zijn en de deelnemingsvoorwaarden moeten gemakkelijk te vervullen zijn en duidelijk en ondubbelzinnig worden aangeduid.
Het gebruik van elektronische post voor uitsluitend reclame is krachtens de wet principieel verboden zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en ge?nformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschappen.
Inmiddels heeft een Koninklijk Besluit van 4.4.2003 dit principe gemilderd door te stellen dat elke dienstverlener van deze voorafgaande toestemming vrijgesteld wordt en aldus reclame per elektronische post mag overmaken indien dit gebeurt bij zijn klanten en indien daarbij de dienst-verlener rechtstreeks de elektronische contactgegevens van de klanten bekomen heeft, hij deze gegevens uitsluitend voor gelijkaardige producten en diensten gebruikt als waarvoor hij gecontacteerd werd, en hij de mogelijkheid aan deze klanten geeft om zich te verzetten tegen het gebruik van hun gegevens om verder reclame te sturen.
Praktisch komt deze regeling er dan ook op neer dat via elektronische post reclame mag worden verzonden indien er door de gebruiker om gevraagd is, indien de verzonden reclame betrekking heeft op goederen of producten die de klant bij de leverancier reeds besteld heeft, en in de mate dat hij er zich nadien niet tegen verzet heeft om over gelijkaardige goederen en diensten van deze leverancier reclame te ontvangen.
4. Langs elektronische weg gesloten contracten.
Dit onderdeel van de wet vormt het kernpunt van de ganse regeling, aangezien het precies door een definitief contract is dat partijen, zowel leverancier als besteller, gebonden zijn door wat via het internet aangeboden en besteld is.
Hoofdstuk V van de wet van 11.3.2003 regelt dan ook hoe een contract langs elektronische weg definitief tot stand komt.
Artikel 16 ? 1 geeft daartoe volgende sibillijnse bepaling : ?aan elke wettelijke of reglementaire vormvereiste voor de totstandkoming van contracten langs elektronische weg is voldaan wanneer de functionele kwaliteiten van deze vereisten zijn gevrijwaard.?
Gelukkig geeft paragraaf 2 nadere aanduiding.
Alinea 1 bepaalt dat aan de vereiste van een geschrift voldaan is door een opeenvolging van verstaanbare tekens die toegankelijk zijn voor een latere raadpleging, welke ook de drager en de transmissiemodaliteiten ervan zijn.
Het moet dus gaan om een mededeling die leesbaar is en later kan worden opgeroepen, onafgezien via welke weg de mededeling aan de bestemmeling is toegekomen.
Alinea 2 bepaalt dat aan de uitdrukkelijke of stilzwijgende vereiste van een handtekening voldaan is wanneer deze beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 1322, 2? lid B.W. of van artikel l4 ? 4 van de wet van 9.7.2001 inzake de elektronische handtekening.
Deze vereiste wordt hierna uitvoeriger besproken.
Alinea 3 bepaalt tenslotte dat aan de vereiste van een geschreven vermelding uitgaande van degene die zich verbindt, voldaan is door om het even welk proc?d? dat de waarborg inhoudt dat die vermelding effectief uitgaat van deze laatste.
Iemand kan aldus niet ontkennen dat een bepaalde bestelling van hem uitgaat indien kan worden aangetoond dat die bestelling van bij hem afkomstig is.
5. Elektronische handtekening.
Artikel 1322 B.W. bepaalt in alinea 1 dat een onderhandse akte (gewone geschreven overeenkomst) die erkend is door diegene tegen wie men zich daarop beroept of die wettelijk voor erkend wordt gehouden, tussen de ondertekenaars van de akte volledige bewijskracht heeft.
Alinea 2 heeft daaraan toegevoegd dat voor de toepassing van dat artikel aan de vereiste van een handtekening voldoen, een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont.
Deze nieuwe alinea werd ingevoegd ingevolge de wet van 20.10.2000.
De wet van 9.7.2001 heeft nadere regels bepaald in verband met de elektronische handtekening.
Deze wet herneemt de definitie van elektronische handtekening algemeen als ?gegevens in elektronische vorm, vastgehecht aan of logisch geassocieerd met andere elektronische gegevens, die worden gebruikt als middel voor authentificatie.?
Er is dus sprake van een elektronische handtekening telkens wanneer een bepaalde persoon een aantal tekens erkent en gebruikt als zijnde toebehorend aan hem, en telkens wanneer deze persoon deze tekens gebruikt op dezelfde wijze als waarop hij zijn handtekening onder een geschreven tekst zou plaatsen.
Aangezien evenwel deze definitie nog vrij algemeen is, en de toepassing aanleiding kan geven tot misbruik, voorziet de wet in een meer uitgewerkte vorm van elektronische handtekening.
Daartoe wordt het begrip ?geavanceerde elektronische handtekening? in het leven geroepen en gedefinieerd als volgt : ?elektronische gegevens vastgehecht aan of logisch geassocieerd met andere elektronische gegevens die worden gebruikt als middel voor authentificatie, en die aan de volgende bijkomende vereisten voldoen:
1. zij is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;
2. zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
3. zij is aangemaakt met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden;
4. zij is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke latere wijziging van de gegevens kan worden opgespoord.
Telkens wanneer een elektronische bevestiging kan worden gegeven die de gegevens voor het verifi?ren van de handtekening koppelt aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon en de identiteit van deze persoon bevestigt, spreekt men van een certificaat.
De wet roept evenwel ook een ?gekwalificeerd certificaat? in het leven, waarmee bedoeld wordt een certificaat dat voldoet aan bepaalde eisen van de wet, en dat wordt afgeleverd door een certificatie-dienstverlener die eveneens voldoet aan de eisen van de wet.
Een dergelijk gekwalificeerd certificaat moet het volgende bevatten:
1. de vermelding waaruit blijkt dat het certificaat als gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven;
2. de identificatie van de certificatiedienstverlener en het land waar hij gevestigd is;
3. de naam van de ondertekenaar of een pseudoniem dat als zodanig is ge?dentificeerd;
4. de mogelijkheid om in voorkomend geval een specifiek attribuut van de ondertekenaar te vermelden, rekening houdend met het gebruik waarvoor het certificaat bestemd is;
5. gegevens voor het verifi?ren van de handtekening die overeenstemmen met de gegevens voor het aanmaken van de handtekening onder controle van de ondertekenaar;
6. de vermelding van het begin en het einde van de geldigheidsduur van het certificaat;
7. de identiteitscode van het certificaat;
8. de geavanceerde elektronische handtekening van de certificaatdienstverlener die het certificaat afgeeft;
9. in voorkomend geval de beperkingen op het gebruik van het certificaat;
10. in voorkomend geval de grenzen m.b.t. de waarde van de transacties waarvoor het certificaat kan worden gebruikt.
De voorwaarden waaraan de certificatiedienstverleners moeten worden voldoen laten wij hier onbesproken.
BE.SIGN, het Belgisch accreditatiesysteem van de certificatiedienstverleners, opgericht bij Koninklijk Besluit van 6.12.2002, zal dergelijke gekwalificeerde certificaten afleveren.
(adres : Federale Overheidsdienst Economi, KMO, Middenstand en Energie - Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid - Afdeling Accreditatie - Dienst Elektronische Handtekening - WTX III, Simon Bolivarlaan 30, 1000 Brussel, (JavaScript must be enabled to view this email address))
Contracten die aldus afgesloten worden en ondertekend met dergelijk geavanceerde elektronische handtekening zijn volledig rechtsgeldig en hebben dezelfde waarde als wanneer een hand-tekening onder een geschreven of gedrukte tekst wordt gezet.
Contracten i.v.m. onroerende zaken, contracten waarvoor de wet de tussenkomst van een rechtbank of een beroepsgroep die een publieke taak uitoefent, voorschrijft, contracten voor persoonlijke en zakelijke zekerheden en alle contracten die onder het familierecht of het erfrecht vallen, zijn uitgesloten van deze regeling.
6. Tussenpersonen
De wettelijke regeling inzake tussenpersonen laten wij hier eveneens onbesproken.
7. Controle en sancties.
De wet van 11.3.2003 houdt eveneens controlemaatregelen en sancties in.
Vooreerst is er een waarschuwingsprocedure in het leven geroepen.
Wanneer vastgesteld wordt dat een handeling een inbreuk op de wet elektronische handel vormt of op een uitvoeringsbesluit ervan, kan de Minister van Economische Zaken of de bevoegde ambtenaar een waarschuwing richten aan de overtreder, waarbij deze laatste tot be?indiging van de handeling wordt aangemaand.
De overtreder moet verwittigd worden binnen een termijn van drie weken vanaf de vaststelling van de feiten door middel van een aangetekende brief met ontvangstbericht of door overhandiging van een afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten vastgesteld zijn.
De waarschuwing kan ook per fax of elektronische post worden meegedeeld en moet vermelden:
1. de ten laste gelegde feiten en de overtreden wetsbepaling;
2. de termijn waarbinnen zij dienen te worden stopgezet;
3. de mededeling dat indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven hetzij de Procureur des Konings kan worden ingelicht, hetzij een minnelijke regeling kan worden aangeboden.
Inbreuken op de wet kunnen worden vastgesteld door officieren van de gerechtelijke politie of door door de Minister van Economische Zaken aangestelde ambtenaren, die een proces-verbaal van elke inbreuk opstellen.
Aan de overtreders kan een minnelijke schikking worden aangeboden onder de vorm van betaling van een som waardoor de strafvordering vervalt.
Bovendien voorziet de wet zware geldboeten die kunnen gaan van 250 tot 50.000 EUR.
Karel CAERS